Gebruik uw vrijheid goed

Negen jaar na De correcties publiceert de Amerikaanse romancier Jonathan Franzen zijn nieuwe roman Freedom. Opnieuw weet hij de lezer in het hart te raken, vindt Rob van Essen.

We hebben er bijna tien jaar op gewacht. In 2001 brak Jonathan Franzen door met zijn derde roman, De correcties, een boek over een ineenstortend Amerikaans gezin dat inmiddels is uitgegroeid tot een moderne klassieker. Nu verschijnt eindelijk zijn volgende roman, Freedom – de auteur haalde er de cover van Time Magazine mee. Franzen is niet de rijkste of beroemdste schrijver, schreef de redactie onder de omslagfoto, zijn personages lossen geen misdaden op en hebben geen toverkracht, ‘maar in zijn nieuwe roman, Freedom, laat hij ons allemaal zien hoe we tegenwoordig leven’.

Die mededeling had een defensieve, bezwerende bijklank, maar tegelijk sprak er hoop uit – alsof Franzen het boek heeft geschreven waarnaar we hebben gesnakt en waarin we eindelijk kunnen lezen hoe het met ons gaat. Als Franzen ons in Freedom inderdaad laat zien hoe we tegenwoordig leven, dan zijn wij het echtpaar Walter en Patty Berglund en hun kinderen Jessica en Joey. En dan zijn we ook rockzanger Richard Katz, een oude studievriend van Walter en de geheime liefde van Patty. En dan hebben we het eerste decennium van de 21ste eeuw geen idee gehad wat we met ons leven aanmoesten.

Neem Patty. Ze was ooit een veelbelovend basketbalspeelster, maar heeft zich neergelegd bij een bestaan als huisvrouw. Ze was verliefd op de ruige zanger Richard, maar koos uiteindelijk voor diens studievriend, de degelijke Walter Berglund, een keuze die haar de rest van haar leven blijft achtervolgen. Walter is een linkse natuurbeschermer die op een gegeven moment ook een dubieuze keuze maakt: hij gaat werken voor een grootindustrieel die de natuurreservaten die hij sticht eerst vernietigt door ze van waardevolle grondstoffen te ontdoen. Ondertussen ontwikkelt Richard een haat-liefdeverhouding met zijn status als cultheld en bedriegt hij zijn vriend Walter door met Patty te slapen. En o ja, Walters en Patty’s zoon Joey gaat vuil werk doen voor een concern dat kapitalen verdient met het leveren van ondeugdelijk materiaal aan de troepen in Irak.

Uit alle avonturen en verwikkelingen in Freedom (en dat zijn er nogal wat) wordt één ding duidelijk: Franzens personages weten niet hoe ze moeten leven. En ze leren het ook niet; wat dat betreft geeft de roman weinig hoop. ‘Als je het mij vraagt, weten ze nog steeds geen van beiden wat voor leven ze willen’, verzucht een buurvrouw in het begin van de roman over Walter en Patty Berglund.

De titel van de roman laat niets te raden over: dat komt door hun vrijheid. Het is niet zo dat de personages daar wanhopig naar op zoek zijn – ze wonen in een vrij land, ze mogen zelf hun keuzes maken over zaken als carrière, huwelijkspartners, overtuigingen. Ze hebben die vrijheid dus al, maar dat is nu juist het probleem: ze weten niet hoe ze er mee moeten omgaan.

In de wereld die Franzen beschrijft heerst een gezagsvacuüm. God wordt niet eens meer genoemd, de overheid jaagt in het buitenland op niet bestaande massavernietigingswapens en ouders hebben geen autoriteit meer. De Berglunds wonen onder één dak, maar van een gezinsstructuur is geen sprake. Als Joey als puber bij de buren intrekt omdat hij verliefd is op het buurmeisje, staan zijn ouders machteloos. Ouders en kinderen zijn gelijken geworden, individuen die hun eigen gang gaan.

Vervolg op pagina 2

Het literaire van ‘Vrijheid’

Gezien het enthousiasme waarmee Freedom in Amerika en Groot-Brittannië is ontvangen, heeft Franzen een boek afgeleverd dat inderdaad iets zegt over onze tijd. De titel heeft niets juichends; die moet eerder op bezorgde toon worden uitgesproken, als de tekst onder een waarschuwingsbord waar we met z’n allen een tijd geleden ongemerkt zijn langsgereden. Wanneer Patty de universiteit bezoekt waar haar dochter Jessica studeert, ontdekt ze op een van de gebouwen een gevelsteen met de tekst USE WELL THY FREEDOM. ‘Wijze woorden uit het jaar 1920’, schrijft Franzen er laconiek bij. De centrale boodschap van de roman is afkomstig van een toevallig opgemerkte gevelsteen van bijna een eeuw oud.

Op het eerste gezicht maakt Freedom een wat ongerichtere, minder dwingende indruk dan De correcties. Daarin stond de na-oorlogse Amerikaanse kernfamilie in al haar afbrokkelende glorie centraal, gesymboliseerd in de familie Lambert: een aftakelende vader, een moeder die nog één keer met het hele gezin kerst wil vieren, volwassen kinderen die nog steeds hun plek in het gezin bevechten.

In Freedom is van het traditionele gezin weinig over. De generatie die in het tijdperk van de nuclear family is opgegroeid, heeft zich ontworsteld aan de verstikkende gezinsstructuur, maar heeft er niets voor in de plaats weten te stellen. Er is dus meer vrijheid, maar bij gebrek aan moreel kompas ook meer onzekerheid. In Freedom heerst een gewichtsloosheid waarin alle belangrijke keuzes zonder enige sturing moeten worden gemaakt. Geen wonder dat dit een wat minder strak, minder dwingend verhaal oplevert – er ontbreekt een kern waarin alle lijnen samenkomen.

Maar anderzijds heeft Freedom veel met De correcties gemeen. Opnieuw wordt het verhaal verteld met flashbacks en staat in elk hoofdstuk een ander personage centraal. De stijl is vergelijkbaar: lange, soepele zinnen, mooie, geloofwaardige dialogen. Ook de zwakkere kanten van De correcties (neiging tot langdradigheid, een ironische toon die minzaamheid niet altijd weet te vermijden) duiken weer op en omdat dit nieuwe boek minder ontroert, storen ze hier meer.

Terwijl Vrijheid zo veelbelovend begint. In de eerste pagina’s geeft Franzen een prachtig beeld van Walter en Patty Berglund in hun middenklassewijk in de hoofdstad van Minnesota. De desintegratie van het gezin wordt beschreven via het perspectief van buren, die elk op hun eigen manier het beginnende drama becommentariëren. Deze episode is geschreven in soepel proza, met goede typeringen en effectieve ironie. Maar daarna wordt het moeizamer. In de volgende hoofdstukken wordt teruggeblikt op de driehoeksverhouding tussen Patty, Walter en Richard, en dat (lange) deel laat Franzen vertellen door Patty, in een autobiografie die zij voor een therapie zou hebben geschreven. Helaas slaagt Franzen er niet helemaal in Patty een geloofwaardige toon mee te geven. Soms klinkt ze als zichzelf, dan weer lijkt haar stilistische brille veel op die van haar schepper. Het is een verademing als de verteller het weer overneemt – met een echte Franzen-zin van meer dan een pagina.

De rest van de roman blijf je heen en weer schieten tussen verrukking over prachtige passages en ergernis over saaie scènes en flashbacks die te laat komen om nog iets aan het verhaal toe te voegen. Maar dan komt het meesterlijke laatste hoofdstuk en lijken die bezwaren opeens weer een stuk minder belangrijk. Hier weet Franzen zijn lezers dan toch nog te ontroeren. Walter en Patty, ouder en een beetje wijzer, slagen erin om te midden van een zee van vrijheid een keuze te maken voor bestendigheid en verdieping. Ze zijn in staat het verleden af te sluiten, en de wankele hoop waarmee ze hun toekomst tegemoet gaan, raakt de lezer in het hart.

Jonathan Franzen: Freedom. HarperCollins, 562 blz. € 16,-