Niemand nam het voor hem op

Een hoogleraar politicologie reconstrueert met zwier de carrière van Geert Wilders. Zo ontstaat inzicht in diens radicalisering. Maar volgens Bernard Hulsman gaan feit en mening door elkaar lopen.

Meindert Fennema: Geert Wilders. Tovenaarsleerling. Bert Bakker, 283 blz. €19,95

Had het anders kunnen lopen? Was er een moment waarop de politieke carrière van Geert Wilders een andere wending had kunnen nemen waardoor hij niet de islamverguizende politicus was geworden die hij nu is?

Natuurlijk stelt Meindert Fennema deze vraag niet in Geert Wilders. Tovenaarsleerling. Daar is hij te veel een wetenschapper voor. Hoogleraren politicologie houden zich tenslotte niet bezig met speculatieve wat-als vragen, zelfs niet als ze zich, zoals Fennema, hebben ontwikkeld van communist tot specialist extreem-rechtse politiek en zich met bijdragen op opiniepagina’s en interviews mengen in het publieke debat over Wilders en zijn anti-islamitische politiek.

Toch krijg je bij het lezen van Geert Wilders. Tovenaarsleerling bij één gebeurtenis in Wilders’ politieke leven sterk het gevoel dat Wilders nu nog steeds een VVD’er had kunnen zijn. Ongeveer op éénderde van zijn biografie beschrijft Fennema hoe Wilders werd gepasseerd voor de post van staatssecretaris Sociale Zaken in het kabinet-Balkenende II. Die post was vrijgekomen nadat de huidige VVD-leider Mark Rutte zijn staatssecretarisschap Sociale Zaken verruilde voor dat van Onderwijs.

Op dit ministerie had VVD-staatssecretaris Annette Nijs haar ontslag moeten nemen na een conflict met de minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, die zij incompetent had genoemd. Hoewel Wilders woordvoerder sociale zekerheid was voor de Tweede-Kamerfractie van de VVD, werd niet hij maar de minder prominente Henk van Hoof staatssecretaris. Want VVD-leider en minister van Financiën Gerrit Zalm vond dat Wilders moest worden gestraft voor zijn opstandige gedrag en kritiek op de VVD. Met name fractieleider Hans Dijkstal was in de ogen van Wilders een slappeling die het gevaar van de islam niet zag en teerde op de erfenis van zijn voorganger Frits Bolkestein. ‘Had Zalm Wilders gevraagd, dan had deze waarschijnlijk niet geweigerd’, schrijft Fennema. ‘“Dat zou heel moeilijk geweest zijn”, zei hij twee jaar later .’

Wilders voelde zich volgens Fennema in de steek gelaten. ‘Hij was al teleurgesteld geweest toen hij bij de formatie in 2003 niet was gevraagd voor een kabinetspost, maar nu was hij woedend. En het ergste was dat bijna iedereen in de fractie óók vond dat hij de aangewezen man was voor de post. Maar niemand nam het voor hem op.’ Zo werd het bijna onvermijdelijk dat Wilders ruim een jaar later, in augustus 2004, de VVD verliet en als éénmansfractie in de Tweede Kamer bleef.

Wat nu als Wilders wél staatssecretaris was geworden? Wat nu als Zalm, die in Geert Wilders. Tovenaarsleerling een man met streken blijkt, hem wél had gepromoveerd? Dan had hij zich nog meer dan als Kamerlid bezig moeten houden met sociale zekerheid en weinig tijd over gehad om zich te verdiepen in de islam en zich op te winden over Marokkaanse jongens die buurten onveilig maken. Dan was hij ook een van de VVD-leiders geworden en was hij er misschien in geslaagd de VVD om te smeden tot de rechtse partij die de PVV overbodig maakte.

Fennema heeft met Geert Wilders. Tovenaarsleerling nadrukkelijk een politieke biografie van Wilders willen schrijven. Hij begint daarom niet met zijn jeugd in Venlo, maar in 1990, toen Wilders in Den Haag sollicitatiegesprekken met VVD-politici voerde voor de baan van fractiemedewerker. Wilders was, sinds 1986, technisch medewerker bij de Sociale Verzekeringsraad.

Fennema beschrijft de sollicitatiegesprekken en de rest van Wilders’ politieke leven alsof hij er zelf bij was. Over Wilders’ tweede sollicitatiegesprek, met Frits Bolkestein, vertelt hij bijvoorbeeld dat de toenmalige fractieleider zich verbaasde over de haardos van de sollicitant. En over het einde van het gesprek schrijft hij: ‘Bolkestein stond op, om aan te geven dat het gesprek ten einde liep. Wilders keek door het raam naar de McDonald’s aan het Spui. Bolkestein gaf hem een hand. “Ik wens u veel succes”.’

Door het standpunt van de alwetende verteller leest Geert Wilders. Tovenaarsleerling als een roman waarin turbulente en onwaarschijnlijke gebeurtenissen elkaar in hoog tempo opvolgen. Fennema beschrijft ze, met een goed oog voor fijne details en anekdotes, in chronologische volgorde. Nadat Wilders is aangenomen bij de VVD, valt hij in de smaak bij Bolkestein. Omgekeerd krijgt hij bewondering voor Bolkestein, als deze in 1991 in een geruchtmakend opinie-artikel in de Volkskrant de gebrekkige integratie van islamitische immigranten en hun cultuur hekelt. Hoewel Bolkestein ‘in progressieve kring’ vanaf dat moment als ‘islamofoob’ geldt – wat daar gelijk staat aan ‘racistisch’, voegt Fennema hier aan toe – blijft Bolkestein volharden in zijn standpunt. Wilders volgt zijn leermeester hierin en maakt later, nadat hij afscheid heeft genomen van de VVD, van de strijd tegen de islam zijn hoofdpunt.

De grote vaart van Geert Wilders. Tovenaarsleerling kan niet verhullen dat Fennema over alle affaires, debatten, politieke rellen en rechtszaken waarbij Wilders in de loop der jaren was betrokken, niet veel nieuws boven water heeft gekregen. Doordat Wilders en andere PVV’ers niet met hem wilden spreken, heeft Fennema zich moeten beperken tot gebruikelijke bronnen als artikelen uit kranten en tijdschriften, handelingen van de Tweede Kamer en gesprekken met onder anderen VVD’ers die met Wilders hebben gewerkt. Wel biedt Fennema een precies inzicht in Wilders’ radicalisering. Zo laat hij zien dat Wilders in 2001 in een tv-programma nog onderscheid maakt tussen de islam als religie ‘waar de VVD niets tegen heeft’ en ‘het kleine stukje moslimextremisme’. Jaren later beschouwt Wilders de islam niet als een religie, maar als een politieke ideologie met als doel de wereldheerschappij van de islam.

Fennema beperkt zich niet helemaal tot het politieke leven. Over de bewaking die Wilders heeft gekregen wegens de vele doodsbedreigingen van moslims, schrijft hij dat deze Wilders’ persoonlijke leven tot een hel heeft gemaakt. Zijn huwelijk met de Hongaarse Krisztina Marfai kwam er door onder druk te staan. Andere vrouwen met wie hij ‘affairettes’ had, bleken niet bestand ‘tegen de druk die het leven onder permanent toezicht met zich meebracht’, schrijft Fennema zonder bronvermelding. ‘Een nacht doorbrengen met Wilders was toch wat anders dan een duurzame verhouding hebben met de strengst bewaakte man van Nederland.’

In de verantwoording van Geert Wilders. Tovenaarsleerling schrijft Fennema dat hij heeft geprobeerd zich in de positie van Geert Wilders te verplaatsen. ‘Ik heb de verleiding om vanuit mijn eigen politieke visie commentaar te geven zo veel mogelijk weerstaan.’ Alleen in het hoofdstuk over het proces dat nu tegen Wilders wordt gevoerd, geeft hij nadrukkelijk zijn eigen opvattingen weer. Hierin betoogt hij onder meer dat artikel 137d uit het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, het beruchte ‘haatzaai’-artikel op basis waarvan Wilders nu wordt vervolgd, veel te ruim is gesteld is. Dit artikel, waarin het aanzetten tot ‘conflictueuze tweespalt’ strafbaar wordt gesteld, is gevaarlijk voor de democratie, vindt Fennema. Want politiek is vaak juist het veroorzaken van ‘conflictueuze tweespalt’. In een normale, gezonde democratie zou Wilders niet worden vervolgd om zijn uitlatingen over moslims, is zijn conclusie.

Voordeel van zijn betoog over de vervolging van Wilders is dat de lezer weet dat Fennema hier zijn eigen opvattingen weergeeft. In de andere hoofdstukken gaan zakelijke beschrijvingen soepel over in oordelen en is het moeilijk om te bepalen of hij nu zijn eigen of Wilders’ gedachten weergeeft. Zo schrijft Fennema over de moord op politicus Pim Fortuyn in 2002 dat ‘de kogel van links kwam’. ‘Dat was begrijpelijk. De kranten hadden alles gedaan om Fortuyn te demoniseren’, voegt hij hier aan toe. Of dacht Wilders dat?

Soms kan Fennema het ook niet laten om blijk te geven van zijn bewondering voor Wilders en andere PVV’ers. De grapjes van Wilders vindt hij beter dan die van andere politici. En over de lijsttrekkersdebatten aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2009 schrijft hij dat Wilders ‘superieur’ was, ‘diepe indruk maakte’ en in ‘topvorm’ verkeerde. Elders beweert hij dat Wilders, anders dan Rita Verdonk – zijn rivaal van Trots Op Nederland – niet ‘tot grote hoogte was gestegen dankzij het gebrek aan gewicht van de inhoud. Hoewel zijn unique selling point de islamisering van Nederland bleef, bewoog hij zich met groot gezag op andere beleidsterreinen’.

Zo is Geert Wilders. Tovenaarsleerling een smakelijke politieke biografie geworden. Die levert de lezer never a dull moment op, maar staat wel haaks op de wetenschappelijke distantie die je van een hoogleraar politieke theorie en etnische verhoudingen aan de afdeling Politicologie/Imes van de Universiteit van Amsterdam verwacht. En wie, zoals Fennema, feiten en meningen zo door elkaar laat lopen, had ook nog wel wat goede wat-als-vragen kunnen beantwoorden.