Een parade in goudbrokaat

Kunsthistorici laten in het ‘Kunstschrift’ hun licht schijnen over de mooiste kapel van Italië.

Hij was een Florentijnse kleermakerszoon, ging als puber in de leer bij schilder Fra Angelico, kreeg grote opdrachten van kerken en kloosters, maar bleef lang verborgen in de schaduw van tijdgenoten als Mantegna en Piero della Francesca.

En toch heeft Benozzo Gozzoli (ca. 1420-1497), nu in het volle licht gezet door het tweemaandelijkse Kunstschrift, een van de mooiste kapellen van Italië nagelaten, La Cappella dei Magi in Florence, oftewel de Medici-kapel met drie wandgrote fresco’s van de Optocht der Drie Koningen.

Door berg en dal, langs ravijnen en landerijen, reizen Balthasar, Melchior en Caspar – met ruiters en voetvolk, zwaarddragers en kamelen, vogels en panters – naar Maria en haar zoon, afgebeeld aan de vierde wand van de kapel. Als kleuren oorverdovend konden zijn, dan was een verblijf in deze ruimte niet te harden, want Gozzoli portretteerde de koningen en hun paarden, maar ook zijn opdrachtgevers Piero en Cosimo de Medici plus vrienden en familie in een scala aan diepe tinten en in een overvloed aan goudbrokaat.

Gepositioneerd in de voorhoede van de stoet etaleerden de Medici’s – tussen de vele tientallen personages is geen vrouw te bekennen – hun macht, maar ook de unieke plaats die Florence in de textielindustrie innam. In haar uitgebreide tekst in Kunstschrift over status en fabricage van fluweel en brokaat noemt Andrea Müller-Schirmer dit familietableau zelfs ‘de staalkaart van een peperduur product’.

Gozzoli is in kunsthistorische kringen lange tijd niet voor vol aangezien: hij schilderde voor kinderogen, te veel, te gedetailleerd – niet sereen genoeg. Dat kunsthistorisch dedain is nu verdwenen en dat komt volgens Henk van Os in zijn bijdrage aan Kunstschrift onder meer door de recente herwaardering van het beeldverhaal. Bram de Klerck belicht op zijn beurt inhoud en context van een andere belangrijke opdracht van Gozzoli – een frescocyclus over Franciscus van Assisi voor de kloosterkerk San Francesco in Montefalco, die er nog te zien is. Spijtig genoeg is dat laatste niet het geval met Gozzoli’s meest monumentale opdracht – frescowanden vol voorstellingen uit het Oude Testament aan het Camposanto in Pisa, gebombardeerd in 1944.

Misschien doet Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam er goed aan ter gelegenheid van dit lezenswaardige Kunstschrift de twintig bladen met modeltekeningen uit het atelier van Gozzoli te exposeren. Ze werden lange tijd toegeschreven aan Michelangelo en kwamen via de legendarische verzamelaar Franz Koenigs in bezit van dit museum.

En mocht inmiddels bij u de nieuwsgierigheid naar deze schilder naar grote hoogte zijn opgestuwd, dan is er altijd nog Benozzo Gozzoli, ‘de voortreffelijke monografie’ van Diane Cole Ahl (1996), die aldus Van Os, de rehabilitatie van de schilder inluidde. Trouwens, in 1993 gaf Electa in Italië al een fors kijkboek uit, waarin de fresco’s van de kapel tot in de fijnste details zijn gereproduceerd, inclusief de hooghartige Medici-tycoons en het zelfportret van Gozzoli, die op hoge leeftijd zou overlijden en een eervol graf kreeg in de Camposanto, wel de mooiste begraafplaats ter wereld genoemd.

Kunstschrift: Benozzo Gozzoli. Kunst en Schrijven bv, 55 blz. € 10,-.