OM wil nader onderzoek naar dood militairen

De advocaat-generaal van het Openbaar Ministerie (OM) wil dat er nader onderzoek wordt gedaan naar het schietincident in Uruzgan in januari 2008 waarbij twee Nederlandse militairen onbedoeld door collega’s werden doodgeschoten.

Dat hebben advocaten gezegd die aanwezig waren bij een zogeheten artikel-12 procedure, die gisteren achter gesloten deuren werd behandeld bij het gerechtshof in Arnhem. Ouders van de twee omgekomen militairen hadden deze procedure aangevraagd omdat zij vinden dat twee commandanten die bevelen gaven tijdens de operatie alsnog vervolgd moeten worden.

Bij het incident in de Afghaanse procincie kwamen de militairen Wesley Schol (20) en Aldert Poortema (22) om het leven. Een derde Nederlandse militair raakte beide benen kwijt. Twee Afghaanse militairen werden eveneens per ongeluk gedood. Kort na het incident deed het Openbaar Ministerie onderzoek. Een team van het OM ging ter plekke kijken en hoorde de betrokkenen. Justitie concludeerde later dat er geen sprake was van „individualiseerbaar strafrechtelijk verwijtbaar handelen”. Ook zouden de verantwoordelijken de geweldsinstructies correct hebben nageleefd.

De advocaat van de ouders, Peter Rijtsma, vindt dat dit onderzoek te beperkt is geweest. „De betrokken bataljonscommandant die het bevel tot vuren gaf, is nooit ondervraagd”, zegt hij. „Daarom zijn we blij dat de advocaat-generaal nu wel nader onderzoek heeft geadviseerd.”

Hij wil dat het gerechtshof het Openbaar Ministerie gaat dwingen een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar twee commandanten. Zij zouden volgens de ouders wel degelijk verwijtbare fouten hebben gemaakt. De advocaat van de bataljonscommandant meent dat deze procedure helemaal niet nodig is. „Mijn cliënt heeft wel uitvoerig verantwoording afgelegd in een rapport.”

Het Openbaar Ministerie wil niet inhoudelijk reageren. Een woordvoerder van het gerechtshof verwacht dat er binnen zes weken uitspraak wordt gedaan.