Lijdzaamheid en dadendrang

Na het geruchtmakende artikel ‘Het multiculturele drama’ (2000) van Paul Scheffer was duidelijk dat er een boek zou komen. Maar wat voor boek werd ‘Het land van aankomst’?

Er moest een boek komen, dat stond buiten kijf. Geen uitgever zou Paul Scheffer laten ontsnappen na zijn opiniestuk ‘Het multiculturele drama’, dat in januari 2000 paginagroot verscheen in NRC Handelsblad. In het stuk had de publicist Scheffer, jarenlang columnist voor de krant, de multiculturele elite de bel aangebonden.

Door de laksheid van de regerende links-liberale elite dreigde volgens Scheffer in Nederland een ‘etnische onderklasse’ te ontstaan, slecht geïntegreerd en wrokkig – een bedreiging voor de maatschappelijke vrede. Het was de hoogste tijd, waarschuwde hij, om hard werk te maken van hun integratie en een nieuw ‘wij’ te formuleren dat grenzen stelde aan de bonte veelheid van het multiculturele ‘kaartenhuis’.

Het stuk stortte Scheffer in een maalstroom van publiciteit, waarbij eerst vooral verwijten en soms harde kritiek aan zijn adres in het rond vlogen. Manhaftig begon hij aan een lezingentocht door het land, twee maanden later schreef hij in de krant een uitvoerige ‘repliek’ aan zijn critici. Maar zijn bestemming was toen al veranderd van Canossa in Jeruzalem.

IJkpunt

Scheffers ‘drama’ werd het spreekwoordelijke ijkpunt in het heftige en stuurloze debat over de multiculturele samenleving en de islam in Nederland. Het tijdstip van zijn interventie was dan ook, bewust of niet, scherp gekozen. Na eerdere afrekeningen met het multiculturalisme door Frits Bolkestein (‘Integratie van minderheden moet met lef worden aangepakt’, 1991) en de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Paul Schnabel (‘De multiculturele illusie, 1999’) bezegelde de oud-CPN’er Scheffer het lot van dit ‘politiek correcte’ idee onder de groep die het nog enigszins koesterde: de linkse intelligentsia waartoe hij zelf behoorde. De consensus over minderheden klapte vervolgens om, door toedoen van Fortuyns ‘revolte der burgers’ en de naschokken daarvan.

Zeven jaar later was ook het boek er, getiteld Het land van aankomst, met een standsbewuste verwijzing naar E. du Perron. Scheffer was intussen vaak geplaagd met de lange incubatietijd van zijn boek maar het resultaat was imposant, zij het eerder door de gewetensvolle ijver die de publicist aan de dag had gelegd om zijn standpunten uit te werken dan door de originaliteit van zijn bevindingen of conclusies. In bijna vijfhonderd pagina’s werkte hij zich gestaag door een massa literatuur over immigratie, islam, kosmopolitisme en Nederlandse identiteit. Conclusie, in drie woorden: we moeten door.

Maar wat voor boek was dit? Het land van aankomst is te bedachtzaam voor een pamflet, maar veel te omvangrijk voor een essay. Het is geen historische studie, al verwijst de auteur vaak naar de geschiedenis, maar ook geen proefschrift met wetenschappelijke pretenties. Hier werd tussen al die genres door vooral gezocht naar het beste van twee werelden: integratie in het nieuwe Nederland, voorbij het vastgelopen links-liberale denken, maar met behoud van solidariteit – zoals het vroeger heette. Naast de rechten voor allochtonen waar door links op was gehamerd kwamen nu: jawel, de plichten. Uiteindelijk ging het Scheffer om een broodnodig herlevend, maar toch ook graag verlicht nationaal besef. Een ‘ontspannen’ samenleving (die volgens de auteur, met een weinig speelse woordspeling, ‘inspanning’ vraagt), waarin wij met overtuiging tegen mensen ‘van heinde en verre’ weer kunnen zeggen: ‘welkom’.

Toch roept dat ‘welkom’ vragen op die het boek maar moeizaam beantwoordt. Want hoe verhoudt die hartelijke begroeting zich tot de nieuwe kilte in het nationale denken over allochtonen, waar ook Scheffer van getuigt? Wanneer hoort iemand bij het ‘wij’ van de welkomzeggers? De twijfel blijft knagen of Scheffer wel een uitweg ziet uit het drama en niet vooral in algemene termen tast naar een nieuwe balans tussen de hang naar een cultuurgemeenschap en zijn ontnuchterde kosmopolitisme.

Opwinding

In de recensies van het boek overheersten dan ook welwillende en respectvolle adjectieven als indrukwekkend, doortimmerd, goed onderbouwd en boeiend. Maar van polemische opwinding over het boek was geen sprake. Dat deed niets af aan het succes ervan: van oktober tot december 2007 werd het tien keer herdrukt. Voor veel lezers bood Scheffer de verdieping die ze bij de dagkoersen over integratie zochten.

De twijfel over de lading van het boek – pessimistisch of optimistisch, hard of zacht –wordt intussen versterkt door de stijl. Scheffer schrijft plechtig en zwaarmoedig Nederlands, dat maar af en toe vleugels krijgt (zoals in het deel over kosmopolitisme). Misschien is dat een poging de ernst en het gezag van zijn grote voorbeeld Huizinga te evenaren, maar het resultaat is toch eerder wat de columnist Stephan Sanders ‘een burgemeesterstoon’ heeft genoemd. Kenmerk daarvan is een neiging het betoog algemeen te houden: intellectuele gesprekspartners worden met naam genoemd, maar er is ook sprake van ‘sommigen’, ‘velen’, ‘te velen’, of ‘enkelen’, die iets beweren, geloven of menen. Die anonieme stijl verleent de auteur wel de positie die hij zoekt, als verzoener boven het strijdgewoel.

Daarnaast hanteert Scheffer graag de lijdende vorm (‘Vaak wordt gesproken over integratie, maar meestal blijft het onduidelijk wat daarmee wordt bedoeld’). Die suggereert dat er grote krachten in het spel zijn, waar wij weinig aan kunnen doen behalve ons ertoe ‘verhouden’. De historicus James Kennedy, die Het land van aankomst prees in deze krant, verbaast zich in zijn boek Bezielende verbanden over die populariteit van het passivum in het politieke debat: ‘Nederlandse elites zijn blijkbaar overgeleverd aan krachten die hen te boven gaan: de veranderende samenleving, de eisen van de tijd, de onvermijdelijke beslissingen et cetera’, schrijft hij.

Toch wringt ook die stijl met Scheffers verlangen om de tegenstellingen in het integratiedebat te ontstijgen. Hij wil een hoopvolle boodschap bieden. Maar Het land van aankomst stemt eerder lijdzaam dan dat het mobiliseert. Het leest vooral als de uitputtende verwerking van een langzame omslag.

Een geactualiseerde editie van Het land van aankomst verschijnt op 23 sept. bij De Bezige Bij.