Aangeslagen CDA blijft coalitiekandidaat

Hoe nu verder? Eerst is de koningin aan zet. PvdA-leider Job Cohen houdt er rekening mee dat zijn rol groter wordt. Alle opties zijn nog open.

Wie gaat speculeren wat Nederland nu na de mislukte formatiepoging met VVD, CDA en PVV te wachten staat, kan alleen met zekerheid zeggen dat alles weer openligt. En dat de kans dat de PVV bij een nieuwe formatie wordt betrokken, bijna is uitgesloten. PVV-aanvoerder Wilders kiest voor de oppositie.

VVD-leider Rutte zei gisteren dat hij zélf een conceptregeerakkoord wil schrijven waar potentiële regeringspartners bij mogen aanhaken. Net zoals PvdA-leider Kok in 1994 deed.

Maar voor het schrijven van zo’n conceptregeerakkoord is wel parlementaire instemming nodig. D66-leider Pechtold noemde de opmerkingen van Rutte daarom „erg prematuur”. De koningin kan Rutte moeilijk vragen om een regeerakkoord te schrijven als de fractievoorzitters van de Tweede Kamer niet zeggen dat zij dat willen. Iedere handeling van de koningin die afwijkt van wat haar is geadviseerd, wordt snel gezien als politieke inmenging. Het ligt daarom voor de hand dat Beatrix alle fractievoorzitters opnieuw bij haar roept om hun mening te horen. Dan is het de vraag of zij de koningin in meerderheid adviseren om Rutte een regeerakkoord te laten schrijven. Vooralsnog lijkt alleen de SGP daar ronduit enthousiast over. CDA-fractieleider Verhagen liet zich er voorzichtig positief over uit. Rutte moet dan ook informateur worden.

Jan Vis, oud-hoogleraar staatsrecht en oud-senator voor D66, lijkt het waarschijnlijker dat er twee informateurs komen; een van de VVD en een van de PvdA. „Linkse partijen zullen zeggen dat onder VVD-regie nu twee formatiepogingen zijn mislukt en dat de bal daarom nu ook een beetje bij de PvdA moet komen te liggen.” Met die optie houdt PvdA-leider Cohen nu ook rekening. Hij zei gisteren dat de VVD en de PvdA als de twee grootste partijen (31 respectievelijk 30 zetels) nu moeten kijken wat de mogelijkheden zijn voor een nieuw kabinet. Ook al erkende hij dat de verschillen tussen de twee partijen aanzienlijk zijn.

Wie zal zich dan bij de VVD en de PvdA aansluiten? De optie van een middenkabinet, met VVD, PvdA en CDA – ook wel het oranje kabinet of nationaal kabinet genoemd –, is niemands echte favoriet. Cohen wilde eerder niet eens over die optie onderhandelen, een standpunt dat hij later wel wat nuanceerde. Hij zag het al voor zich: een SP die aan zijn linkerzijde groeit en een PVV aan zijn rechterzijde. Ook het CDA en de VVD zagen in deze variant geen goede manier om de duidelijke onvrede onder de kiezers in goede banen te leiden. Bovendien is het CDA nu zwakker dan ooit. Ook al zijn er weinig coalities denkbaar zonder het CDA, voor een partij die bij de verkiezingen is gehalveerd en met grote interne meningsverschillen kampt, ligt het meer voor de hand de wonden te likken in de oppositiebankjes. Of om een bescheiden rol in te nemen in een ‘regenboogcoalitie’ van VVD, PvdA, CDA, aangevuld met D66 en GroenLinks. Het voordeel is een grote meerderheid in de Tweede Kamer (102 zetels), met bondgenoten voor de VVD én de PvdA. Maar zo veel partijen, dat komt de slagvaardigheid van een kabinet niet ten goede.

De in juli uitgeprobeerde optie van een paars-pluskabinet kan ook weer in beeld komen. Fractieleider Halsema van GroenLinks vindt nog steeds dat die samenwerking de „beste kans” biedt om Nederland uit de crisis te helpen.

Dan zijn er nog de mogelijkheden van coalities zónder PvdA of zónder VVD. In CDA-kring werd tot voor kort nog wel eens een kabinet van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie geopperd. Maar het is vrij onwaarschijnlijk dat GroenLinks en D66 zich aan zo’n avontuur wagen. „Voor hen is een kabinet zonder PvdA suïcidaal”, zegt Jan Vis. „Dan voert de PvdA oppositie tegen deze partijen die zich zelf dan wel kunnen opdoeken.” Een regeringscoalitie zonder VVD, ofwel tussen PvdA, CDA, SP en GroenLinks, is door de grote verkiezingswinst van de VVD én de interne verdeeldheid van het CDA ook niet erg reëel. Alleen SP-leider Roemer droomt hiervan.

Uiteindelijk zal ook het extraparlementaire kabinet in beeld kunnen komen. Dat kabinet van politici of bestuurders die niet rechtstreeks verbonden zijn aan een politieke partij en dus ook niet aan een partijprogramma, kan in plaats van een regeerakkoord een programma opstellen. Daar is geen goedkeuring van fracties voor nodig zoals bij een klassiek coalitieakkoord. Maar ook hier zullen de fractievoorzitters om moeten vragen, wil de koningin dat voorstellen. Het zal een kabinet zijn dat telkens naar nieuwe Kamermeerderheden zal moeten zoeken, vergelijkbaar met de Amerikaanse president in het Congres. Het zou onderwerpen kunnen combineren die binnen partij politieke formules niet te combineren zijn. Staatsrechtkenners achten deze optie denkbaar, maar alleen als alle andere formatiemogelijkheden uitgeput zijn.