Meting aan ijskappen nog onnauwkeurig

Het schatten van het ijsverlies aan de Zuidpool en op Groenland aan de hand van veranderingen van het aardse zwaartekrachtveld blijkt gecompliceerder dan gedacht. Eerdere uitkomsten van deze jonge methode, die gebruikmaakt van twee in tandem vliegende satellieten, zijn flink naar beneden bijgesteld. Onderzoekers van het Jet Propulsion Laboratory in de VS en van de TU Delft hebben hun bevindingen gepubliceerd in Nature Geoscience.

Vóór het gebruik van de zogenoemde GRACE-satellieten werd het ijsverlies vooral afgeleid uit veranderingen van de hoogte van het ijsoppervlak. Die werd gemeten vanuit vliegtuigen en – andere – satellieten. Deze methode kan niet goed onderscheid maken tussen een niveaudaling door ijsverlies of een daling door het wegzakken van de hele ijskap in de aardkorst. De aardkorst is nog steeds volop in beweging als reactie op de enorme hoeveelheid ijs die wegviel aan het eind van de laatste ijstijd.

De GRACE-zwaartekrachtsatellieten, die in 2002 in hun baan kwamen, zouden een nieuwe, onafhankelijke meting aan de bestaande toevoegen, waarvan veel werd verwacht. Maar al toen in 2006 de eerste uitkomsten van de metingen in Science werden gepubliceerd, bleek hoe lastig het was de bewegingen in de aardkorst te corrigeren. De afgelopen week zijn nieuwe, diep ingrijpende correcties voorgesteld.