Zitten er nazi's aan de Costa Brava?

Postuum kreeg Roberto Bolaño internationale erkenning. In hoog tempo worden nu zijn 20 romans vertaald. Ger Groot las er twee waarin de Chileen zijn fantasie losliet op een stel fascisten-schrijvers.

Roberto Bolaño: Het Derde Rijk. Vert. Aline Glastra van Loon. Meulenhoff, 318 blz. € 19,95

Roberto Bolaño: Nazi Literature in the Americas. Picador, 259 blz., € 17,95

Of war games nog altijd gespeeld worden op grote stafkaarten weet ik niet. Misschien zijn ze inmiddels helemaal verdrongen door de virtuele werkelijkheid van de computerspellen. In de roman Het Derde Rijk van de van oorsprong Chi- leense schrijver Roberto Bolaño is de strijd tussen die twee genres nog niet beslist. Udo Berger, de 25-jarige Duitse hoofdpersoon van het boek, is van de oude stempel. Hij is een virtuoos in war games die gespeeld worden op enorme stratego-achtige speelborden. Zijn specialiteit is de Tweede Wereldoorlog. Het liefst neemt hij de rol op zich van de Duitse generaals: ‘sympathieke mensen, ondanks alles’, volgens hem.

Het Derde Rijk speelt zich af in de late jaren tachtig, al blijft onduidelijk wanneer het boek geschreven is. Dat het hier een ‘postume roman’ betreft, zoals uitgeverij Meulenhoff zonder verdere toelichting vermeldt, zegt weinig. Bolaño overleed in 2003 op 50-jarige leeftijd aan een leverkwaal. Enkele jaren daarvoor was hij in de Spaanstalige wereld doorgebroken met zijn roadmovie-achtige roman De woeste zoekers (onlangs in het Nederlands heruitgegeven onder de titel De wilde detectives).

Pas na Bolaño’s dood kwam het internationale succes met de vuistdikke roman 2666: een bundeling van vijf onderling los-vast verbonden boeken over de seriemoorden in de Mexicaanse stad Ciudad Juarez. In hoog tempo worden nu ook de andere van de ruim twintig romans van Bolaño in Nederlandse en Engelse vertalingen gepubliceerd of heruitgegeven. Het Derde Rijk, dat dit voorjaar in Spanje verscheen als literaire sensatie, is er de voorbode van.

Niet Chili (waar Bolaño geboren werd) of Mexico (waar hij opgroeide) vormt het decor van deze postume roman, maar een toeristendorp aan de Spaanse Costa Brava. Ook dat was voor hem bekend terrein. In het begin van de jaren tachtig vestigde hij zich aan de Catalaanse kust, waar hij zich in leven hield als piccolo, bordenwasser of nachtwaker op een camping. Die ervaring verwerkte hij in Het Derde Rijk, dat zich grotendeels afspeelt in het toeristenmilieu aan de Middellandse Zee.

Een gewone toerist is Udo Berger, uit wiens dagboek Het Derde Rijk bestaat, echter niet. Anders dan zijn vriendin en de Duitse vrienden die zij al op de eerste dag van hun vakantie opdoen, zit Udo liever op zijn hotelkamer dan aan het strand. Hij werkt er op een groot speelbord aan een nieuwe variant van het spel waarmee de Tweede Wereldoorlog wordt nagespeeld. Het zal een sensatie worden in de wereld van de war games. Duitsland wint de oorlog, tegen alle waarschijnlijkheid in, dankzij het strategisch vernuft van spellenkampioen Udo Berger.

Intussen wordt in de echte wereld de vakantie-idylle wreed verstoord. Eén van Udo’s nieuwe vrienden verdrinkt bij het surfen en de afwikkeling van dat ongeluk dwingt hem langer in zijn hotel te blijven dan voorzien. Terwijl het toeristenstadje aan het eind van het seizoen langzaam leegloopt, sluit hij vriendschap met een zonderlinge Zuid-Amerikaan die op het strand waterfietsen verhuurt. Afschuwelijk misvormd (zijn gezicht en delen van zijn lichaam zijn zwaar verbrand), sluipt deze ’s nachts het hotel binnen om met Udo het oorlogsspel te spelen. Hij blijkt een natuurtalent. Udo raakt met zijn nazigeneraals steeds meer aan de verliezende hand.

Kristallnacht

Is Udo zelf een nazisympathisant? Hij ontkent het in alle toonaarden, maar dat weet zijn verbrande sparring partner kennelijk niet te overtuigen. Op een avond brengt hij voor Udo een paar compromitterende fotokopieën mee. Ze bevatten de notulen van de Duitse ministerraad van 12 november 1938 (enkele dagen na de Kristallnacht), waarop besloten werd de Joodse gemeenschap een boete op te leggen van een miljard Reichsmark wegens ‘hun vijandige houding ten opzichte van het Duitse volk’. Dat laatste vermeldt Bolaño niet. Vrijwel steeds laat hij in deze roman angst en verschrikking rondzweven als een ongewisse maar daardoor des te beklemmender dreiging. Is de Verbrande zijn vriend of zijn vijand, zo vraagt Udo zich af. Beschouwt hij hem werkelijk als een nazi? Maar waarom dan wel – en waar komen die verschrikkelijke brandwonden op het lichaam van de Zuid-Amerikaan vandaan?

Halverwege de jaren negentig publiceerde Bolaño een wonderlijk boek dat eerder dit jaar in het Engels verscheen onder de titel Nazi Literature in the Americas. Het heeft de vorm van een lexicon, waarin in een dertigtal kortere en langere lemmata de belangrijkste extreem-rechtse schrijvers van Noord- en Zuid-Amerika worden behandeld. Van de nymfomane Daniela de Montecristo tot de Haïtiaanse nazimulat Max Mirebalais, van de voetbalhooligan Argentino ‘Fatso’ Schiaffino tot de Colombiaanse playboy Ignacio Zubieta: stuk voor stuk waren ze aan de fantasie van Bolaño ontsproten. Het leek alsof hij met dit boek een fascistische tegenhanger had willen schrijven van de al even fantastische Wereldschandkroniek van Jorge Luís Borges.

Maar met hoeveel vernietigende humor Bolaño zijn verzonnen fascisten-schrijvers ook portretteerde, bij bijna elk van hen blijft zich het besef opdringen dat ze heel goed wél hadden kunnen bestaan. Zo ondenkbaar is het tenslotte niet dat in Argentinië een tijdschrift zou zijn verschenen onder de titel ‘Het Vierde Rijk’, gesticht door een grootgrondbezitster als Bolaño’s Edelmira Thompson de Mendiluce. En hoe bekend klinkt niet het politieke programma van de verzonnen romancier Silvio Salvático: herinvoering van de Inquisitie, openbare lijfstraffen, uitroeiing van de indianen ter voorkoming van rasverzwakking, immigratie van Scandinaviërs, kolonisering van Antarctica?

Maar in het laatste lemma, over ‘Carlos Ramírez Hoffman’, is alle humor vervlogen. Deze dichtende piloot uit de Chileense luchtmacht krijgt van Bolaño de sinistere trekken mee van een charmeur die een meedogenloze folteraar kan zijn onder het regime van Pinochet. In dit lemma treedt Bolaño ook zelf als personage op en wordt de kiem gelegd voor zijn huiveringwekkende roman Het lichtende kwaad, die al in een Nederlandse vertaling is verschenen.

Staatsgreep

De erfenis van het nazisme is op het Amerikaanse continent nog springlevend, zo beklemtoont Bolaño in dit fantasie-lexicon. Ook dat had hij aan den lijve ondervonden. Vlak voor de staatsgreep van Pinochet was hij naar Chili teruggereisd om het bewind van Salvador Allende te steunen. Hij kwam net op tijd om opgesloten te worden in een van de detentiecentra van de nieuwe dictatuur. Op miraculeuze wijze kwam hij vrij, omdat sommigen van de bewakers jeugdvrienden bleken te zijn geweest.

Voor Bolaño bleek het fascisme geen spel, zoals het dat voor de Verbrande in zijn roman Het Derde Rijk ook niet is. Je kunt er niet mee flirten, zoals Udo doet, zonder geconfronteerd te worden met de werkelijkheid die nog altijd haar sporen nalaat en haar wonden toont. Wanneer de Verbrande ten slotte Udo verslagen heeft, is het moment aangekomen van de gerechtigheid. Ook dat wordt door Bolaño slechts indirect verteld, hoogstens gesuggereerd. Maar eenmaal teruggekeerd in Duitsland tekent Udo in zijn dagboek op dat hij het ‘spel’ niet meer heeft aangeraakt. Op een internationaal congres van war gamers verschijnt hij nog wel, maar als een outsider. ‘Ik ruimde een beetje op […], waarna ik geruisloos het congresgebouw verliet.’

Met die woorden eindigt deze intrigerende roman, die zijn geheimen niet snel prijsgeeft en daarom om minstens twee keer lezen vraagt. Hij werd waarschijnlijk geschreven aan het eind van de jaren tachtig, ongeveer in de tijd van de handeling zelf. Mogelijk is hij zelfs de eerste roman waarmee Bolaño zijn geluk beproefde in een lucratiever genre dan de poëzie die hij tot dan toe had geschreven. Het is een raadsel waarom Het Derde Rijk altijd in Bolaño’s la is blijven liggen. Heeft hij geprobeerd het boek uitgegeven te krijgen? Werd het afgewezen of vond hij zelf de tijd of het boek nog niet rijp? Zijn eerste roman verscheen pas in 1994, zo’n vijf jaar later – en zelf heeft hij, toen het succes gekomen was, sommige romans uit zijn beginnerstijd alsnog gepubliceerd. Maar niet Het Derde Rijk.

De roem kwam pas met De wilde detectives: een hopeloos overschat leuterboek, en de fascinerende vijfling 2666. Met Het Derde Rijk was Bolaño wellicht al veel eerder ontdekt als een van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse schrijvers van zijn generatie. Nu is het zijn tragedie geworden dat zijn beste werken gedateerd zijn van vóór en na zijn publieke schrijversleven.