Neil Fortune

Eigenlijk is hij helemaal geen Surinamer. Neil Fortune (1983), de jongste deelnemer aan de tentoonstelling Paramaribo Perspectives in Tent, Rotterdam, werd geboren in buurland Guyana en verhuisde op zijn zesde met zijn moeder naar Suriname. Thuis werd er altijd Engels gesproken en nog steeds heeft hij een Guyanees paspoort. Een buitenstaander was hij, die door zijn klasgenoten werd uitgelachen om zijn vreemd uitgesproken Nederlands. Maar de laatste jaren, sinds hij zijn studie aan het Nola Hatterman Instituut (een kunstacademie in Paramaribo) begon, is hij zich steeds Surinaamser gaan voelen.

Neil Fortune was de eerste kunstenaar uit Suriname die werd uitgenodigd voor het uitwisselingsproject tussen het Nola Hatterman Instituut en de Gerrit Rietveld Academie. Inmiddels verblijft hij drie jaar met een beurs in Nederland. Hij heeft zijn werk al meerdere malen tentoongesteld, onder meer in de Oude Kerk in Amsterdam, waar hij een stoff en ladder tot aan het plafond liet reiken. En in het Amsterdamse Smart Project Space maakte hij onlangs een spierwitte kooiconstructie, waar je als bezoeker in kon lopen en die zacht was als een knuffel.

Nu staan er schilderijen in zijn portiekflat in de Bijlmer, die tevens dienstdoet als atelier. „Ik ben nog aan het onderzoeken en experimenteren”, zegt Fortune over die nieuwe wending in zijn oeuvre. „Een beetje exploderen”, noemt hij dat. „In Suriname heb ik vier jaar vooral getekend en geschilderd. Maar ik heb nog niet echt een eigen stijl ontwikkeld. Ik heb nog niet dat gevoel van: ik heb het al.”

Het onderwijs op de Rietveld is veel vrijer dan hij in Suriname gewend was, vertelt hij. „Het Nola Hatterman Instituut is daarbij vergeleken toch vrij traditioneel en academisch. Suriname is een heel geïsoleerd land. Je wordt er nauwelijks beïnvloed door andere kunstenaars. Er werden maar weinig lessen kunstgeschiedenis gegeven, en de paar boeken die er waren kwamen uit Europa. Maar aan de Rietveld studeren 61 verschillende nationaliteiten, de voertaal is er Engels. Het ene moment krijg je feedback van een kunstenaar uit Roemenië, en dan weer van iemand uit IJsland. Op de Rietveld heb ik het gevoel dat ik in het centrum van de wereld zit.”

Een typisch Surinaamse kunst bestaat volgens Fortune niet. „Maar als ik aan Surinaamse kunst denk, zie ik wel automatisch zon en natuur voor me, en felle kleuren. Laatst sprak ik een andere kunststudent uit Suriname, zij vond alle kunst in Nederland zo zwart-wit en grijs. Ik besefte toen dat de sculpturen die ik hier in Amsterdam heb gemaakt inderdaad ook helemaal geen kleur bevatten. Die zijn steriel wit. En mijn werk is conceptueler geworden.”

Op de tentoonstelling in Tent wil Fortune een serie doeken laten zien waarop hij de namen van andere kunstenaars heeft geschilderd, onder wie Tracy Emin, Kurt Nahar, Lawrence Weiner, Richard Prince, Paul Thek en Remy Jungerman. Fortune: „Dat zijn mijn inspiratiebronnen. Bij iemand als Remy Jungerman, die mij op de Rietveld begeleidt, kan ik altijd terecht voor goed advies. Maar ook Paul Thek zie ik als een adviseur, ook al is hij al jaren dood.”

Er prijken ook enkele onbekende namen op de doeken, zoals Sri Irodikromo en George Salloman. „Sri is een kunstenares die ik ken uit Suriname. Op deze manier wil ik verbanden leggen tussen kunstenaars die er nog niet waren, tussen Sri en Tracy Emin bijvoorbeeld. Ik introduceer andere namen in de westerse kunstcanon, wil ze als het ware met elkaar laten praten. Zo tracht ik mijn eigen kunstgeschiedenis te schrijven, een kunstgeschiedenis die over meer gaat dan alleen Van Gogh en Broodthaers.”

En George Salloman? „Hij was mijn stiefvader. Hij schreef veel verhalen en gedichten en liet me die lezen toen ik klein was. Dat ik nu weet hoe ik een stropdas moet knopen, heb ik aan hem te danken. Hij heeft ook een plek gekregen in mijn geschiedenis. Misschien dat iemand bij het zien van dat schilderij zich afvraagt wie hij was en hem gaat googlen. Dat zou een mooi eerbetoon zijn.”