Irakezen slechts verbonden door angst

Hij heeft als geen ander de nederlaag tegen de VS beleefd. Ex-kolonel Fadel vocht ook al tegen het buurland. Iran, als winnaar van de oorlog waarin iedereen verloor.

A policeman on a vehicle mans a machine gun at a checkpoint in Baghdad September 1, 2010, a day after the U.S. military formally ended combat operations in Iraq. REUTERS/Mohammed Ameen (IRAQ - Tags: CONFLICT IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Telkens als chauffeur Fadel – zijn vrienden noemen hem Abu Mazen – zijn taxi langs de betonnen wegversperringen van het nieuwe Bagdad wurmt, gaan zijn gedachten terug naar die winternacht in 1987. Telkens als hij langs de groentestalletjes rijdt, de winkels met generatoren, de benzinestations. Dan ziet hij perziken en pruimen en sinaasappels en kiwi’s uit Iran. Hij ziet zonnebloempitten en rijst, uit Iran. De generatoren en zelfs de benzine waarop zijn gele taxi rijdt komen uit het buurland. Zo gaat dat nu in zijn Irak, landbouwland, olieland.

Op zo’n moment denkt Fadel, vader van acht kinderen, terug aan de mistige nacht toen hij als kolonel in het leger van Saddam Hussein was gelegerd in de zuidelijke stad Basra. Zijn kazerne bleek in het holst van de nacht omsingeld door Iraanse soldaten. De mist had de Iraniërs de perfecte camouflage verleend. Iemand riep: „Gas!” Iedere Iraakse soldaat die op dat moment in paniek een gasmasker opzette, verraadde zichzelf als de vijand en werd door de Iraniërs neer gemaaid. Fadel overleefde die aanval. Hij overleefde ook de dag dat zijn kazerne werd omsingeld door Iraanse soldaten in duikpakken waarmee ze uit de Perzische Golf aan land waren gekomen. Hij overleefde elk van de acht bloedige jaren in die Irak-Iran oorlog.

Dit is precies waar hij boos over is. Het is de week waarin de Amerikaanse president Obama een streep zette onder de gevechtsmissie in Irak. Een oorlog die zeven-en-een-half jaar duurde, maar door niemand werd gewonnen. 4.408 Amerikaanse soldaten dood (bron: Pentagon) en meer dan 100.000 Irakese burgers (bron: Iraq bodycount). De enige winnaar woont volgens Fadel in Teheran. Zowel economisch als politiek wonnen de Iraniërs in de afgelopen jaren meer dan ze hadden kunnen dromen.

Die vrees koesterde hij al vanaf april 2003, de maand waarin de Amerikanen de regeringsgebouwen in Bagdad overnamen en Fadel, een sunniet, zijn baan als hoge officier in het Irakese leger verloor. Twee dagen nadat de Amerikanen ook het leger hadden ontbonden wilde Fadel terug naar zijn kazerne: „Gewoon om te zien wat daar allemaal gebeurde. Maar mijn familie hield me tegen.”

De leden van Saddam’s Ba’ath-partij werden ingeruild voor Irakezen die jarenlang in ballingschap woonden of minderheden die in de dertig jaar onder Saddam bloedig waren onderdrukt. „De een na de andere kabinetspost zag ik in handen komen van shi’itische politici die nauwe banden onderhielden met Iran.” Dat is iets wat Fadel maar moeilijk begreep. Was Iran voor de Amerikanen niet de werkelijke vijand sinds de islamitische revolutie van 1979? Was Iran niet de reden dat het leger van Saddam acht jaar lang werd volgepompt met Amerikaanse wapens? „Na de Amerikaanse bezetting volgt nu de Iraans-Perzische bezetting.”

Die angst en achterdocht zijn niet typisch voor Fadel, of voor andere sunnieten zoals hij. Het is waar, met de val van Saddam verloren zij de bevoorrechte posities die dertig jaar lang met meedogenloze dictatuur werden verdedigd. „In de tijd van Saddam hadden we één grote dief”, zegt hij over die tijd. „Nu hebben we er duizenden.”

In het Irak dat de Amerikanen achterlaten, is angst en achterdocht alles wat de Irakezen bindt, sunniet, shi’iet, koerd of christen. Zes maanden na de verkiezingen is er nog altijd geen regering. Iedere uitspraak, iedere topontmoeting leidt tot nieuwe samenzweringstheorieën. De Amerikanen laten Irak expres over aan Iran, is een zo’n theorie. Zodat de Amerikanen straks een excuus hebben om Iran aan te vallen. Iran zorgde er bewust voor dat er voor het einde van de Amerikaanse gevechtsmissie geen regering in Irak was gevormd. Zo gaat een andere theorie. Nu kan de hele wereld zien dat de Amerikanen Irak niet kunnen redden.

Fadel stemde in maart voor de coalitie onder leiding van de voormalige premier Iyad Allawi, een seculiere shi’iet die veel sunnieten op zijn lijst heeft staan. Die coalitie won, maar kreeg vooralsnog niet de kans om te regeren. „De Amerikanen hoeven alleen maar met de vuist op tafel te slaan en te zeggen: hij die won, regeert. Maar ze doen het niet. Voordat ze hier vertrekken zouden ze de chaos moeten opruimen die ze hebben gecreëerd. Maar ze doen het niet. Alleen hun eigenbelang telt.”

In de afgelopen zeven jaar zag hij van achter het stuur van zijn gele taxi zijn stad, zijn Bagdad, veranderen in een labyrint van betonnen barricaden en wegversperringen. De paleizen van Saddam verdwenen achter blast walls tegen de bommen. Bagdad werd een belegerde stad, een versteende stad. „Ik krijg nog wel eens passagiers uit de provincie op mijn achterbank en ze vragen me: wat is er gebeurd met de stad? Waar is ons Bagdad gebleven?”

Zijn wijk is een één-op-vijf-wijk. Een uur stroom, vijf uur geen stroom. Zonder de airco in zijn taxi zou hij de vijftig graden hitte in deze vastenmaand niet overleven. Niet alles gaat slechter, hij geeft het toe. Drie jaar geleden waren er tal van wijken waar hij niet gaan kon. Sadr-City bijvoorbeeld, thuis van de militante shi’ieten van Muqtada Al-Sadr die met wegversperringen iedereen van het verkeerde geloof tegenhielden. Nu gaat Fadel zelfs Sadr-City weer binnen.

De stad loopt leeg. De Amerikanen ontruimen hun legerbasis en in hun kielzog vertrekken hun helpers en hun dienstverleners. Bagdad moet nu op zijn eigen benen staan. Fadel vreest de toekomst in een land, zo zegt hij, „waarin de mensen die van Irak houden buitenspel worden gezet, niemand bouwt, maar iedereen vernietigt”. Dan zwijgt hij, kort. „Ja, ik voel me alleen.”

Lees ook eerdere blogs vanuit Bagdad op nrc.nl/bagdad