Slechte opleiding mbo sneller gestraft

Zeer zwakke opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) moeten sneller dan voorheen zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs op orde komt. Een zeer zwakke mbo-opleiding krijgt nog maar één jaar de tijd om de kwaliteit te verbeteren, in plaats van twee jaar, zoals het geval was.

Demissionair staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) heeft dat gisteren gemeld. De maatregel gaat, met terugwerkende kracht, per 1 augustus in. Wanneer na een jaar tijdens „heronderzoek” door de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat de kwaliteit van een opleiding nog altijd onvoldoende is, zal de staatssecretaris „niet aarzelen de onderwijslicentie in te trekken”, schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer.

Na negatieve berichten over de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs, heeft Van Bijsterveldt dit voorjaar een ombudslijn in het leven geroepen, waar scholieren met hun klachten terecht kunnen. Ook is in mei een commissie ingesteld onder voorzitterschap van voormalig Corusbestuurder Marjan Oudeman. Zij onderzoekt de bestuurbaarheid van het mbo. De staatssecretaris wil weten of het mbo niet „te complex is geworden” om goed te kunnen worden bestuurd. De commissie rapporteert dit najaar.

Momenteel hebben 37 van de ongeveer 11.000 mbo-opleidingen het predicaat ‘zeer zwak’. Daarnaast zijn er landelijk 298 mbo-opleidingen waarvan de examinering onder de maat is.

De Inspectie van het Onderwijs is in februari begonnen met het publiceren op internet van de lijst met zeer zwakke opleidingen. Overigens worden lang niet alle opleidingen gecontroleerd. De Inspectie bezoekt voornamelijk opleidingen waarover het negatieve signalen heeft ontvangen.