Web van onheil op Sardinië

Marcello Fois: Beter dood. Vertaald uit het Italiaans door Manon Smits. De Geus, 288 blz. € 19.90.

Urenlang loopt Lina Peredda heen en weer in haar cel, haar stappen tellend. Ze is een labiele vrouw, die is veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf voor het doodslaan van haar man met een hamer.

Wanhoop en depressie kenmerken vrijwel alle personages in Beter dood van Marcello Fois. Het verleden spookt rond en broeit onder de oppervlakte. Heel behoedzaam weeft Fois een web van gecompliceerde personages en relaties. Pas halverwege worden de draden zichtbaar die de eilandbewoners met elkaar verbinden.

Plek des onheils is Fois’ geboortegrond Sardinië, waar de te verwachten mediterrane couleur locale vrijwel volledig ontbreekt. Deze zwarte thriller, al in 1993 in Italië verschenen, is de derde in een lange reeks romans van de in eigen land veel geprezen Fois. In zijn latere literaire detectives, waarvan er drie eerder in Nederland werden gebundeld als Misdaad op Sardinië, speelt het eilandlandschap wél een rol.

Beter dood opent als een klassieke detective met de vondst van een lijk en eindigt ook zo met een bloedstollende slotscène. Maar het moordplot dat de rode draad vormt in het boek, wordt slechts terloops gemeld: in drie jaar tijd verdwijnen op een eiland vier onopvallende schoolmeisjes. In een besneeuwde, ijskoude winter zoeken rechters, politieagenten en een journaliste koortsachtig naar de samenhang.

Dit geharrewar rondom de moordzaak en de persoonlijke problemen van de karakters krijgt alle aandacht. Fois, die ook scenario’s schrijft, verschuift het perspectief steeds binnen een groep uiteenlopende personages: de jonge, werkloze Paolo, een paar zich vervelende criminelen, twee rechters die tegenover elkaar staan en een pientere journaliste. En dan is er nog een schijnbaar uit het niets opgedoken zakenman, een octopus te midden van een schimmig corruptiecomplot.

Doordat Fois in het filmische Beter dood de leefwereld van zijn personages in close-up beschrijft, zonder uit te weiden over het Sardijnse landschap dat hen omringt, benadrukt hij hoe beklemmend hun situaties zijn: een jongen die samenwoont met zijn bemoeizuchtige oma, een altijd bedompt politiebureau waar iedereen elkaar dekt, de nauwe banden tussen burgemeester en bouwsector. Op een eiland, ver weg van het vasteland, is het bovendien makkelijk je te verstoppen voor de rest van de wereld.

Het raadselachtige verhaal doet je steeds weer terugbladeren, naar hoe het ooit begon. Fois schrijft gedetailleerd, maar laat ook veel weg; hij ritst flarden uit de levens van de personages. Hierdoor blijft veel onduidelijk. Maar dit gebeurt bijna onmerkbaar; Fois leidt je met zijn uitweidingen steeds af van de hoofdweg. Dat dit werkt, is knap: door de subtiele stijl en de intrigerende personages word je als lezer meegevoerd en, evenals de in het verhaal vermoorde meisjes, in een slim geconstrueerde val gelokt.