Hij had altijd gelijk

Deze week verschenen drie opvallende politieke getuigenissen. Over de Britse inval in Irak, de Duitse omgang met allochtonen en de radicalisering van Geert Wilders.

Met A Journey probeert Tony Blair drie jaar na zijn vertrek zijn besluiten te rechtvaardigen.

Het onthullendst is zijn vertrouwen in eigen kunnen.

In mei 1998, nauwelijks een half jaar na de electorale aardverschuiving die een eind maakte aan zestien jaar Brits conservatief bewind, hadden de kersverse premier Tony Blair en zijn vrouw Cherie de Amerikaanse president Bill Clinton en diens vrouw Hilary te dineren. De Blairs – New Labour, New Britain – namen hun gasten mee naar het modieuze Conran-restaurant ‘Pont de la Tour’, aan de voet van Tower Bridge. De eerste verwijten over His Masters Voice en diens schoothond (de Amerikaanse president en diens hijgerige Britse bondgenoot) lagen destijds nog in het verschiet en Blair genoot nog van zijn politieke wittebroodsweken. Maar het was naar verluidt bij die gelegenheid dat Bill zich tot Tony wendde met de woorden: „Dit is het moment waarop je moet gaan denken aan je legacy – je politieke erfenis.”

In A Journey probeert Tony Blair, bijna drie jaar na zijn vertrek uit Downing Street, uit te leggen dat die erfenis niet zo beroerd is als die door zijn tegenstanders soms wordt afgeschilderd. Ondanks Irak, waar hij het land op basis van een onwaarheid aan een oorlog committeerde, en ondanks zijn tegenstanders in de partij, Gordon Brown voorop.

Die laatste beraamde meer dan twintig jaar complotten om de post van premier te bemachtigen, maar diskwalificeerde zichzelf binnen tweeënhalf jaar door ruimschoots de verkiezingen te verliezen. In de ogen van Blair niet door de financiële wereldwijde crisis, want hier handelde Brown, een ‘begenadigde Chancellor’ met zijn plan voor de banken ‘op zijn best’. Nee, Brown als premier viel in de valkuil van ‘de staat weet het het beste’ en vergat de lessen van New Labour om uit de crisis te komen: houd directe belastingen laag, voer langzaam de btw en andere indirecte belastingen op om het tekort te dekken en gebruik de crisis (zoals de coalitieregering nu doet) om hervormingen sneller en harder door te voeren.

Dat is, wat Brown betreft, het beleefde deel, in het boek. In interviews gaat Blair verder en haalt zijn gram: Brown als persoon was ‘moeilijk tot gekmakend’, als stoorzender in het buurhuis op nr. 11 ‘een ramp’ en de verkiezingsnederlaag van afgelopen mei heeft hij ook aan zijn persoonlijkheid te danken omdat hij ‘zero emotionele intelligentie bezit’.

Nieuw is dit allemaal niet, want onder anderen Peter Mandelson (in The Third Man) en vele journalisten hebben goud verdiend aan het beschrijven van de verstoorde verhoudingen. Voor Gordon Brown, die net in een peiling onder honderd historici tot de op drie na slechtste naoorlogse premier is benoemd, moeten die uitspraken knarsen als gruis tussen de tanden. Hij heeft volgens berichten enige tijd geleden zijn excuses aangeboden aan Blair voor zijn rol in de verstoorde verhoudingen tussen hen.

Die andere grote stoorzender in Blairs politieke nalatenschap, Irak, zal hem in Londen een grote anti-demonstratie opleveren wanneer hij daar volgende week zijn boek signeert, maar maakt hem in de VS nog steeds een held. Het is niet voor niets dat Blair juist dáár zijn boek lanceert. Daarna voert Blairs promotietocht hem naar Noord-Ierland, het decor voor het Goede Vrijdag Akkoord van 1998 en pas dáárna is er een zwaar bewaakte signeersessie in Londen.

De anti-oorlogslobby noemt Blairs donatie van de opbrengst van zijn boek aan het British Legion ‘bloedgeld’. Blair zelf is in zijn analyse ijskoud: na de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten was een oorlog met de aanstichters van zo’n terreurdaad onvermijdelijk en essentieel. Hen verslaan vereist ‘niet alleen een militaire strategie, het vereist een heel nieuwe geopolitieke structuur. Het vereist nation-building. Het vereist een heel netwerk van interventies diep in de aangelegenheden van andere landen. Het vereist bovenal een bereidheid om zo’n gevecht als essentieel te zien, om het door te zetten, om er de tijd voor te nemen, er geld aan uit te geven, er bloed voor te verspillen, te geloven dat dat niet doen de dag des oordeels alleen maar uitstelt, waarop het offer in tijd, geld en bloed alleen maar groter zal zijn. [...] In zulke omstandigheden [...] is de enige weg die van het volgen van je instinct en van je geloof. Meer kun je niet doen. En dat is wat ik deed in de dagen volgend op de tragedie.’ De rechtvaardiging voor de inval in Irak is volgens Blair: als Saddam de wapens van massavernietiging niet al had, dan had hij ze alsnog gekregen. Er was géén grote leugen en er is maar één test: is Irak nu beter af dan in Saddams tijd? ‘Daarop is maar één zinnig antwoord mogelijk: natuurlijk!’

Blairs critici verwijten de voormalige premier gevaarlijke messiaanse bevlogenheid in wat de ‘Blair-doctrine’ is gaan heten: internationale interventie – zoals in Sierra Leone en in Kosovo – op humanitaire gronden. „We don’t do God”, zei Blairs woordvoerder Alastair Campbell ooit dreigend, maar Blair doet God wel. Anderen zeggen dat de verering die Blair in Kosovo ten deel viel, hem zo naar het hoofd is gestegen dat hij oorlogs-dronken is geworden. Weer anderen wijzen op Blairs instinctieve solidariteit met Amerika, ‘tot in zijn DNA’. Die sceptici zullen wijzen op Blairs uitspraak dat ook Iran straks en desnoods militair ‘aangepakt’ moet worden als het een kernwapen blijkt te ontwikkelen. Blair zelf: ‘Op dat punt kun je geen enkel risico nemen – dat dacht ik toen, dat denk ik nog.’

Blair zelf noemt zijn boek ‘een lange liefdesbrief’ aan eigen land. Maar in wezen draait het om iets anders. Blair moet het zich wel afvragen: toen hij in de vroege ochtenduren van mei 1997 zijn eerste overwinningstoespraak hield, de zon doorbrak en hij zich liet verleiden tot de woorden ‘Een nieuwe dageraad is aangebroken.’ – had hij toen gelijk? Wat Blair betreft wel. A Journey ademt een volstrekt geloof in eigen integriteit. De reis heeft Tony Blair, zei hij tegen BBC’s And rew Marr, als mens niet veranderd. Maar als leider? ‘Van iemand die iedereen altijd te vriend wilde houden, ben ik veranderd in iemand die ten slotte doet wat hij denkt dat het juiste is. En wat ieder ander daarvan denkt, dat is zijn zaak.’

Tony Blair: A journey. Cornerstone, 736 blz. € 27,99. De vertaling Memoires verscheen bij De Bezige Bij, 776 blz. € 29,90.