Ik ben migrant, een overlever

Bright O. Richards (40) is acteur en theatermaker.

Hij wil graag verschillende religies bij elkaar brengen door samen met moslims op te treden in kerk en moskee.

Bright O. Richards is acteur en theatermaker. Hij vluchtte op zijn 23ste uit Liberia naar Nederland, waar hij werd aangenomen op de toneelschool in Arnhem. Over die eerste periode in Nederland vertelt hij: „Het was heel raar. Overdag op de toneelschool praatte ik met iedereen over toneel, en thuis zag ik mijn vrienden weer, met wie ik uit Afrika gevlucht was. Sommigen zaten in de drugswereld, anderen in de vrouwenhandel. Een paar van hen zijn later in de gevangenis beland, eentje heeft zelfmoord gepleegd.”

Een taalprobleem is er niet, zijn Nederlands is perfect, op een licht accent na. Maar soms schemert er wel degelijk iets door van die andere wereld waar hij vandaan komt, waardoor we elkaar niet steeds feilloos begrijpen. Mijn vragen lijken soms misplaatst, dan valt er een stilte of hij geeft een cryptisch antwoord op een luchtige toon die niet tot doorvragen uitnodigt. Zoals wanneer ik wil weten wat de aanleiding was voor zijn vlucht. „O, nou, dat is niet zo moeilijk. Een paar keer hadden ze mij bijna dood gemaakt. Toen ik weer aan een executie ontsnapt was, zei mijn zus dat ik maar weg moest gaan.”

Executie, hoe zat dat precies?

„Dat is een heel normale gang van zaken. Ik leefde in een burgeroorlog.”

Voor mij is het niet normaal.

„Oké. Je loopt over straat en ze houden je staande. Ze vragen wie je bent en waar je vandaan komt. Op dat moment kun je vermoord worden omdat je uit de verkeerde stam komt, omdat je werkt voor de overheid, omdat ze jou niet zien zitten, om wat voor reden dan ook. Er is geen logica.”

Is een burgeroorlog erger dan een andere oorlog?

„Dat weet ik niet. Maar het erge van deze oorlog was dat hij werd uitgevochten door kindsoldaten. En kinderen hebben geen medelijden met je omdat ze het verschil niet kennen tussen goed en kwaad.”

Je hebt het overleefd.

„Ik was een bekende televisiepersoonlijkheid in die tijd, ik speelde de hoofdrol in de soapserie Johnny just come, iedereen kende mij en zag me als Johnny. Dat heeft me gered.”

De aanleiding voor het gesprek is Richards theaterproductie As I left my father’s house. Daarin vertellen een jood, een christen en een moslim elk hun verhaal over oorlog, angst en wanhoop. Hij heeft elementen uit zijn eigen levensverhaal verwerkt in de voorstelling, zoals het oog in oog staan met de AK47 die hem wilde doden, en de wonderbaarlijke redding die erop volgde. ’s Avonds zie ik een try out van de voorstelling, en komen op sommige vragen alsnog de antwoorden. „Ik heb mazzel dat ik toneelspeler ben. Je zet een masker op en treedt diverse werelden binnen. Dat helpt je je gevoel te vinden.”

Kun je dat uitleggen?

„Mijn gevoel is soms geblokkeerd. Ik moest vanmorgen een speech houden, en ik wist ineens helemaal niet meer wat ik moest zeggen. Mijn assistent schreef op een papiertje een zin uit de voorstelling, toen kwam mijn gevoel terug en wist ik het weer. Ik ben een migrant, een overlever. De buitenwereld heeft me niet gevraagd hierheen te komen. Om jezelf staande te houden tijdens de reis en ook daarna, moet je bepaalde emoties uitschakelen. Vluchten is niet van A naar B gaan, het is jezelf overeind houden. Over de dood van mijn zusje heb ik bijvoorbeeld pas zeven jaar na dato gepraat.”

Het is één van de vele aangrijpende verhalen in As I left my father’s house: het kleine zusje dat kermt van de buikpijn en sterft omdat ze, door honger gedreven, bij de buren gekookt gras heeft gegeten waar gif in zat.

Ook zoiets uit die andere, voor ons moeilijk voor te stellen wereld: honger.

„Het gekke van een burgeroorlog is, je denkt dat het zo afgelopen is. Je koestert hoop, elke dag. Je hebt niet door dat je mager wordt, dat je aan het sterven bent. Toen ik na mijn vertrek in het buurland Sierra Leone aankwam, heb ik het eerste brood dat ik zag meteen gekocht, voor 5 dollar. Een heel klein broodje was het, maar ik had tien maanden lang geen brood gezien. De twee, drie maanden die volgden was ik geobsedeerd door voedsel, ik wilde alleen maar eten, eten en eten.”

En nu vast je vanwege de ramadan. Terwijl je een christelijke achtergrond hebt.

„Ik had het gevoel dat ik dat moest doen. We spelen onze voorstelling in kerken en moskeeën, in samenwerking met de mensen van die gebedshuizen. De imam en de moskeevoorzitter doen zelfs mee met de voorstelling vanavond. Ik wil niet eten terwijl zij vasten.”

Geen honger?

„Nee, ik ben zo druk bezig met dit stuk, ik merk het niet eens.”

Werelden verbinden, dat is wat Richards wil en wat hij doet met As I left my father’s house. Hij verbindt zijn huidige bestaan in het comfortabele Nederland met zijn oude leven van voor de vlucht. Soms komen er Afrikaanse jongens kijken, vertelt Richards. Uit Rwanda bijvoorbeeld. „Ze lachen. Veel Nederlandsers huilen, maar zij lachen. Ze zijn blij dat ik hun verhaal vertel.” Richards verknoopt in het stuk op een knappe manier de wereld van de christenen, de joden en de moslims met elkaar. Als de voorzitter van de Fatih-moskee aan de Rozengracht in Amsterdam bijvoorbeeld voorleest Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde en daarover waken vermoeit Hem niet, dan wordt het publiek even op het verkeerde been. Want gaat het nu over de Bijbel? Nee, toch de Koran. Na afloop van de voorstelling praat het publiek na, een jong meisje verslikt zich bijna in haar ontroering. Dat de drie wereldgodsdiensten zó op elkaar lijken, geeft haar het gevoel dat we allemaal één grote familie zijn. Een oudere Turkse man met een krans gebedskralen in zijn hand zegt hoe blij hij is dat iedereen hier bij elkaar zit in de moskee, mensen van verschillende geloven en achtergronden.

Hier word jij gelukkig van ...

„Het doet me denken aan de tijd dat ik toneel maakte in Afrika. In Afrika is theater altijd geëngageerd. Voor mij zijn toneel, politiek en religie altijd gekoppeld geweest. Ik zie deze voostellingen als een nieuwe vorm van interreligieuze dialoog.”

Geloof je zelf in God?

(Lange stilte) „Welke God?”

De God van je jeugd, bijvoorbeeld.

„Vroeger in Liberia, in de baptistengemeente waar ik toe behoorde, was het geloof iets heel speels. Met Oud en Nieuw zat de kerk vol, maar om vijf over twaalf stroomde die leeg en ging iedereen naar de disco.”

Je bedoelt: dus, waar hebben we het over?

(Stilte) „In de oorlog was God heel belangrijk voor mij. God zit erachter dat ik nog leef, dat weet ik zeker.”

Vanaf 12 september trekt de voorstelling As I left my Fathers’ house door het land. Toegang is gratis. Zie voor de speellijst asileftmyfathershouse.wordpress.com.