Politici hunkeren naar liefde

Filmmaker Robert Oey maakte een documentaire over de paspoortaffaire rond Ayaan Hirsi Ali. Een film vol dubbele bodems, waarin de hoofdrolspelers van weleer in gezang uitbarsten. „Ik wil geen nummertje maken. Mijn Verdonk is niet om te lachen.

‘Femke bedankt / zei zij op teevee / en ik droeg die woorden / als een korset met me mee.’Femke Halsema, partijleider van GroenLinks, staat voor de spiegel. Ze kijkt naar zichzelf en zingt. Het is de dankbaarheid van Hirsi Ali die haar vertwijfelt, zelfs pijnigt. Wat moet ze denken van die openlijke dankbetuiging, vlak voor haar vertrek naar Amerika?

Halsema zingt verder: „Het beeld getekend van mij – ik wil / dat het verdwijnt / dat het zwijgt – dat het zwijgt.”

Ze zingt deze woorden in een film die gemaakt is door haar partner, Robert Oey, tevens vader van haar kinderen.

Over drie weken gaat de film De leugen in première, op het Nederlands filmfestival in Utrecht. Centraal erin staat de affaire die uiteindelijk leidde tot de val van het tweede kabinet Balkenende. Hoofdrolspelers daarin: Hirsi Ali, destijds Kamerlid voor de VVD, en Rita Verdonk, toenmalig minister voor vreemdelingenzaken en integratie namens dezelfde partij.

Verdonk meende dat Hirsi Ali het Nederlanderschap wettelijk nooit had verworven omdat ze bij aankomst onjuiste informatie had verstrekt over haar naam en geboortedatum. Dit tot ergernis van een groot deel van de Tweede Kamer. De debatten die volgden, leverden vuurwerk op. De minister werd opportunisme verweten én overdreven rechtlijnigheid.

De VVD was vrij stil. Verdonk was immers een van hen, net als Hirsi Ali. Achter de schermen kreeg het in opspraak geraakte Kamerlid wel hulp van partijgenoten, maar voor de schermen was het vooral Halsema van GroenLinks die de minister in de meest forse bewoordingen aanpakte. Het bedankje van Hirsi Ali kwam daarom niet helemaal uit de lucht vallen. In de film erkent Halsema ook ruiterlijk dat ze zich aanvankelijk vereerd voelde; ‘Ayaan’ dankte haar. De woorden die haar latere twijfel uitdrukken, zijn van de dichter Erik Jan Harmens. De muziek onder het lied, en onder alle liederen in de film, is van Robert Jan Stips.

En toch is de film een documentaire: non-fictie. Zonder nagespeelde scènes: de hoofdrolspelers proberen hun waarheid onder woorden te brengen over daadwerkelijk voorgevallen gebeurtenissen. Van verdichting is geen sprake.

Waarom dan wel zingen?

De bedoeling was om maskers te laten vallen, zo legt maker Oey uit: „Achter de bordkartonnen imago’s van politici zitten mensen, interessante mensen met serieuze dilemma’s. Om die te laten horen, is het geijkte middel van het interview niet zo geschikt, dan gaan ze telkens in dezelfde aangeleerde stand staan. Bovendien voelen geïnterviewden zich na lezing of het zien van de verknipte versie van een interview met hen, vaak gepakt. Bij een lied is dat anders. Voordat mensen als Verdonk, maar ook Femke, bereid zijn een tekst te zingen over zichzelf, over hoe zij kwesties hebben ervaren, dan weet je echt wel dat die tekst raak is.”

Het is ook daarom dat de interviews in de film worden afgenomen door anderen dan Oey, mensen die meestal op vertrouwelijke voet verkeren met de geïnterviewden.

Tegelijk laat Oey met het gezang zien, bewust of niet, hoe groot de macht van de camera is. Natuurlijk, politici zijn gewend teksten van anderen uit te spreken en die zo verleidelijk mogelijk voor te dragen. Ze zijn ook gewend in te gaan op de verzoeken van het journaille, want wie lastig doet, komt weinig in de krant of op de televisie, een stilte die de kiezer niet beloont. Maar de vraag die het beeld van een zingende Verdonk opwerpt, is hoe ver politici gaan als ze zelfs bereid blijken de teksten van een dichter te zingen over hun eigen situatie. Dat gaat nog even wat verder dan bekende popdeuntjes zingen in het televisieprogramma De wereld draait door, enkele dagen voor de verkiezingen.

Een voorzichtig antwoord: politici gaan ver. Dat bleek de afgelopen jaren vooral op het televisiekanaal Het gesprek, waarop interviewer Jaïr Ferwerda Kamerleden de meest genante kunstjes liet vertonen. In een wekelijks terugkerende rubriek met VVD’er Helma Neppérus plagieerde zij gedwee haar eigen, typische soldatenloopje in de gangen van de Tweede Kamer. Vervolgens liet ze zich iedere week interviewen met Ferwerda’s hoofd steevast naast het hare. Zo kon hij met haar de camera inkijken, om kijkers zijn non-verbale reacties te geven op de antwoorden die het Kamerlid gaf op zijn eigen gekscherende vragen. Geestig, zeker, maar ook werd duidelijk dat het Kamerlid zich gewillig liet reduceren tot een attribuut in Ferwerda’s cabaretvoorstelling.

Oey: „Ik ben me van de macht van de camera bewust. Maar denk niet dat het makkelijk is het vertrouwen te winnen van iemand als Verdonk. Dat ik de partner ben van Femke was natuurlijk ook niet echt een aanbeveling.”

De politici zingen een tekst die de filmmaker hen heeft aangereikt. Prettig neveneffect is dat ze daarmee de waarheidsclaim van alle opgewonden woorden ondergraven die de politici op gebruikte archiefbeelden uitspreken, overigens zonder dat de film een pretentie van ernst opgeeft.

Niet alleen het gezang, ook de cameravoering suggereert dat het om een gedramatiseerde versie van gebeurtenissen gaat. Ten onrechte, zegt Oey. „Dat jij dat zo ervaart, zegt vooral iets over de huidige modes in de filmwereld en aan de conditionering die dat bij de toeschouwer tot gevolg heeft. Dat wat er beroerd uitziet, gaat tegenwoordig door voor authentiek. Dat komt door al die verborgen camera’s en goedkope hand gedragen cameraatjes. Zelfs een film als United 93, over het gekaapte vliegtuig dat op 11 september 2001op weg was naar het Witte Huis, heeft een schokkerige cameravoering gekregen. Dat hoort nu eenmaal bij waargebeurde vertellingen. Daar probeer ik tegenin te gaan. Waarom zou non-fictie niet mooi mogen zijn?”

De film werpt meer vragen op. Zo lijkt de ‘leugen’ uit de titel aanvankelijk te refereren aan het verhaal dat Hirsi Ali vertelde om het Nederlanderschap te verwerven. Die leugen was al bekend, maar werd ‘opgepijpt’, zoals journalisten dat nogal omineus onder elkaar noemen, door het televisieprogramma Zembla. Dat bracht het als een onthulling, verzamelde meningen van verontwaardigden en confronteerden Hirsi Ali met haar eigen verzinsel, in een context waarin zij de verdachte was en de programmamakers het tribunaal. Zembla’s aanklacht landde in vruchtbare aarde. Ondanks haar populariteit onder Nederlandse intellectuelen van divers politiek pluimage, bleek ze allesbehalve geliefd te zijn onder de Nederlandse bevolking.

De werkwijze van Zembla laat Oey in de film bekritiseren door journalist Hans Wansink, waarmee hij al vroeg in de film duidelijk maakt, al is het subtiel, dat hij niet alleen conflicterende interpretaties van de gebeurtenissen wil opdienen, maar ook de registratie van politieke drama’s problematiseert. „Die leidt als snel tot stevige meningen, bij iedereen”, zo zegt Oey. „Maar met deze film heb ik juist willen laten zien dat het veroordelen van anderen vanwege leugenachtig gedrag vol valkuilen zit.”

Die valkuilen laat Oey zien door net wanneer de film definitief lijkt te kiezen voor verontwaardiging over de uitzending van Zembla en de „grenzeloze hardvochtigheid in de beoordeling van Hirsi Ali” (Halsema), met beelden op de proppen te komen van asielzoekers die in moeilijke omstandigheden al jaren tevergeefs wachten op hun naturalisatie. Zij spreken vol verontwaardiging over de leugens van Hirsi Ali. Zij hebben besloten eerlijk te zijn en kijk waar het hen heeft gebracht, jaren nadat ze politiek asiel hebben aangevraagd in Nederland. Nergens. Terwijl zij Kamerlid is. Ultieme klacht: een effectief geplaatste leugen kan een mens ver brengen.

En zo vervalt Hirsi Ali van voorbeeldige immigrant die het schopte tot charmante volksvertegenwoordiger, tot valsspeler, en dus tot het voorbeeld van een politicus. Want dat is een leugenaar en een opportunist. Wie dat nog niet wist, krijgt het ingepeperd door inbellende luisteraars van Standplaats.nl, een radioprogramma dat in De leugen als koor fungeert van het tragediespel rond Hirsi Ali’s paspoortaffaire. Eén zegt: „Ik heb nog nooit een politicus kunnen betrappen op een waarheid”. Een ander: „Via het roddelcircuit heb ik gehoord dat er veel meer aan de hand is. Dus ik zeg: Nederland wordt wakker!”

Tussen die kakofonie van stelligheden krijgt dan langzaam het getob van Halsema gestalte. In het Kamerdebat heeft zij Verdonk leugenachtigheid verweten, met groot aplomb. Verdonk zou al die tijd hebben geweten dat Hirsi Ali’s werkelijke naam Magan is, omdat het VVD-Kamerlid die naam zou hebben gebruikt in haar e-mailadres. Verdonk kreeg toch regelmatig mail van Hirsi Magan Ali? Verdonk ontkent. Ze reageert verbaasd dat Halsema er over doorgaat. Ze maakt bezwaar, tegenover de Kamervoorzitter. Halsema gaat door. Maar ook de GroenLinksleider zag toen al, met de kijker, dat Verdonk dit keer de waarheid sprak: ze heeft nooit e-mails gekregen van iemand die Magan als naam voert.

Later blijkt dat Hirsi Ali deze ‘tip’ aan Halsema tijdens het debat gaf, per mobiele telefoon. Een onwaarheid dus. Of een leugen, en dat zit Halsema niet lekker, die het vuur uit de sloffen heeft gelopen om Hirsi Ali te verdedigen. Heeft ze zich in haar verlangen om Verdonk te attaqueren al te makkelijk door Hirsi Ali laten gebruiken? Vandaar het bedankje?

Over die twijfel zingt ze. De kijker wentelt zich inmiddels in een brouwsel van tegengestelde interpretaties, vermoedelijke onwaarheden en gewoon lompe leugens. Helemaal complex wordt het als Rita Verdonk een indringend gesprek over de affaire voert met haar naaste medewerker in een donkere parkeergarage. Ze zegt dat ze zich nog altijd „bedrogen” voelt door Hirsi Ali, een vrouw die ze vertrouwde, tot de uitzending van Zembla. Zo op papier lijkt het de ultieme leugen van de tumultueuze gebeurtenissen in mei en juni van 2006. De journalistieke verslagen uit die tijd laten vooral een vrouw zien die haar ijzeren reputatie gestalte gaf door zelfs een partijgenoot en geestverwant in de discussie over de integratie van Nederlandse moslims, even hard, rechtlijnig en naar de letter van de wet te behandelen als iedere naamloze asielzoeker. Maar als Verdonk het in De Leugen op de achterbank van de auto zegt – regisseur en geluidsman liggen buiten beeld op de voorstoelen – klinkt het alsof haar gevoelens van bedrog oprecht zijn. Wie durft dan te zeggen dat het niet de waarheid is? Want toch tenminste de hare? Als zij zelf gelooft wat zij zegt over haar eigen gevoelens van bedrog, wie is de kijker om daar aan te twijfelen?

En terwijl de ambivalentie de lucht van de garage vult, barst Rita in zingen uit. En de veiligheidsbeambte die tot dan stokstijf stil naast de auto had gestaan, met uitgestreken gezicht en een oortje in, begint plots te dansen. Een veiligheidsbeambte die danst? Een acteur! Toch weer een leugen… Maar van wie?

In deze fascinerende film doet Oey het tegenovergestelde van wat Ger Beukenkamp beoogt in zijn populaire televisieseries en toneelstukken met navertelde politieke gebeurtenissen. Ook in het komende televisieseizoen staan weer enkele van zijn televisiedrama’s op stapel, waaronder een vierdelige serie over nota bene Hirsi Ali. Acteurs spelen daarin een waarheid die nooit heeft plaatsgevonden, met bedachte dialogen en een verhaallijn die losjes is gebaseerd op nieuwsverhalen en reconstructies. Oey spreekt daarentegen met de feitelijke hoofdrolspelers, maar laat met zang en dans zien dat ook zij in een bijna fictieve wereld spelen, een levend theater zoals het cliché wil. Oey: „Maar dat doe ik juist omdat ik politiek en politici serieus neem. Ik wil absoluut geen nummertje maken aan de hand van bekende nieuwsverslagen. Mijn Verdonk is niet om te lachen.”

Om drama te genereren is verdichting helemaal niet nodig, weet Oey. De Amerikaanse journaliste Janet Malcolm heeft het eens helder verwoord: de taak van de non-fictieschrijver is slechts het herschikken van het meubilair, niet het beschilderen of timmeren daarvan. Inrichting biedt al genoeg mogelijkheden.

Voor de documentairemaker is dat niet anders. Neem de niet geschreven dialogen tussen voormalig minister Hilbrand Nawijn en een Perzische restauranthouder. Die zijn tenenkrommender, navranter en veelzeggender dan welke dialoog Ger Beukenkamp zijn acteurs ook in de mond legt om een politiek drama bloot te leggen. Nawijn, met superieur lachje: „Kun je hutspot koken?”

De veiligheidsbeambte is geen veiligheidsbeambte. De interviewers zijn geen interviewers. Maar: de politici zijn wel politici, wellicht de grootste acteurs van het openbare leven.

En de asielzoekers dan? Uit een gesprek met een dochter in een familie van wachtende asielzoekers blijkt dat sommigen van hen ook altijd dezelfde toneeltekst opdreunen, zeker als een camera het huis binnenkomt. Dat vindt zij wel eens jammer. Haar ouders zitten gevangen in hun eigen drama, dat allesbehalve fictief is. Ontsnappen is niet mogelijk.

En de kunst dan? Daarvoor moet je wel liegen. En de politiek? Misschien. Of soms.

Een strofe uit het lied dat volgens Oey het best verwoordt wat hij met deze film wil vertellen, geeft een hint: ‘Mijn liegen was als wodka / bij het krieken van de dag / ik weet dat het niet mag / maar uiteindelijk voel jij liefde / als ik lieg / als ik lieg.’

Politici weten beter dan wie ook dat burgers niet louter de waarheid willen horen. Oey: „Als de maskers af zijn hoop ik dat zichtbaar wordt dat politici mensen zijn die meer nog dan anderen gelijk hopen te hebben en te krijgen, en vooral azen op liefde. Iedereen moet van ze houden, telkens opnieuw. Dat geldt voor Ayaan, Rita en ja, dat geldt ook voor Femke.”

‘De leugen gaat op 25 september in première op het Nederlands filmfestival en draait vanaf 30 september in de bioscoop.