'Wie brengt dat op, eerlijkheid'?

In zijn nieuwe roman schetst Jonathan Coe het droevige leven van Maxwell Sim, een tanden- borstelvertegenwoordiger op drift. „Natuurlijk is het wreed en manipulatief wat ik doe; dat moet je zijn als fictieschrijver,” zegt hij tegen Pieter Steinz.

Aan huis wordt niet geïnterviewd – wie had anders verwacht bij de auteur van een roman met het woord privacy in de titel? Jonathan Coe ontvangt zijn bezoek in zijn werkruimte aan de Londense King’s Road. Een aftands trappenhuis met dito lift voert naar een spaarzaam ingericht tweekamerappartement, dat de schrijver in bruikleen heeft van een familielid. Hier kroop Coe een jaar geleden in de geest van de titelheld van The Terrible Privacy of Maxwell Sim, een eenzame, gescheiden bijna-vijftiger wiens vreugdeloze leven in een paar dagen compleet wordt opgeschud. Hier kwam hij op het idee voor een personage dat 74 Facebook-contacten heeft, maar geen vrienden en dat na een buitenlandse reis slechts één echt menselijk mailtje treft tussen de penisvergroters in zijn inbox.

De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim, zoals de roman in vertaling heet, is het boek waarmee Jonathan Coe (1961) na een half-mislukte generatieroman (The Rain before It Falls, 2007) terugkeerde naar datgene waarin hij een meester is: een tijdsbeeld schetsen aan de hand van personages die de lezer aan het hart gaan. Met één verschil: waren The Rotters’ Club, What a Carve Up! en The Closed Circle gewijd aan de decennia die achter ons liggen, in The Terrible Privacy richt Coe zijn pijlen op de moderne tijd. Al ontkent hij meteen dat hij een ‘era-defining book’ heeft willen schrijven.

„Je kunt nog niet zeggen wat bepalend was voor het decennium dat achter ons ligt”, zegt Coe met een gereserveerdheid die bij zijn Britse voorkomen past. „Was het de financiële crisis? Ons vertrouwen in een economisch systeem dat eigenlijk een occulte wetenschap is? De graagte waarmee we onze privacy opofferden aan veiligheid én aan virtuele sociale netwerken? The Terrible Privacy speelt zich af in 2009, het jaar dat ik het schreef. Het verhaal van de jaren nul was toen hard bezig zich te ontvouwen, je kon er nog geen vorm aan geven. Anders dan The Rotters’ Club, een kwart eeuw na de Seventies gepubliceerd, of What a Carve Up!, op veilige afstand van de Thatcherjaren, laat ik The Terrible Privacy dan ook abrupt eindigen: a cut-off point, as opposed to a resolution.”

Keerzijde

Coe concentreert zich in The Terrible Privacy op zijn personages, met name op Maxwell, die worstelt met zijn privacy. De Britse versie daarvan, om precies te zijn. Coe: „Voor de Engelsen is privacy een soort eenzaamheid die je bewust zoekt; het geeft je controle over jezelf. Wij houden ervan om ons van de rest van de wereld af te sluiten. Dat is op zichzelf niet iets negatiefs, maar er zit een keerzijde aan: als je je leven helemaal afschermt, weet de wereld ook niet wanneer je in de problemen zit.

„In The Terrible Privacy moet Maxwell zich na een depressie terugvechten in het sociale leven. Maar hij komt erachter dat de technologieën die bedoeld zijn om mensen bij elkaar te brengen, zoals computers en auto’s, averechts uitwerken. Het internet zorgt ervoor dat mensen elkaar niet meer in het echt hoeven te ontmoeten; snelwegen snijden de reiziger af van de dorpjes die eromheen liggen, de bewoonde wereld. E.M. Forster gaf het motto ‘Only connect’ mee aan zijn roman Howards End, over de begin-20ste-eeuwse standenmaatschappij. Volgens Maxwell zou ‘Only disconnect’ het beste motto voor modern Engeland zijn.”

Op het dieptepunt van zijn leven – zijn vrouw heeft met zijn dochter het huis verlaten, de relatie met zijn vader is hopeloos – krijgt Maxwell van een oude kennis de kans om mee te doen aan een bijzondere reclamecampagne. Als vertegenwoordiger van een ecologisch bewuste tandenborstelfirma moet hij naar het noordelijkste puntje van de Britse eilanden rijden, in een geleende Toyota Prius met navigatiesysteem. De reis wordt een ramp, en Maxwell ziet steeds meer parallellen tussen hemzelf en een van zijn jeugdhelden: de zeezeiler Donald Crawhurst, die eind jaren zestig meedeed aan een solorace waarbij hij niet alleen de verschrikkelijke eenzaamheid van de oceaan leerde kennen, maar ook de wereld bedroog door zijn logboeken te vervalsen en ten onrechte te doen alsof hij aan de winnende hand was. Totdat hij niet meer met zijn leugens kon leven en zelfmoord pleegde.

Crawhurst is een historische figuur, onderstreept Coe, maar als ‘getourmenteerde bedrieger’ ook een soort legende. „Zijn verhaal illustreert hoe zeer de wereld in veertig jaar veranderd is; de privacy die hij had, is tegenwoordig ondenkbaar, iedere beweging die wij maken wordt geregistreerd, door camera’s, door computers, door mobiele telefoons. Maar nog fascinerender vind ik het feit dat Crawhurst niet met zijn grote geheim kon leven. Daarin ligt de echte parallel met Maxwell, die er nog erger aan toe is. Ook hij heeft een geheim, maar dat houdt hij zelfs voor zichzelf verborgen. Als je een moraal in The Terrible Privacy wilt vinden, dan is het dat eerlijkheid ten opzichte van jezelf meer is dan de meeste mensen kunnen opbrengen.”

Geesteskind

Maxwell is in veel opzichten – en zeker aan het begin van de roman – een doodgewone man, zonder bijzonderheden. Maar op de vraag of het een uitdaging was om een saaie man voor de lezer boeiend te maken, reageert Coe fel, alsof hij zijn geesteskind wil verdedigen. „Ik vind hem helemaal niet saai. Hij is onhandig en hij heeft een baan die weinig van hem vergt, maar dat betekent niet dat hij niet de moeite waard is. Hij maakt bijvoorbeeld een interessante ontwikkeling door: van een man in depressie tot een zoon die zich verzoent met zijn vader en tegelijkertijd zichzelf leert kennen. Hij overleeft zijn midlifecrisis. Om tegemoet te komen aan de lezers die zelfs dát niet boeiend genoeg vinden, en ook om mezelf scherp te houden, heb ik in de roman een aantal verhalen opgenomen die niet Maxwell als verteller hebben: een lange brief over de zaak-Crawhurst, een creative writing-verhaal van Maxwells ex, het dagboek van een jeugdvriendin en een autobiografie van zijn vader.”

Vingerknip

Hoe geliefd Maxwell ook is bij Coe, aan het eind van de roman komt hij op een verrassende manier aan zijn eind: hij ontmoet zijn schepper op een strand in Australië en wordt door hem met een vingerknip naar het rijk der fabelen verwezen. Een postmoderne wending die Coe door veel critici niet in dank is afgenomen.

„Natuurlijk is het wreed en manipulatief wat ik doe”, zegt Coe met een glimlach. „Dat moet je zijn als fictieschrijver. Anders dan veel collega’s ben ik ook niet opgelucht als ik net een boek heb afgemaakt; ik walg van mezelf. Maar The Terrrible Privacy gaat onder meer over het verschil tussen echte sociale contacten en virtuele, over de verhouding tussen mensen achter de computer en de aliassen die ze aannemen op het net. De relatie tussen een auteur en zijn personage is vergelijkbaar met die tussen een internetter en zijn avatar, en dus was het niet meer dan logisch dat Maxwell en zijn schepper elkaar in deze roman tegenkomen. Ik heb me daarvoor laten inspireren door de experimentele romancier B.S. Johnson aan wie ik een biografie heb gewijd. Ook hij ging regelmatig in discussie met de personages die hij verzonnen had.”

Een van de figuren die Maxwell op zijn reis tegenkomt, is een oude buurvrouw van zijn vader, die klaagt dat het Engeland waar ze van hield niet meer bestaat en dat ‘Engeland z’n verleden heeft vergeten’. Denkt Jonathan Coe er zelf ook zo over en moeten we The Terrible Privacy lezen als een satire op kapitalistisch Groot-Brittannië?

Coe: „In al mijn personages zit wel iets van mezelf. Het is de luxe van fictie dat je alle aspecten van je persoonlijkheid los kunt halen om ze op een nieuwe manier weer in elkaar te zetten – op de manier die je zelf wilt. Natuurlijk lopen mijn ideeën niet parallel met die van Miss Erith, maar ze heeft een punt. De modernisering van Engeland in de afgelopen vijftig jaar is razend snel gegaan; het zou een wonder zijn als er niet veel waardevols langs de kant van de weg was achtergebleven. Nogal wat authentieke gemeenschappen zijn opgeofferd aan de technologische vooruitgang, het grootkapitaal, winstmaximalisatie. Het verlies daarvan proberen we goed te maken door virtuele communities op te zetten, maar dat is niet hetzelfde.”

Tomtom

Het is op dit moment, wanneer hij vindt dat alle vragen beantwoord zijn, dat Jonathan Coe een bresje slaat in zijn eigen privacy. Hij biedt aan om de interviewer een lift te geven naar het dichtstbijzijnde metrostation. De auto staat om de hoek en blijkt een Toyota Prius – dezelfde die Maxwell Sim naar het hoge noorden voert. Ook de tomtom – ingesproken door een zwoele vrouwenstem – is dezelfde als in de roman.

Coe lacht een beetje betrapt. „Zoals ik al zei, er zitten nogal wat van mijn eigen zorgen, angsten en neurosen in The Terrible Privacy. Er zijn veel mensen naar me toegekomen die zeiden dat het zo’n prestatie was dat ik schreef over iemand die zo anders is dan ik. Maar Maxwell staat heel dicht bij me. Als we elkaar zouden tegenkomen, in een van die hamburgertenten aan de snelweg waar hij zo dol op is, dan zouden we geweldig met elkaar kunnen opschieten.”

Jonathan Coe: De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim. Vert. Otto Biersma en Willem Muilenburg. De Bezige Bij, 410 blz. € 19,90. De Engelse editie is verschenen bij Viking Penguin.Coe treedt do. 30 sept. (20u) op bij de SLAA in De Balie in Amsterdam. Reserveren. www.debalie.nl of 020 5535100. Op 27, 28 en 29 september treedt Coe op in respectievelijk Brussel, Gent en Leuven.