In het brave Stuttgart kraait het oproer

Steeds meer Stuttgarters noemen de geplande nieuwbouw van het station ‘gigantomanie’. Politici die er al lang geleden mee hebben ingestemd, worden nu toch zenuwachtig.

Op het station in Stuttgart hoor je twee dingen. Bulldozers die met razend geweld muren afbreken en geschreeuw en gefluit van mensen die dat willen verhinderen. Het centraal station is een vesting, zoveel politie loopt er rond. In de ogenschijnlijk braafste stad van Duitsland, met een welvarende en gezagsgetrouwe burgerij, kraait het oproer.

Ga je de monumentale hal uit, door het voorportaal dat op een kerk lijkt, dan staan op de Kurt Georg Kiesingerplatz honderden betogers met spandoeken, ratels en fluitjes. Het zijn gewone Stuttgarters. Niet het type dat de straat op gaat om tegen kernenergie te demonstreren, maar kantoormensen, scholieren en studenten, huisvrouwen en gepensioneerden.

Hun woede is groot. Wat is er aan de hand? Johannes Wöhrmann, werkzaam bij de stadsopera, is in zijn middagpauze komen demonstreren. Hij zegt: „Ons mooie station wordt afgebroken. Het moet worden vervangen door een miljardenproject onder de grond, waar niemand op zit te wachten behalve de bouwers en speculanten. Nu zijn wij als burgerij in opstand gekomen”.

Stuttgart is tijdelijk „de hoofdstad van de burgerlijke ongehoorzaamheid”, zoals Wöhrmann het noemt. En dat al wekenlang. Als het moet, kan het verzet nog maanden duren. Stuttgart is nooit zo rebels geweest. Het is een kalme stad waar naar beste Schwäbische traditie hard wordt gewerkt en veel geld wordt verdiend. Hier hebben firma’s als Mercedes, Porsche, Züblin en Bosch hun hoofdkantoor. Dit is geen stad waar revolutie wordt gemaakt.

„De politici hebben de emotionaliteit en het rechtvaardigheidsgevoel van de burgers onderschat. Vanouds is in de ziel van de Stuttgarters niet alleen plaats voor conservatieve bescheidenheid. Ook democratische gezindheid staat hier voor een cultuur van vooruitgang”, schreef laatst columnist Joe Bauer van de Stuttgarter Nachrichten. Zo kon het gebeuren dat zelfbewuste burgers, aangetast in hun democratisch besef, massaal in opstand kwamen tegen de arrogantie van de macht.

Tot zijn eigen verbazing heeft ook operamedewerker Wöhrmann op een goede dag besloten zich bij de demonstranten aan te sluiten. En nu staat deze geboren en getogen Stuttgarter te kijken hoe de zijvleugel van het station langzaam wordt neergehaald. „Dit willen we verhinderen. Wij stoppen Stuttgart 21”, zegt hij resoluut.

Stuttgart 21 voorziet in de (gedeeltelijke) sloop van het karakteristieke natuurstenen kopstation, gebouwd tussen 1911 en 1928 naar een ontwerp van de architecten Paul Bonatz en Friedrich Scholer. Er moet een ondergronds station komen met doorgaande spoorlijnen. Dat is handig voor de internationale verbindingen, zegt de Deutsche Bahn. En het zet Stuttgart definitief op de kaart als metropool in het bedrijvige zuidwesten van Duitsland, menen de stedelijke autoriteiten.

Een flink deel van de stad moet ervoor op de schop. Bomen in de aangrenzende Schlossgarten moeten worden gekapt, geliefde mineraalbronnen komen erdoor in gevaar. De begroting loopt in de miljarden. De meter staat nu al op 4,1 miljard euro, maar een verdubbeling wordt niet uitgesloten. Ook dat valt slecht bij de bevolking van Stuttgart. De tijden zijn zuinig, er hangt nog steeds crisis in de lucht.

„Dit is gigantomanie. Het kost miljarden en duurt jaren. Tegen de tijd dat het klaar is, hebben we allemaal onze eigen helikopter”, zegt Natalie, een gymnasiaste die hier iedere dag na schooltijd met een ratel lawaai maakt en tegen de slopers roept dat ze zo moedig moeten zijn om te stoppen.

Maar kán Stuttgart 21 nog wel worden gestopt? Hannes Rockenbauch, die voor een lokale groene partij in de gemeenteraad van Stuttgart zit, beaamt dat het lastig is. „Maar onmogelijk is het niet, als de protesten zo massaal blijven.” Er wordt sinds 1994 over het project gesproken, aan alle inspraakprocedures is voldaan en alle democratische gremia hebben hun ja-woord gegeven. Het is rijkelijk laat voor protest.

Maar daaraan hebben mensen als Hannes Rockenbauch geen boodschap. Al is het laat, ze hebben de burgers van Stuttgart weten te mobiliseren. „Wat me verrast heeft, is de enorme respons. Vorige week hadden we op een demonstratie voor het stadhuis veertigduizend mensen”, zegt Rockenbauch.

Voor vanavond is weer een Grossdemo uitgeschreven. Stuttgart komt niet tot rust. De burgemeester van de stad, Wolfgang Schuster, en de premier van de deelstaat Baden-Württemberg, Stefan Mappus, beginnen zenuwachtig te worden. Beide christen-democraten hebben de tegenstanders van Stuttgart 21 uitgenodigd voor een gesprek. Maar, zegt demonstrant Mechthild Scheinpflug, „wat is zo’n dialoog waard als de sloop niet wordt stilgelegd?”

Afgelopen maandag dreigden de tot nu toe vreedame protesten uit de hand te lopen. Enkele demonstranten hadden zich aan de bulldozers van sloopfirma GL-Abbruch vastgeketend. De politie moest eraan te pas komen om de betogers los te knippen, onder snerpend gefluit en gejoel.

Johannes Wöhrmann is trots op z’n ontketende stad. „Dit is de grootste actie van burgerlijke ongehoorzaamheid in Duitsland sinds de protesten tegen het DDR-bewind in 1989. Daar spiegelen we ons aan. Wij zijn het volk. Als wij het willen, kunnen we ons station behouden”. Wöhrmann draait zich om en scandeert mee met de andere betogers.