De formatie is terug bij af - of erger nog

Geert Wilders bereidt zich voor op de oppositie, is de voornaamste conclusie na het mislukken van de formatie. Hoe het verder moet is nog onduidelijk.

De Nederlandse politiek is terug bij de avond van 9 juni, de verkiezingsdag. Of het is eigenlijk nog erger. Het versnipperde politieke landschap biedt minder uitzicht op een stabiele regering met meerderheidssteun in de Tweede Kamer. Bovendien is het gedecimeerde CDA door het mislukken van de formatie met VVD en PVV zwaar beschadigd. De partij heeft een groot leiderschapsprobleem en is verdeeld over de koers. Tegelijk is, paradoxaal genoeg, een coalitie zonder CDA nauwelijks denkbaar.

Een andere belangrijke conclusie van de verrassende ontwikkelingen van gisteren is dat de PVV geen regeringsmacht krijgt. Geert Wilders kiest voor de oppositie. „Ik zal nu mijn rol als oppositieleider waar moeten maken”, zei Wilders nadat informateur Ivo Opstelten had bekendgemaakt zijn werkzaamheden af te ronden.

De oorzaak van het mislukken van de formatiepoging tussen VVD, CDA en PVV ligt in de CDA-crisis die zich eerder deze week ontrolde. De felle kritiek van oude rotten als Ruud Lubbers, Cees Veerman en vele andere prominenten was net geluwd toen de CDA-fractie een explosieve brief van onderhandelaar Ab Klink te verwerken kreeg. Hij had de „definitieve conclusie” getrokken dat samenwerking met de PVV een onbegaanbare weg was. „Voortdurend zal de partij worden uitgedaagd op haar christelijke grondslag en democratische motieven.” Hij kreeg steun van twee fractiegenoten, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier. Na 72 uur kreeg fractieleider Verhagen hen weer binnenboord, met een compromisvoorstel gesmeed door demissionair minister Piet Hein Donner: Klink treedt terug als onderhandelaar, iedereen wacht het resultaat af en de dissidenten mogen op het partijcongres openlijk kritiek uiten.

Voor Verhagen was hiermee de situatie van voor dinsdag hersteld, maar dat gold niet voor Geert Wilders. Toen de onderhandelingen bij informateur Opstelten werden hervat kwam hij met een harde eis. Wilders’ vertrouwen in het CDA was „tot een dieptepunt gedaald”. Daarom wilde hij schriftelijk bewijs van de loyaliteit van de drie dissidenten. Zij moesten verklaren dat ze na goedkeuring van het regeerakkoord door het CDA-congres zich of loyaal zouden tonen aan het rechtse kabinet, of hun zetel zouden teruggeven aan de partij. „Een constructief voorstel” en „een meer dan normale eis”, zei Wilders.

„Een onmogelijke eis”, volgens Verhagen omdat, zoals hij zei, een volksvertegenwoordiger altijd „zonder last of ruggespraak” zijn eigen keuzes mag maken. Daarom wilde het CDA niet aan de eis voldoen.

Vervolg Formatie: pagina 3

Verhagen beloofde 21 zetels te leveren

Commentaar: Opinie&Debat, 11

Verhagen probeerde Wilders ervan te overtuigen dat hij alle 21 zetels van zijn fractie „kon leveren”. „De door Geert Wilders benoemde drie hadden zorgen, maar die konden worden weggenomen”, aldus Verhagen, zonder dat hij daar overigens garanties voor kon leveren. De PVV-leider geloofde hier dan ook niet in zonder hun handtekeningen. En dus, „helaas, met een streep onder helaas”, zag hij zich genoodzaakt uit de onderhandelingen te stappen.

Maar wat had Wilders eigenlijk te verliezen? Als hij zo graag het rechtse minderheidskabinet wilde, waarom dan niet de gok nemen dat na goedkeuring van het CDA-congres alles alsnog goed zo komen? „Ik heb zeker wat te verliezen. Wij hebben er niets aan als zo’n kabinet na twee maanden op zijn gat ligt.”

Wilders ontkende dat de PVV bang was dat bij zo’n scenario duidelijk was geworden welke vergaande concessies door de partij waren gedaan om de politieke samenwerking met VVD en CDA mogelijk te maken. Toch komt juist dan de vraag op waarom Wilders met vileine uitlatingen de CDA’ers provoceerde. Net op het moment dat het CDA zo met zichzelf worstelde, had hij de CDA-voorzitter via Twitter een „enorme zeurpiet” genoemd. Wilders vond dat het allemaal wel meeviel, dat provoceren: „Voor mijn doen heb ik me netjes gedragen.”

VVD-leider Mark Rutte maakte andere afwegingen. Hij wilde dit kabinet wel graag en Verhagen had hem overtuigd dat het CDA de dissidenten in bedwang had. Hij schatte dat in als „een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid”. Het CDA was „stabiel genoeg om verder te onderhandelen”.

Gisterenavond reageerde Rutte bijzonder teleurgesteld. „Rechts Nederland zou de vingers aflikken bij wat er op papier stond.” Details over de voortgang wilde hij niet geven, maar zonder de CDA-crisis was het wel gelukt.

Verbazing was er bij de VVD. In de ochtend voordat de onderhandelaars weer bij Opstelten kwamen, geloofden invloedrijke VVD’ers dat er geen problemen meer waren. Een van hen vroeg zich toen retorisch af: „Waarom zou Geert Wilders in hemelsnaam breken in onderhandelingen die zullen leiden tot het meest rechtse kabinet dat mogelijk is?”

Rutte zag na Paars Plus dus zijn tweede formatiepoging mislukken. Maar dat ook hem dat heeft beschadigd vond hij onzin. Hij kon toch immers niet verantwoordelijk worden gehouden voor de chaos bij het CDA? Hij wil het initiatief houden in de formatie, bij voorkeur door hem nu maar alleen „een proeve van een regeerakkoord” te laten schrijven. Partijen die genoeg aanknopingspunten zien kunnen dan aanhaken. Zelfs Wilders mag opnieuw langskomen. De PVV-leider wuifde dat direct weg: er zijn maar twee partijen die hem niet uitsluiten.

Maar hoe moet het nu verder met het CDA? In deze mislukte onderhandelingsfase van de formatie heeft zich bij de partij een gigantische splitsing der geesten voorgedaan, die de partij bijna heeft gespleten. Het leiderschapsprobleem dat in het afgelopen jaar vaker is geconstateerd, heeft zich in alle hevigheid gemanifesteerd. Formeel ziet Maxime Verhagen dat probleem nog niet zo. Hij denkt ook na gisteren de aangewezen man te zijn om het CDA verder te leiden in deze formatie, zelfs als er onderhandelingen met de PvdA beginnen. Alle protesten vanuit de achterban waren uitvergroot. Als hij de afgelopen weken op partijbijeenkomsten kwam, merkte hij dat tachtig procent van de leden achter hem staat. Vanuit de fractie kwamen evenwel geluiden dat er wordt terugverlangd naar de vorige fractievoorzitter, Pieter van Geel. Die cijferde zichzelf weg, en zocht zachtere oplossingen voor conflicten.

Een andere leider dan Verhagen dient zich in de fractie nog niet aan. Ab Klink is daarvoor veel te beschadigd. Jan Kees de Jager wordt wel eens genoemd, maar hij heeft gezegd nog maar vier jaar in de politiek te willen blijven. Het CDA heeft voor langere tijd iemand nodig. Wellicht dat juist regeringsdeelname de mogelijkheid biedt een nieuwe leider te vinden, wanneer het partijbestuur misschien alsnog Camiel Eurlings weet te overtuigen zijn carrière voort te zetten in de politiek.

Wie in ieder geval zijn politieke carrière nog even moet voortzetten is Jan Peter Balkenende. Zijn tijd als demissionair premier van het vierde kabinet-Balkenende overstijgt de 87 dagen van zijn eerste kabinet.