Bij de grote drie

Als het aan het Nederlands Olympisch Comité ligt, horen we in 2020 weer bij de grote drie. Dat zal tegen de tweehonderd miljoen euro kosten, maar dan heb je ook wat: 82 medailles op z’n minst. En het is niet helemaal uitgesloten dat we ook de Chinezen nog achter ons zullen laten als we hier en daar de wind mee hebben. Waar deze Spelen worden gehouden weten we nog niet. Maar stel je even in je stoutste dromen voor dat België en Nederland worden uitverkoren. Ook niet onlogisch trouwens, want dankzij de WK voetbal van 2018 zullen we aan stadions en andere faciliteiten voor de sportliefhebbers geen gebrek hebben. Krijgt het NOC het gevraagde bedrag, dan kunnen we binnenkort beginnen met het selecteren van de jongens en meisjes die straks, na tien jaar harde training ons landje tot nieuwe glorie zullen opstoten.

Mij verbaast altijd weer het megalomane optimisme in de leidende kringen van de sport. Niet alleen denken ze daar dat ‘wij’, de zestien of tegen die tijd zeventien miljoen Nederlanders, tegen een investering van twintig miljoen per jaar tot de grote drie kunnen gaan horen. Met een overigens benijdenswaardige luchthartigheid beschrijven ze hun fata morgana als het grootste nationale doel, zonder ook maar een voetnoot te wijden aan de bijverschijnselen. Daarvoor zijn wij, de zwartkijkers met hun depressieve kanttekeningen.

Ik heb enig recht van spreken, want ik woon op een paar steenworpen afstand van het Museumplein, al tientallen jaren. Zo ben ik in staat geweest de ontwikkeling van het evenementenwezen te volgen. Ook al voor de oorlog was het een terrein voor massabijeenkomsten. Als ik me niet vergis heeft voorzitter Willem Vogt er eens een vergadering van AVRO luistervinken toegesproken. Tientallen jaren later kwam de grote demonstratie tegen de kruisraketten, waarvoor aan de kant van de Van Baerlestraat nog een gedenksteen is neergelegd. Die is ook al lang geleden spoorloos verdwenen. Zal wel ergens zijn opgeborgen, maar waar?

Toen is het plein langzamerhand tot het belangrijkste terrein voor het Nederlandse evenement geworden. Wat is een evenement? Volgens de dikke Van Dale, dertiende uitgave 1999, een ‘gewichtige, merkwaardige gebeurtenis’. Dat is een ouderwetse, onvolledig geworden omschrijving. Het eigentijdse evenement is vooral een feestelijke massabijeenkomst, waarbij de deelnemers door elkaars aanwezigheid tot een steeds hoger graad van opwinding worden gebracht, waaraan ze uiting geven door steeds uitzinniger te dansen, zingen, hossen, toeteren, kabaal maken. Het voorlaatste evenement op het Museumplein ontwikkelde zich nadat Nederland tweede was geworden bij de Wereldkampioenschappen voetbal. Tot diep in de nacht heeft toen het getoeter op de vuvuzela’s geklonken. Ongelofelijk. In de stadions zijn ze nu verboden. Reden temeer om daarbuiten eens extra hard te blazen.

Een paar weken geleden hebben de Nederlandse overheden, in hun hartstochtelijk verlangen om het WK voetbal voor 2018 ‘binnen te halen’ de indruk gewekt dat ze bereid zijn, voor de duur van die historische gebeurtenis, de macht aan de FIFA over te dragen. Onbesproken bleef het risico dat Nederland in een adembenemende finale erin zou slagen wereldkampioen te worden. Om je een voorstelling te maken van wat er dan zou gebeuren, moet je ook rekening houden met de ontwikkeling van het evenementenwezen. Er is geen reden om aan te nemen dat de supporter van 2018 het kalmer zal aanpakken dan die van 2010. Dus: wil je het WK van 2018 en de Olympische Spelen van 2020, probeer je dan ook voor te stellen hoe het Museumplein eruit zal zien als Nederland eerst wereldkampioen wordt en zich daarna ook nog als een van de grote drie zal vestigen. En hoe zal het in het Werelderfgoed van de Grachtengordel gaan? Blijven het Rijksmuseum, het Van Gogh en het Stedelijk gespaard? Probeer eens een animatiefilmpje te maken over de evenementen die het gevolg zijn van de kampioenschappen.

Terwijl ik dit schrijf, schiet me het eerste evenement te binnen, waaraan ik zelf heb deelgenomen. Dat was in 1934. Onze Uiver, de DC2 van de KLM, was tweede geworden in de Melbourne Race en had de handicaprace gewonnen. Ook toen al een nationale razernij van geestdrift, waardoor ik ook was aangestoken; een beetje want ik had liever gezien dat de Panderjager had gewonnen, maar die was op het vliegveld van Allahabad verongelukt. Daar stond ik als jongetje van zeven met mijn vader en moeder, tussen de duizenden grote mensen. Niets van het vliegtuig gezien; alleen een haag van jassen. Misschien heb ik toen het trauma van het evenement opgelopen.