Een kabinet zonder PVV, en dat is maar beter ook

Het is om diverse redenen een opluchting dat de formatie van het kabinet van VVD en CDA dat met gedoogsteun van de PVV zou moeten regeren, is mislukt.

Die redenen gelden in de eerste plaats de PVV zelf. Het is slecht voor een land als een partij met een gedachtegoed als dat van de PVV in een zo’n machtige positie zou komen. Een partij die erop uit is de vrijheid van bepaalde groepen te beperken, die daartoe discriminerende maatregelen in haar programma heeft opgenomen en de vrijheid van drukpers wil beperken. Een partij die de bestrijding van de islam tot kernpunt van het buitenlands beleid wil verheffen.

Het blijft verbazen dat de liberale VVD zich zo on-principieel heeft opgesteld tegenover het verbond dat ze op het punt stond met de PVV te sluiten. Slechts een enkeling in de VVD liet protesterende geluiden horen, maar die werden door de partijtop goeddeels genegeerd. Wat dat betreft was het rumoer in het CDA te prefereren; dat bewees dat de christen-democraten, althans sommigen van hen, niet zomaar hun democratische en rechtstatelijke principes veronachtzamen omwille van regeermacht.

Dat de coalitie van VVD en CDA in de greep dreigde te komen van de gedogende PVV, bleek ook gisteren weer. Haar leider, Wilders, eiste dat de drie dissidente fractieleden van het CDA, indien zij zich niet in de samenwerking met de PVV zouden kunnen vinden, zich óf zouden houden aan een uitspraak van het CDA-congres óf zich zouden terugtrekken.

Dat is, stelde waarnemend CDA-fractieleider Verhagen terecht, een onmogelijke eis. Staatsrechtelijk is het al merkwaardig dat het lot van een regeringscoalitie in handen wordt gelegd van een partijcongres. Hoe dan ook: Kamerleden stemmen, zo staat in de Grondwet, zonder last. Zij moeten vrij zijn in hun stemgedrag. Wilders’ eis klinkt verder nogal bizar uit de mond van iemand die zelf nooit iets aan een congres hoeft voor te leggen, om de eenvoudige reden dat hij anderen niet toestaat lid te zijn van wat dus letterlijk ‘zijn’ eigen partij is.

De afwijzing ervan bracht de PVV-leider tot de logische conclusie dat van een ‘vruchtbare samenwerking’ van de beoogde coalitie met de Tweede Kamer moeilijk sprake kon zijn.

Wilders sprak gisteren al de verwachting uit dat hij nu oppositieleider zal worden. Dat is, hoewel hij graag anders doet voorkomen, geen drama. Het komt vaker voor dat een partij die weliswaar veel zetels heeft gewonnen, maar ook niet meer dan krap eenzesde van de kiezers vertegenwoordigt, in de oppositiebanken terechtkomt.

Informateur Opstelten brengt de koningin vandaag verslag uit van de mislukte poging. Zijn partijgenoot, VVD-leider Rutte, deed gisteren alvast een suggestie voor het vervolg die het overwegen waard is. Hij wil nu solo een proeve van een regeerakkoord schrijven en zien welke partijen zullen aanschuiven. Hoewel Rutte nu tot de hoofdrolspelers behoort van twee mislukte formaties, is dit het overwegen waard. Al is medewerking daarbij van de tweede partij, de PvdA, ook denkbaar. Maar Rutte blijft de aanvoerder van de partij die de grootste is geworden bij de verkiezingen. Het ligt nog steeds voor de hand dat de VVD deel uitmaakt van de regering.

Het is geen ideale methode, maar er zijn, bijna drie maanden na de verkiezingen met die ingewikkelde uitslag, geen ideale methoden en evenmin ideale coalities meer te bedenken.