Hij had altijd gelijk

Met ‘A Journey’ wil Tony Blair drie jaar na zijn vertrek uit Downing Street zijn erfenis bepalen. Het onthullendst aan zijn boek is het onwankelbaar zelfvertrouwen van de auteur, vindt Hieke Jippes.

Tony Blair: A journey. Cornerstone, 736 blz. € 27,99 Vertaald door B. Fontijn, C. van Paassen e.v.a. als Tony Blair, Memoires. De Bezige Bij, 776 blz. €39,90 (geb.) of € 29,90 (pbk).

In mei 1998, nauwelijks een half jaar na de electorale aardverschuiving die een eind maakte aan zestien jaar Brits Conservatief bewind, hadden de kersverse premier Tony Blair en zijn vrouw Cherie de Amerikaanse president Bill Clinton en diens vrouw Hilary te dineren. De Blairs – New Labour, New Britain – namen hun gasten mee naar het modieuze Conran-restaurant ‘Pont de la Tour’, aan de voet van Tower Bridge. De eerste verwijten over His Masters Voice en diens schoothond (de Amerikaanse president en diens hijgerige Britse bondgenoot) lagen destijds nog in het verschiet en Blair genoot nog van zijn politieke wittebroodsweken. Maar het was naar verluidt bij die gelegenheid dat Bill zich tot Tony wendde met de woorden: ,,Dit is het moment waarop je moet gaan denken aan je legacy – je politieke erfenis.’’

In A Journey probeert Tony Blair, bijna drie jaar na zijn vertrek uit Downing Street, uit te leggen dat die erfenis niet zo beroerd is als zijn tegenstanders beweren. Ondanks Irak, waar hij het land op basis van een onwaarheid aan een oorlog committeerde, en ondanks zijn tegenstanders in de partij, Gordon Brown voorop.

Die laatste beraamde meer dan twintig jaar intriges om de post van premier te bemachtigen, maar diskwalificeerde zichzelf door ruimschoots de verkiezingen te verliezen. In de ogen van Blair niet door de financiële wereldwijde crisis, want hier handelde Brown, een ‘begenadigde Chancellor’ ‘op zijn best’. Nee, Brown als premier viel in de valkuil van ‘de staat weet het het beste’ en vergat de lessen van New Labour om uit de crisis te komen: houd directe belastingen laag, voer langzaam de BTW en andere indirecte belastingen op om het tekort te dekken en gebruik de crisis (zoals de coalitie-regering nu doet) om hervormingen sneller en harder door te voeren.

Gram

Dat is, wat Brown betreft, het beleefde deel, in het boek. In interviews gaat Blair verder en haalt zijn gram: Brown als persoon was ‘moeilijk tot gekmakend’, als stoorzender in het buurhuis op nr. 11 ‘een ramp’ en die verkiezingsnederlaag heeft hij ook aan zijn persoonlijkheid te danken omdat hij ‘zero emotionele intelligentie’ bezit.

Nieuw is dit allemaal niet, want onder andere Peter Mandelson (in The Third Man, besproken in Boeken 23.07.10) en vele journalisten hebben goud verdiend aan het beschrijven van de vete. Voor Gordon Brown moeten die uitspraken evenwel knarsen als gruis tussen de tanden. Hij heeft volgens berichten een tijdje geleden excuses aangeboden aan Blair .

Die andere grote stoorzender in Blairs politieke nalatenschap, Irak, zal hem in Londen een grote anti-demonstratie opleveren wanneer hij daar volgende week zijn boek signeert, maar maakt hem in de VS nog steeds een held. Het is niet toevallig dat Blair juist dààr voor het eerst na zijn aftreden als premier met de hele familie in het openbaar zijn boek te lanceert. Zijn oude vriend Bill Clinton heeft hem tevens een belangrijke Amerikaanse onderscheiding bezorgd. Daarna voert Blairs promotie-tocht hem naar Noord-Ierland, het décor voor het Goede Vrijdag Akkoord van 1998 (‘Dit is niet het moment voor soundbites. I feel the hand of history upon my shoulder.’) en pas dààrna is er een zwaar bewaakte signeersessie in Londen. De anti-oorlogslobby noemt Blairs donatie van de opbrengst van zijn boek aan het British Legion ‘bloedgeld’. Blair zelf is in zijn analyse ijskoud: na de aanslag van 9/11 2001 op de Twin Towers was een oorlog met de aanstichters van zo’n terreurdaad onvermijdelijk en essentieel. Ze verslaan vereist ‘niet alleen een militaire strategie, het vereist een heel nieuwe geopolitieke structuur. Het vereist nation-building. Het vereist een heel netwerk van interventies diep in de aangelegenheden van andere landen. Het vereist bovenal een bereidheid om zo’n gevecht als essentieel te zien, om het door te zetten, om er de tijd voor te nemen, er geld aan uit te geven, er bloed voor te verspillen, te geloven dat dat niet doen de dag des oordeels alleen maar uitstelt, waarop het offer in tijd, geld en bloed alleen maar groter zal zijn. Wie weet wat de goede richting is? Niemand. Dat zullen we alleen later weten. Zoals onze kennis op 11 september 2001 beperkt was, zo is onze kennis nu ook beperkt. In zulke omstandigheden, in zulke omstandigheden qua begrip, is de enige weg die van het volgen van je instinct en van je geloof. Meer kun je niet doen. En dat is wat ik deed in de dagen volgend op de tragedie.’ Even verder: ‘Saddam en zijn tien jaar lange obstructie van de wapeninspecteurs stond niet bovenaan de lijst, maar dat hij aangepakt zou moeten worden was redelijk voor de hand liggend.’ En: ‘We voelden dat we waren aangevallen. Meer dan dat: we voelden dat we gewaarschuwd waren.’

Leugen

Dat was uiteindelijk de rechtvaardiging voor de inval in Irak: als Saddam de massavernietigingswapens niet al had, dan had hij ze alsnog gekregen. Er was géén grote leugen. Er is maar één test: is Irak nu beter af? ‘Daarop is maar een zinnig antwoord mogelijk: natuurlijk!’

Blairs critici verwijten de voormalige premier gevaarlijke messiaanse bevlogenheid in wat de ‘Blair-doctrine’ is gaan heten: internationale interventie – zoals in Sierra Leone en in Kosovo – op humanitaire gronden. „We don’t do God,’’ zei Blairs woordvoerder Alastair Campbell, maar Blair doet God wel. Anderen zeggen dat Blair door de adulatie die hem in Kosovo ten deel viel oorlogs-dronken is geworden. ,,Hubris, naïveteit en een gebrek aan gedetailleerde planning,’’ verweet Blairs aftredende minister voor ontwikkelingssamenwerking, Clare Short, hem toen hij met Bush de oorlog met Irak aanging. Weer anderen wijzen op Blairs instinctieve solidariteit met Amerika, ‘tot in zijn DNA.’ Die skeptici zullen wijzen op Blairs uitspraak, gisteren, dat ook Iran desnoods militair ‘aangepakt’ moet worden als het een kernwapen blijkt te ontwikkelen. Blair zelf: ‘Op dat punt kun je geen enkel risico nemen – dat dacht ik toen, dat denk ik nog.’

Ironisch genoeg verscheen Blairs boek precies op woensdag, de dag dat in Amerika president Obama aankondigde dat het Iraakse avontuur na zeven jaar ten einde komt omdat het aan geld en aan levens al veel heeft gevergd. En op de dag dat de leden van de Labour Party het stembiljet in hun brievenbus kregen, waarmee ze over de toekomst van Labour kunnen beslissen.

Blair zelf noemt zijn boek ‘een lange liefdesbrief’ aan zijn land. Maar het draait in wezen natuurlijk om iets anders. Blair moet het zich wel afvragen: toen hij in de vroege ochtend van mei 1997 zijn overwinningstoespraak hield, de zon doorbrak en hij zich liet verleiden tot de woorden ‘Een nieuwe dageraad is aangebroken.’ – had hij toen gelijk?

Wel, is het antwoord daarop ‘ja’ gebleken? Wat Blair betreft wel. A Journey ademt een volstrekt geloof in eigen integriteit. De reis heeft Tony Blair, heeft tegen BBC's Anrew Marr gezegd, als mens niet veranderd. Maar als leider? ‘Van iemand die iedereen altijd te vriend wilde houden, ben ik veranderd in iemand die tenslotte doet wat hij denkt dat het juiste is. En wat ieder ander daarvan denkt, dat is zijn zaak.’