Stel nu dat alles op aarde langzaam ten onder gaat

Steven Amsterdam: Wat we niet zagen aankomen. Vert. Harm Damsma en Nieke Miedema. Ailantus, 232 blz. € 18,95

‘We leven in een gewelddadige tijd’, en dat zullen we weten ook. De in Australië woonachtige Steven Amsterdam laat er in zijn toekomstroman Wat we niet zagen aankomen geen misverstand over bestaan: we zullen allemaal snel sterven aan epidemieën, overstromingen, droogte of huidkanker en we hebben geen nakomelingen wegens de heersende onvruchtbaarheid die het resultaat is van onze weigeringen om het milieu voorrang te verlenen boven economische of politieke overwegingen. Wanneer de Australische oppositieleider en klimaatscepticus Tony Abbott dit boek leest voordat hij een poging doet om in een coalitieregering de Groenen binnenboord halen, dan zal hij lezen waartoe zijn scepsis kan leiden.

Het is 1999 wanneer een negenjarig jongetje vlak voor Oud en Nieuw met zijn ouders de stad ontvlucht. Vooral zijn vader weet zeker dat het mis zal gaan tijdens de millenniumwisseling. En inderdaad: een knal en alles gaat op zwart. Wat daarna volgt zijn acht hoofdstukken waarin de lezer verschillende fases meemaakt uit het leven van de hoofdpersoon. In elk hoofdstuk is hij enkele jaren ouder, en telkens is de wereld weer verder achteruit gegaan. Het geheel eindigt rond 2030 wanneer de ik een reisleider en tevens kankerpatiënt is in een gesteriliseerde wereld waar in te ademen lucht geleverd wordt door bacterievrije airco’s. Wie net als de ik-persoon al die jaren wilde overleven, heeft dat maar op één manier kunnen doen: alle beschaving en fatsoensnormen laten varen. Wat heb je immers aan fatsoen als je eraan doodgaat?

Het klinkt allemaal zwaar en dat is het ook. Amsterdam mikt hoog in zijn debuut. Met een apocalyptische roman plaats je je meteen in een rijke en levende traditie van anti-utopische films en boeken. En dat beschaving bestaat uit weinig meer dan een laagje vernis, dat wisten we al sinds Céline of W.F. Hermans. Tegen de achtergrond van een sciencefictionachtige toekomstroman lijkt dat een vrijblijvender conclusie dan wanneer dat in het decor van de Tweede Wereldoorlog wordt uitgebeeld. Zo ver zal het allemaal niet komen, toch?

Maar Amsterdam slaagt erin je betrokken te laten voelen. De ik krijgt herkenbare emoties mee: angst, eenzaamheid, jaloezie, en die worden overtuigend vormgegeven. Zo zit Amsterdam je dichter op de huid dan je zou willen. Wie het boek uitheeft denkt vanzelf mee met de nog te vormen Australische coalitie: moet democratie nog wel vóór het milieu gaan? Of is het stellen van die vraag al meteen het begin van een eerste tornen aan onze kostbare westerse waarden? Misschien moet Tony Abbott dit boek toch nog even gesloten laten.