Ik waag mij juist wel aan kritiek op religie

D66 dient een wet in tegen het verbod op godslastering – en nog stelt Fennema dat ik kritiek op religies mijd, stelt Boris van der Ham.

Met verbazing las ik het artikel van Meindert Fennema (NRC Handelsblad, 31 augustus). Hij stelde dat politieke partijen duiken voor religiekritiek. Als bewijs daartoe beschreef hij in zijn artikel een gesprekje tussen hem en mij. Hij slaat de plank volledig mis.

Daags voor de jongste Tweede Kamerverkiezingen kwam ik Fennema tegen bij een debatavond. Een van de debatten zou gaan over de vrijheid van meningsuiting, toegespitst op het verbod op smadelijke godslastering. Aangezien ik de indiener ben van een wet om dit verbod op te heffen, wilde ik hierover graag met een CDA’er discussiëren. De organisatie wilde echter een debat met de PvdA, voorstander van mijn wetsvoorstel. Daarom werd gekozen voor een ander onderwerp.

Later op de avond liep ik Fennema tegen het lijf. Zelfs na de uitleg over het schrappen van het debat, betrok Fennema de stelling dat progressieve politici weglopen voor religiekritiek. Ik herhaalde dat het wetsvoorstel om het blasfemieverbod te schrappen nota bene mijzelf als eerste indiener kent. Fennema gaf geen blijk deze standpunten te kennen. Hij voegde er bovendien op hoge toon aan toe dat rechters partijpolitiek gebonden zijn. In het artikel herhaalde hij deze statements. Hij doet met zijn verwijten de feiten, maar ook zijn pleidooi voor religiekritiek onrecht.

Na de moord op Theo van Gogh in 2004 waren het juist de progressieve partijen die zich keerden tegen het plan van toenmalig minister Donner (Justitie, CDA) om religiekritiek aan striktere eisen te binden. Het vrije debat moet niet verworden tot een kakofonie van scheldpartijen, maar dat kan beter worden bevorderd door het debat aan te gaan, dan door naar het strafrecht te grijpen.

Daarom verzette ik me in de Tweede Kamer bijvoorbeeld tegen de aanhouding van Gregorius Nekschot vanwege zijn satirische tekeningen over de islam. De zelfde houding koos ik toen de website Ravage, de columnist Bert Brussen en de Koninklijke Bibliotheek te maken kregen met een, in mijn ogen, onzinnige overgevoeligheid van het Openbaar Ministerie rond beledigings- en haatzaaiartikelen.

Mijn partij pleit bovendien voor het recht op geloofsafval, keert zich tegen gedwongen huwelijken en neemt bij voortduring het initiatief voor het bewaken van de rechten en veiligheid van vrouwen en homo’s.

En ja, er is inderdaad een verschil in methode tussen D66 en de PVV. Wij gooien mensen en hun opvattingen niet op één hoop. Wij behandelen meningen gelijk, of die nu voortkomen uit een christelijke, islamitische of seculiere bron.

Uit zijn artikel blijkt dat Fennema zich weinig heeft verdiept in recente ontwikkelingen in het debat over de vrijheid van meningsuiting. Had hij dat wel gedaan, dan had hij in ieder geval een ander doelwit gekozen.

Boris van der Ham is Tweede Kamerlid namens D66.