Kroniek van de geminachten

De verhalen van dertien inwoners van New Orleans over orkaan Katrina zijn gebundeld, andere zijn verwerkt in een stripverhaal. Stemmen uit de storm – de kracht van deze ‘oral history’ zit in de details.

Lola Vollen en Chris Ying (red.): New Orleans, verhalen van ooggetuigen. Lebowski, 336 blz. € 17,50

Josh Neufel: A.D, New Orleans na de watersnood. De Vliegende Hollander, 208 blz. € 19,95

Louisiana heeft het zwaar te verduren gehad. Vijf jaar nadat Katrina New Orleans onder water zette, bracht de olie die lekte uit Deepwater Horizon de lokale visserij een verlammende slag toe. Die laatste ramp zal zeker hebben bijgedragen aan de aandacht die het jubileum van Katrina nu genereert. Vooral omdat beide rampen diep wantrouwen tegenover de federale overheid blootlegden en voedden. De hamvraag: hebben Amerikanen te maken met een onmachtige of met een minachtende overheid?

Twee nieuwe publicaties doen een poging het verhaal van de storm te vertellen door de ogen van gewone mensen. In Josh Neufelds stripboek A.D., New Orleans na de watersnood zijn dat er zeven, onder wie een stripverzamelaar, een winkeleigenaar uit Iran, een arts en de zoon van een predikant. In het door Lola Vollen en Chris Ying samengestelde New Orleans, verhalen van ooggetuigen, zijn het er dertien, onder wie een ten onrechte voor moord veroordeelde man, een jazzmusicus, Afro-Amerikaanse vrouwen uit The Projects, en een Vietnamese pastoor. Dit laatste boek is deel van het door Dave Eggers en Lola Vollen opgezette Voices of Witness, een non-profitorganisatie die via mondelinge getuigenissen een beeld wil schetsten van humanitaire crises wereldwijd. Eén van die getuigenissen inspireerde Eggers tot zijn bestseller Zeitoun (2009), over een in Syrië geboren aannemer die tijdens Katrina ten onrechte wordt vastgezet op verdenking van terrorisme. Ook in New Orleans komt Abdulrahman Zeitoun aan het woord.

De kracht van ‘oral history’, zo blijkt, zit hem in details die aspecten van de ramp blootleggen waar in de media nauwelijks aandacht voor is. Patricia Thompson vertelt: ‘Toen Katrina toesloeg was ik wanhopig. Ik werkte voor 200 dollar per maand voor mijn kerk. We werden op de laatste dag van de maand uitbetaald. De orkaan kwam op 29 augustus.’ Het is een terugkerend thema: Amerikanen die zo arm zijn dat ze niet kunnen of niet durven evacueren. Geen auto, geen geld voor benzine, niets. Bovendien plaatsen deze persoonlijke verhalen de berichten over plunderingen en moordpartijen in een ander perspectief. Uit verschillende verhalen blijkt dat de vermeende hoodlums tegen wie het leger werd ingezet, juist degenen waren die in opvangcentra orde schiepen in de verdeling van te schaarse middelen.

Een zekere eenvormigheid in de verhalen is onvermijdelijk – de storm maakt geen onderscheid tussen mensen, en iedereen spreekt zijn verbazing, verbijstering en woede uit over de tekortschietende lokale en federale overheid. De overheden lijken zich drukker te maken over ordehandhaving en het smoren van ‘terroristische complotten’ dan over hulpverlening. Het dieptepunt is een scène waarin vluchtelingen onder schot worden gehouden door agenten, en een vijfjarig meisje versteend aan haar moeder vraagt: ‘Doe ik het zo goed?’ ‘Want zelfs kleine kinderen weten dat de politie in New Orleans je zo kan doden.’ Geen wonder dat verschillende overlevenden Katrina als een zegen zijn gaan zien. De storm zorgde dat ze uiteindelijk aan The Big Easy konden ontkomen.

Een aantal geïnterviewden meent dat ‘de rassenkaart is gespeeld’. De volslagen inepte wijze waarop met de storm is omgegaan, zou zijn ingegeven door de wens de demografische balans van de stad bij te stellen, ten gunste van blanken. De cijfers in de bijlagen van New Orleans nuanceren die gedachte. Ja, de stad was voor tweederde een zwarte stad, maar de slachtoffers waren ‘slechts’ voor zo’n 50 procent Afro-Amerikaans. Dat heeft twee redenen. De structuur van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, waar de rol van de extended family en de kerk groot is, vergroot de zelfredzaamheid. Maar vooral: de doden waren voor driekwart ouder dan zestig. Het zijn de arme oudere blanken die in New Orleans achterbleven, waar sociaal mobiele jonge blanken de stad allang de rug hadden toegekeerd. Arme blanke wijken werden uiteindelijk net zo hard in de steek gelaten als de zwarte Lower Ninth Ward. ‘Als je niets hebt,’ weet Dan Bright, die met honderden gevangenen werd achtergelaten in een onderlopende gevangenis, ‘zitten blank en zwart in hetzelfde schuitje.’

Je kunt dus beter over de ‘armoedekaart’ spreken – al heeft racisme een belangrijk aandeel in de armoede van het Diepe Zuiden. Wanneer je een vergelijking trekt met de orkaan Andrew, die het veel rijkere Florida trof, moet je concluderen dat minachting van armoede een rol heeft gespeeld. Een minachting die automatisch voortvloeit uit de mythe van de American Dream en die zijn meest flagrante uitwassen kende in de neoconservatieve fiscale agenda onder Bush. Schokkend ook is het contrast tussen de realiteit in de stad en de zelfgenoegzaamheid van de Federale Overheid. Nadat de Nationale Garde 360.000 kant-en-klaarmaaltijden, vijftien vrachtwagens met water en een medisch team beloofde, arriveerden er bij de overvolle Superdome slechts 40.000 kant-en-klaarmaaltijden, vijf vrachtwagens met water, en geen enkele medicus. Luitenant-Generaal Steven Blum, chef van de Nationale Garde, was geïnteresseerder in de aanpak van ‘straatboefjes en bendeleden’ – ‘een mooi succesverhaal,’ aldus de militair.

Vier dagen nadat Max Mayfield, directeur van het National Hurricane Center, president Bush informeerde over het gevaar van dijkdoorbraken, zei Bush in een interview met Good Morning America’ doodleuk: ‘Ik denk niet dat iemand de dijkdoorbraken had verwacht.’ Het staat allemaal haaks op het oordeel van Timothy Bayard, kapitein van het politiedepartement van New Orleans, die naderhand vaststelde dat er was ‘GEFAALD’.

Deze boeken zijn een ode aan gewone mensen, die het beste maken van een uitzonderlijk slechte situatie. Een zelfverklaarde opportunist redt kinderen uit het kolkende water; twee pastoors dragen bij aan het voeden en uiteindelijk evacueren van honderden geloofsgenoten. Zeitoun en Daniel Finnigan helpen niet alleen mensen, maar ook vele achtergelaten dieren.

Waar sommige individuen heldendaden verrichtten, was de reactie van de overheid beschamend. Daarin ligt de blijvende betekenis van Katrina en van deze boeken. Door de ogen van haar onderdanen leren we een overheid kennen die haar eigen volk in de steek kan laten, omdat ze de armen minacht.