Waar de verlichting ophoudt

China laat zich meestal graag voorstaan op de snelle ontwikkeling van allerlei economische sectoren. Maar níet als het om de groei in de seksindustrie gaat. Daar wordt zeer besmuikt over gedaan.

De Chinese seksindustrie: zij groeit en bloeit, maar is zelden goed zichtbaar. Neem het elf verdiepingen hoge gebouw aan de Xinjiang Lu in Shanghai. Op de begane grond en de eerste etage zijn de groothandelaren in thee, kruiden, traditionele Chinese medicijnen en huishoudelijke artikelen gevestigd. De drukte bij het pand – vrachtwagens, kruiers en en buitenlanders – wordt pas verklaard op de tweede etage.

Winkel na winkel tot aan de plafonds gevuld met kunstpenissen in alle kleuren, vibrators, al dan niet opblaasbare poppen (Little Honey) met ronde, opengesperde botoxmonden en parafernalia met namen als G-spot Suction Cup.

Tot aan de negende verdieping zijn hier de groothandelaren van „speelgoed voor volwassenen” gevestigd. „Zeventig tot tachtig procent van alle seksproducten wordt in China gemaakt”, weet mevrouw Chen Ling te vertellen, terwijl zij bestelbonnen voor een partij van 5.000 viagrapillen aftekent.

Gezeten voor een afgesloten vitrine met de duurdere vibratorssterkende pillen” met namen als ‘Golden Vigra’ wordt niet meegerekend. Met die handel in blauwe pilletjes in doosjes van teakhout of bamboe wordt veel geld verdiend, vertelt mevrouw Chen.

Echte Viagra, een dollar of tien per stuk, is gewoon te duur voor een gewone man, zegt zij. De Chinese namaak komt op amper een halve dollar per pil. Dat het om een schending van intellectuele eigendomsrechten gaat, is haar bekend, maar niet haar probleem. Ook de Chinese autoriteiten doen daar niet moeilijk over.

Na pillen doen ook condooms het goed, gevolgd door vibrators, die zij verkoopt voor minder dan een dollar per exemplaar aan Amerikaanse en Europese seksshops, waar al snel 30 dollar en meer wordt gerekend. Kunstpenissen van pornosterformaat raken volgens haar uit de mode, terwijl fysiologisch correctere types van het merk Cute Dragon steeds populairder worden.

Oma Chen komt langs met warm water voor de thee, een van de tantes die de andere winkel van mevrouw Chen beheren, zit verlegen om een praatje en meneer Chen sjouwt met zijn zoon dozen met buitenlandse adressen naar de uitgang van het pand. Vader en zoon Chen regelen alles op het gebied van transport en douaneformaliteiten. De meeste bestellingen komen tegenwoordig binnen via e-mail en websites. Zij mist daardoor dat rechtstreekse contact met haar internationale klanten, onder wie Nederlanders.

Natuurlijk heeft mevrouw Chen ook wat te klagen. Het feit dat de handelaren worden geweerd van de begane grond en de eerste etage van de kantoorkolos in Shanghai vindt zij een belemmering van de bedrijfsvoering. En dat geldt ook voor het verbod op adverteren en het ophangen van reclameborden in de omgeving van het gebouw.

„We betalen belasting, we vormen een van de snelst groeiende sectoren van de economie en toch doen de autoriteiten alsof we een ondergrondse business zijn. De overheid heeft twee gezichten”, zegt zij. Het is nog een beleefde manier om de nationale hypocrisie te omschrijven.

Normaal gesproken laat China zich graag voorstaan op de snelle ontwikkeling van economische sectoren, maar niet als het om de groei in de seksbranche gaat. Daar wordt zeer besmuikt over gedaan.

Dat geldt niet alleen voor het scala aan speelgoed, voorbehoedmiddelen en prestatiepillen, maar ook en vooral voor de toename van het aantal ‘sekswerkers’, speciale massage-salons, karaokebars en ‘ladyboys’ in de grote stadsparken. Een rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken spreekt over 10 miljoen prostituees in China. De Chinese econoom Yang Fan zegt dat het zelfs om 20 miljoen hoeren gaat.

Gezien de grootschaligheid van de campagnes die de politiekorpsen van de twintig grootste steden van China op het ogenblik voeren tegen prostituees, lijkt het tweede cijfer dichter bij de waarheid dan het eerste. Alleen al in Dongguan, waar de grote elektronicafabrieken van de wereld zijn gevestigd, werken 100.000 meisjes en vrouwen liever in de prostitutie dan aan de lopende band.

In deze maanden durende politieacties zijn vooral vrouwen als Liu Juan (35), Liu Haiyan (34) en Liu Min (33) het doelwit. Alle drie zijn zij, net als miljoenen andere jonge arbeidsmigranten, aanvankelijk naar de grote stad getrokken om te gaan werken in de fabrieken, maar om allerlei redenen overgestapt naar de prostitutie.

Het drietal uit hetzelfde dorp, Liujiancun in de provincie Hunan, werkt op het ogenblik in het Shanghaise Putuopark. Hun mannen, die thuis zijn gebleven om het land te bewerken en op de kinderen te passen, weten niet dat zij hun geld verdienen door zich elke avond door 7 of 8 mannen te laten neuken tegen betaling van 50 yuan (5,84 euro) per persoon. „Het duurt nooit langer dan een minuut of zes, zeven, condooms zijn verplicht en het levert per avond zo’n 300, 350 yuan op”, vertelt Liu Juan. Zij werkt zes dagen per week van half acht ’s avonds tot een uur of twee en verdient gemiddeld 40 euro per avond.

Dat is 240 euro per week en 960 euro per maand. Omgerekend is dat bijna 9.000 yuan per maand en daarmee het tienvoudige van het gemiddelde loon van een arbeidsmigrant in een van de nationale of internationale fabrieken in Shanghai. „Waarom zouden wij niet rijk mogen worden? Beter rijk en ongelukkig als sekswerker, dan arm en ongelukkig als arbeidster in de fabriek”, zegt zij hard lachend.

Het park, in een van de vele nieuwbouwwijken aan de westelijke rand van de stad, vormt ’s avonds een decor waar filmmaker Fellini van gesmuld zou hebben. Bij de ingangen wordt, zoals overal in de parken van China, gedanst, gekaart en gepraat. Opa’s en oma’s maken met kleinkinderen nog een ommetje, terwijl vaders kaarten en moeders samen met buurvrouwen dansen op The Beatles en Strauss.

Waar de verlichting ophoudt en de bosschages dichter worden, staan Juan, Haiyan en Min en tientallen andere vrouwen langs de betonnen voetpaden. Rond tienen op een bloedhete augustusavond is het hier net zo druk als bij de ingangen.

Af en toe worden Juan, Haiyan en Min aangesproken door mannen op scooters of fietsen, om op gezette tijden in de bosjes te verdwijnen. Het gaat met dezelfde efficiëntie en snelheid waarmee in de fabrieken in Dongguan de nieuwe iPads van de band rollen. Thuis ontvangen doen zij niet, want dat duurt te lang.

„We houden elkaar goed in de gaten en helpen elkaar als er problemen zijn’’, vertelt Min later. Niet betalende klanten vormen het grootste probleem, want de afrekening geschiedt altijd achteraf.

Zij werken niet met pooiers („zonde van het geld”, aldus Haiyan) en kunnen de meeste moeilijkheden oplossen. Vooral de kleine, maar stevig gebouwde Juan, wier spieren en borsten uit een niemendalletje puilen, klinkt geloofwaardig als zij zegt de meeste mannen makkelijk aan te kunnen.

De drie dames zitten in de eindfase van hun bestaan als prostituee. Toen ze jong waren werkten ze ’s avonds in de bars en hotels van Shanghai en Wuhan en overdag in de speciale massagesalons, meestal herkenbaar aan de verveeld hangende meisjes met veel make-up en ultrakorte rokken. Een jaar of drie geleden konden de drie Liu-vrouwen daar niet meer terecht, de concurrentie van nieuwe meisjes en vooral van studentes werd te groot.

Wie in deze hoek van de Chinese seksindustrie de 30 gepasseerd is, moet of voldoende geld hebben gespaard om terug te keren naar de dorpen, of alsnog werk zoeken in de fabriek, of de loopbaan nog wat rekken met ‘dienstverlening’ in de parken. En juist daar lopen zij de meeste risico’s te worden opgepakt. De hotels en clubs worden doorgaans beschermd, niet alleen door de politie, maar ook partijbestuurders met zakelijke belangen. De massagesalons weten zich ook beschermd, tenminste als zij de politie hebben afgekocht of voor bezoekende agenten de tarieven verlagen.

Misschien nog één winter en één zomer, maar dan keren Juan, Hai-yan en Min terug naar de provincie. „Terug naar de andere varkens”, zegt Min. Haiyan wil een restaurant openen, Juan heeft ambitieuzere plannen. Als zij terug is gaat zij eerst van haar man („een totale nietsnut”) scheiden en daarna begint zij haar eigen zaak.

Zij denkt aan een speciale massagesalon waar „beautiful ladies massage with happy ending” geven of aan een moderne seksshop in de grote stad waar haar dorp bestuurlijk toe behoort. „Aan de voorkant gaat het op een theehuis lijken, maar aan de achterkant wordt het een winkel in seksartikelen en medicijnen”, zo stelt zij zich haar onderneming voor.

Dat dit bedrijfsmodel in Nederlandse coffeeshops zeer bekend is, vindt zij fascinerend om te horen, en het naamkaartje van mevrouw Chens’ groothandel in Shanghai schrijft zij graag over.

Met medewerking van Lu Junting.

Dit is deel negentien van een serie over prostitutie wereldwijd.