Proef met campussen voor probleemjongeren mislukt

Campussen die probleemjongeren op het rechte pad moeten brengen, zijn geen succes. Volgens Bureau Intraval bereikt van de negen proefcampussen alleen die in Rotterdam de doelgroep. Het ministerie voor Jeugd en Gezin van André Rouvoet (ChristenUnie) heeft de evaluatie gisteren openbaar gemaakt.

Demissionair minister Rouvoet maakte in zijn beleid een speerpunt van deze internaten, waar moeilijk opvoedbare kinderen discipline en regelmaat worden bijgebracht. Hij wilde ermee voorkomen dat onwillige jongeren die niet werken of naar school gaan crimineel worden.

Het blijkt veel tijd te kosten de jongeren uit de doelgroep op te sporen en hen vervolgens voor een campus te enthousiasmeren. Zij doen mee op basis van vrijwilligheid, niemand kan hun verplichten naar een campus te gaan.

De onderzoekers vragen zich af of minister en parlement de doelgroep niet hebben overschat. Men ging uit van dertig- tot veertigduizend jongeren, nu gaat men uit van negenduizend jongeren.

Van de jongeren die naar een van de negen proefcampussen zijn gegaan, heeft driekwart er baat bij. De meesten behoren niet tot de doelgroep. Wel hebben ze problemen op meer terreinen. „Zij hebben behoefte aan duidelijkheid, structuur en arbeidsvaardigheden’’, zegt onderzoeker Bert Bieleman. Het opdoen van arbeidsvaardigheden blijkt beter aan te slaan dan theoretisch gericht onderwijs.

Bieleman vraagt zich echter af of daarvoor campussen nodig zijn. Jongeren kunnen ook in een andere omgeving structuur en discipline bijgebracht worden. Essentieel is wel dat zij zich daar dan voor langere tijd – een half tot een heel jaar – inspannen om hun leven weer op de rails te krijgen.

De proefcampussen verschilden van opzet. Friesland telde er één die voldeed aan het klassieke beeld van een internaat waar jongeren 24 uur per dag verblijven.

Bieleman vindt dat de minister duidelijker had moeten zijn over de doelgroep. En hij had volgens de onderzoeker campussen die zich niet nadrukkelijk richten op onwillige jongeren, niet moeten toelaten tot het proefproject. Volgens Rouvoet zijn alleen succesvolle proeven levensvatbaar.