Servië voert strijd om Kosovo via VN-resolutie

Servië heeft de strijd om Kosovo nog niet opgegeven. Het zoekt daarvoor diplomatieke steun bij ongebonden landen, maar wil tegelijk de EU te vriend houden.

Belgrado, 3 sept. - Het Sava Center, een groene piramide van glas en beton aan de gelijknamige rivier, zal in 2011 weer regeringsleiders ontvangen. Vijftig jaar na de oprichtingsvergadering onder aanvoering van de Joegoslavische leider Josip Broz Tito komt de Beweging van Niet-gebonden Landen weer bijeen in Belgrado. De organisatie was tijdens de Koude Oorlog een gesprekspartner voor Oost en West, maar  lijkt nu vooral een verband van landen zonder vrienden. Servië, de grootste uit Joegoslavië voortgekomen republiek, is formeel slechts toehoorder, maar wel een hyperactieve.

Minister van Buitenlandse Zaken Vuk Jeremic bood recent aan het jubileum te organiseren. Het is een van de middelen waarmee de Servische diplomatie bij landen als Libië en Brunei steun werft voor haar strijd tegen de onafhankelijkheid van Kosovo. Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in juli dat die onafhankelijkheidsverklaring niet illegaal is, maar Servië heeft de diplomatieke strijd nog niet opgegeven.

Als niets aan de agenda verandert, stemt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) volgende week, voorgezeten door Libië, over een door Servië geschreven resolutie. Het is een verkapte veroordeling van de eenzijdige afscheiding van Kosovo en een oproep tot onderhandelingen. Die zouden wat Servië betreft ook over de status van het gebied moeten gaan.

Predrag Simic heeft een déjà vu. „Joegoslavië was een van de landen die de meeste VN-resoluties indiende”, zegt de 57-jarige professor Balkangeschiedenis, voormalig Servisch ambassadeur in Parijs. Dat Servische politici pogen de strijd via de VN te voeren noemt hij een „overerfde manier van denken en een ontkenning van de realiteit. Kleine landen zoals wij moeten de snelste weg naar een veilige haven zoeken. De EU is de enige keus op de menukaart.”

De afgelopen weken is de druk op Servië opgevoerd om zich te schikken en onder leiding van de Europese Unie te zoeken naar een werkbare oplossing voor het Kosovoconflict en de VN-resolutie in te trekken of aan te passen. Vorige week kwam de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle langs om nog eens duidelijk te maken dat de onafhankelijkheid van Kosovo „onomkeerbaar” is.

Amerikaanse diplomaten dringen aan op een Europese oplossing. De EU is verdeeld in 22 landen die de onafhankelijkheid van Kosovo wel hebben erkend en vijf die dat niet hebben gedaan. Het is met moeite gelukt tot een gezamenlijk standpunt te komen dat erop neerkomt dat Servië en Kosovo met elkaar in gesprek moeten om zoveel mogelijk onderlinge problemen op te lossen. De Europese Commissie biedt aan die gesprekken te „faciliteren”.

Servië hoeft de onafhankelijkheid van Kosovo daarvoor niet te erkennen, maar de EU wil geen bevroren conflict aan haar buitengrens. Servië probeert nu nog op allerlei manieren de ontwikkeling van Kosovo tot een zelfstandig land te blokkeren.

Een stemming in de VN over de Servische resolutie in zijn huidige vorm zou voor alle betrokkenen schadelijk zijn, schatten analisten in. Het zou te boek komen te staan als een falen van de prille diplomatie van de Europese Commissie. Servië zou openlijk laten zien dat het vrienden als Iran en de Filippijnen belangrijker vindt dan haar Europese buren. En Servië noch Kosovo schieten er iets mee op.

Vroeg of laat zal de Servische regering moeten erkennen dat de twee miljoen Albanezen in Kosovo onder een andere regering vallen en daarmee in gesprek moeten gaan, zegt Ivan Vejvoda, directeur van het Balkan Trust for Democracy, een regeringsgezinde denktank. „De uitkomst op middellange termijn is duidelijk, Servië en Kosovo horen bij de EU en NAVO”, zegt hij in zijn kantoor in Belgrado. „De vraag is alleen nog hoe we van hier naar daar komen.”

Servische politici kunnen of durven het zich niet te veroorloven het verlies van Kosovo publiekelijk te accepteren. Tegelijk willen ze Servië niet isoleren en zijn alle politieke partijen het eens over de ambitie EU-lid te worden. Het is de vraag hoe lang de regering het uitstelspel nog kan en wil rekken. Vejvoda denkt dat het einde van dat spel in zicht is.

President Boris Tadic toont zich niet ongevoelig voor alle druk en zinspeelde afgelopen weekend op een compromis. Spanje, de belangrijkste EU-staat die Kosovo niet heeft erkend, zou nu achter de schermen meeschrijven aan een nieuwe resolutietekst, waar zowel Servië als de EU achter staan. Vermoedelijk komt die neer op een oproep tot dialoog over onopgeloste problemen.

Daarmee komt de resolutie opvallend dicht bij het aanbod van EU-buitenlandvertegenwoordiger Catherine Ashton. Snel nadat het Internationaal VN-gerechtshof in Den Haag in juli oordeelde dat de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo niet illegaal was, riep Ashton beide regeringen op het moment aan te grijpen om met elkaar te gaan praten. De Europese Commissie kan daarbij helpen, benadrukte ze. Een dezer dagen heeft de Servische president een werkdiner met Ashton in Brussel. Dan moet duidelijk zijn aan wiens vriendschap Servië de meeste waarde hecht.