Matig toneelstuk laat de actrice meer schitteren

26/10/2009 Ariane Schluter bij de Nederlandse thriller TERUG NAAR DE KUST in premiere in het Tuschinski theater te Amsterdam

In oktober krijgt Ariane Schluter, de meest bekroonde actrice van Nederland, de Theo Mann-Bouwmeesterring van Anne Wil Blankers. Dit is een oeuvreprijs die wordt uitgereikt volgens een sympathieke methode: de winnaar mag hem jarenlang dragen, tot ze op een goede dag een opvolger herkent. Dan geeft ze hem zelf door. Zonder jury, zonder organisatie, zonder verliezers. De mannelijke evenknieën, de Albert van Dalsumring en de Paul Steenbergenpenning, zijn in het bezit van respectievelijk Gijs Scholten van Aschat en Jacob Derwig.

Is Ariane Schluter nu de beste actrice van Nederland? Ze heeft ook al twee Theo d’Ors gewonnen, een prijs die actrices doorgaans maar één keer in hun leven winnen. Bijna ieder jaar wordt ze bovendien weer genomineerd. Volgende week worden de grote toneelprijzen uitgereikt. Schluter zit er dit keer eventjes niet bij.

Schluter heeft op natuurlijke wijze de sympathie van het publiek, al speelt ze harde, getergde vrouwen, als in Liaisons dangereuses, Medea, Strange Interlude, Phèdre. Ze kan tekeergaan als een tijgerin, of juist heel geïmplodeerd spelen. Ze heeft een dikke donkere stem met een hysterisch randje, onschuldige of smachtende ogen die ze ook gemeen of berekenend kan toeknijpen. Ze speelt emotioneel en behoudt tegelijk een zekere nuchterheid. Vroeger speelde ze vaak de onschuld, het meisje met de blonde hockeystaart en de wangen. Nu is ze steeds vaker de dame, met het haar opgestoken.

Het is gelukkig geen wedstrijd, dus laten we zeggen: zij is een van de beste. Het is wel duidelijk wat Blankers in haar ziet: een actrice die de schouwburg aankan, die de klassiekers speelt, die een even grote tragédienne als comédienne is. Een dame die in de traditie staat. Ook als ze niet speelt straalt zij uit: hier staat een groot actrice.

Haar prijzen en nominaties heeft ze te danken aan haar rollen bij het Nationale Toneel, in de regies van Johan Doesburg. Net als Gijs Scholten van Aschat, trouwens. Blijkbaar is Doesburg een goede acteursregisseur die zijn steracteurs laat schitteren.

Vreemd is dat de voorstellingen waarin Schluter opviel echter niet zo gunstig werden ontvangen. Doesburgs voorstellingen zijn vaak onevenwichtig of netjes. In de matige recensies wordt dan altijd een uitzondering gemaakt voor Ariane Schluter, die wél goed was. Misschien kun je juist uitblinken in matige - of verder onopvallende voorstellingen. Meer dan in experimentele regieconcepten.

Dat raakt aan de vraag: wie is er belangrijker in het theater, de regisseur of de acteurs? In Nederland overheerst het regisseurstoneel, maar de grote toneelprijzen zijn voor de acteurs. Een regisseur kan bijna niets winnen. Nu zelf geld verdienen in het theater belangrijker wordt, zullen de acteurs ook belangrijker worden. Zij zijn de uithangborden waarop de mensen afkomen. Daar horen ook prijzen en ringen bij.

Meer reclame voor toneel is goed, maar laten we niet vergeten dat sterrentoneel ook zijn nadelen heeft. De voorstelling moet het belangrijkste blijven, en moet niet verworden tot een sterrenvehikel.