Divergentie in de eurozone blijft de grote risicofactor

Economen zien weer lichtpuntjes voor Europa. Maar de valkuilen blijven talrijker, dus juichen is te vroeg. Het blijft plussen en minnen in de eurozone.

Toen het statistisch bureau Eurostat in augustus aankondigde dat de eurozone in het tweede kwartaal gemiddeld 1 procent was gegroeid, konden ze het in Brussel haast niet geloven. Niet alleen hadden velen de groei lager ingeschat. Maar wat het extra verwarrend maakte, was dat de groei van de Amerikaanse economie terugliep van 3,7 naar 1,6 procent – terwijl iedereen juist dacht dat de VS sneller uit de recessie komt dan Europa.

Raakt de Europese economie uit het slop? Jean-Claude Trichet, voorzitter van de Europese Centrale Bank, zei gisteren dat hij een „positieve onderstroom” ziet in de eurozone. Maar veel economen durven nog niet te juichen. Zij zien zoveel tegenstrijdige signalen dat ze moeite hebben die te interpreteren. Sommigen maken lijstjes voor zichzelf: links positieve signalen, rechts een minstens zo lange lijst met negatieve. Anderen sluiten zelfs een double-dip recessie – een recessie die wegebt en opnieuw toeslaat – nog niet uit.

Eerst de positieve kanten. Want „het is op zich nieuws dat die er weer zijn,” zegt Jean-Pisani-Ferry, directeur van denktank Bruegel in Brussel. „Na de paniek rond zwabberende banken, oplopende begrotingstekorten, lage groei en het Griekse schuldendrama die de eurozone op zijn grondvesten deed schudden, hebben de stresstests bij de banken in juli de markten gekalmeerd.” Deze tests, die aantoonden dat zeven van de 91 banken meer kapitaal moeten aantrekken, waren niet bijster ambitieus, maar „zorgden toch voor meer transparantie.” Eurocommissaris Olli Rehn wil daarom de Europese ministers van Financiën voorstellen om regelmatig tests te doen.

Positieve data zijn vooral de Duitse groeicijfers. De Duitse economie trekt met 2,2 procent fors aan en neemt buurlanden op sleeptouw. De Duitse werkloosheid zakte deze maand zelfs licht, de binnenlandse consumptie trekt iets aan. Frankrijk groeide met 0,6 procent, tegen 0,2 procent in het eerste kwartaal. België ging van 0 naar 0,7 procent, Nederland van 0,5 naar 0,9 procent. Dat de Wereldhandelsorganisatie woensdag bekendmaakte dat er internationaal een kwart méér wordt verhandeld dan een jaar geleden, komt deels op het conto van deze Europese voorhoede: 17 procent meer export, 21 procent meer import.

Relatief goed nieuws komt ook uit Griekenland, dat binnenkort de tweede portie leningen van eurolanden en IMF krijgt. Hervormingen en bezuinigingen liggen voor op schema. Een functionaris van de Commissie zegt bewonderend: „ze willen het land echt veranderen.” Spanje meldde maandag dat het begrotingstekort door bezuinigingen is gehalveerd, mede doordat belastinginkomsten 35 procent zijn gestegen.

Het slechte nieuws is dat de groei in sommige eurolanden níet aantrekt. De Griekse economie krimpt met 1,5 procent, wegens heftige bezuinigingen. Dit smoor-effect bedreigt volgens de Franse econoom Michel Aglietta ook andere eurolanden die keihard bezuinigen om in 2013 of 2014 hun begrotingstekorten te hebben weggewerkt. Hij vindt dat te abrupt: „Ze hebben acht à tien jaar nodig.” Italië staat er slecht voor, evenals Portugal (0,1 procent groei). In Ierland dreigt Anglo Irish Bank de economie de afgrond in te trekken als de overheid er niet wederom miljarden instopt. De werkloosheid in de eurozone stokt gemiddeld op 10 procent.

De enorme verschillen tussen de zestien economiën van de eurozone, de onderliggende oorzaak van de crisis, nemen dus niet af – integendeel. Volgens Jennifer McKeown van Capital Economics in Londen „blijft het economische herstel afhankelijk van de exportcijfers van een paar landen.”

Dit blijft dé risicofactor, bevestigt Pisani-Ferry. „Vooral omdat niemand is begonnen om die divergentie weg te werken.” Hij vreest financieel-politieke repercussies. Bepaalde Portugese en Spaanse banken betalen zoveel rente op leningen dat ze vaker bij de Europese Centrale Bank moeten aankloppen. Hierdoor kan de ECB haar ‘loket’ voor goedkope kredietverstrekking aan banken voorlopig niet sluiten. Dit geeft spanningen binnen de Bank. Ook de rente die Portugese en Spaanse overheden betalen voor leningen op financiële markten, loopt weer op. De Griekse crisis liep door vergelijkbare ontwikkelingen uit de hand.

De politieke repercussies sluiten hierop aan. Voor de zomer dokterde de eurozone, met het mes van beleggers op de keel, een crisis-managementsysteem uit: 720 miljard euro aan leningen voor uitglijdende eurolanden. Maar zonder strakker management van de euro blijft dit een tijdelijke stoplap: zolang elk land zijn eigen begrotingsbeleid voert, groeit de divergentie en daarmee het risico dat er wéér een uit de boot valt. Strenger toezicht is nodig voor overtreders van het Pact, desnoods sancties. Ook aan coördinatie van puur nationale bevoegdheden als pensioen- en loonbeleid valt niet meer te ontkomen. EU-ministers onderhandelen hierover onder leiding van EU-president Herman van Rompuy. Maar de meningen over ‘wie zich aan wie moet aanpassen’ lopen mijlenver uiteen. Velen zijn bang dat alles op een typisch Europees compromis uitdraait, zeker nu de urgentie weg is. Zuidelijke landen klagen dat Duitsland bij de onderhandelingen te bazig is. Duitsers vinden dat ze als schatkist en groeimotor een zware stem mogen hebben.

Deze problemen zullen verergeren door de dalende groeicijfers in de VS, denkt Aglietta. De kans dat de dollar zakt, is niet denkbeeldig. En dat treft de eurolanden die nu groeien. Daarom luidt zijn antwoord op de vraag of er een double-dip kan komen: „Dat zou kunnen. Maar het scenario van een zwak herstel, minder dan 2 procent, lijkt mij aannemelijker.”