Zolang er leven is

Ik dacht: nog even een stukje over mestkevers. Fascinerende beesten. Wij zouden zeggen: zolang er leven is, is er mest. Voor hen geldt precies het omgekeerde: zolang er mest is, is er leven.

Op mijn wandelingen zijn het vrijwel altijd bosmestkevers. Formaat hazelnoot. Blauwzwart met metaalglans. Actief van het vroege voorjaar tot laat in de herfst. Ze behoren tot het geslacht van de paardenmestkevers.

Bij mij in de buurt, aan de rand van de hei, is een parkeerplaats voor hondenuitlaters, en daar wemelt het van de mestkevers. Het lijkt wel of al die mensen daar speciaal met de auto naartoe komen om ze te voederen.

Er komen daar trouwens ook een paar verharde fietspaden samen. Regelmatig zie je een mestkever als een geplette kers op het asfalt liggen. Daar komen dan andere mestkevers op af (in feite eten ze alles dat naar verrotting zweemt), die op hun beurt worden platgereden – op den duur komt dat eruit te zien als de luchtopname van een Afghaanse marktplaats net na de bomaanslag.

Met grote regelmaat tref je mestkevers aan die op hun rug liggen en kennelijk geen kans zien om zich weer om te draaien. Op die plekken is niets waartegen ze zich kunnen afzetten. Hulpeloos malende pootjes. Wat dan meteen opvalt: het blauw aan de buikzijde is lichter, bijna fluorescerend.

Als je zo’n dier oppakt en even in je gesloten hand houdt, maken die pootjes een verrassend sterke indruk. Als je een loepje bij je hebt, kun je zien dat het echte graafklauwen zijn. En als je dan meteen even naar de kaken kijkt: die steken duidelijk uit buiten de kop.

Omgevallen mestkevers zet ik bijna altijd overeind, al was het maar omdat het misschien míjn hond is die ze van de sokken heeft gelopen. Maar mijn geduld raakt weleens op, en dan gooi ik ze domweg opzij in de vegetatie, dan moeten ze zich maar zien te redden. Of ik word er zo kriegel van dat ik denk: laat de evolutie dat maar regelen.

Nu echter sprak ik Jan Krikken en die zei dat er al veel langer mestkevers op aarde zijn dan hoefdieren. Mestkevers hebben hun kunstje al gedaan met de mest van dinosaurussen. In dit licht moet je misschien concluderen dat de evolutie in omgevallen mestkevers helemaal geen probleem ziet.

Krikken is 66 en nog steeds betrokken bij Naturalis in Leiden, waarvan hij een van de grondleggers was. Hij geldt als de mestkeverman van Nederland. Hij begon meteen te vertellen over de soorten die er zijn, de gangen die ze graven, de broedzorg die ze aan de dag leggen en de taakverdeling tussen mannetjes en vrouwtjes.

Er ging een wereld voor me open. O jee, dacht ik, daar zit veel meer in dan een stukje. Maar niet hier, niet nu.

Dit was de laatste aflevering van mijn laatste serie in deze krant.