Deze pinguïns zijn straks uitgestorven

In Boston buigen ruim 200 ‘pinguïnologen’ zich over het lot van de keizerspinguïn.

Smeltend zee-ijs verkleint zijn woongebied en verstoort zijn voedselketen.

PETE OXFORD

Het is een van de grootste en mooiste vogels ter wereld. Het dier leeft ver verwijderd van de menselijke beschaving, aan de ijskoude onderkant van de aarde. Maar over honderd jaar is hij waarschijnlijk nauwelijks nog te vinden. Nog deze eeuw is de keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri) vrijwel geheel verdwenen, voorspelt de Franse ecoloog Stephanie Jenouvrier. Zij is vandaag de slotspreker op de International Penguin Conference in Boston, waar ruim tweehonderd ‘pinguïnologen’ zich buigen over de toestand van de achttien verschillende pinguïnsoorten.

Het is de opwarming van het klimaat die het treurige lot van de keizer onder de pinguïnsoorten bepaalt. Het leefgebied van de 120 centimeter lange en een dikke 40 kilo wegende vogel smelt snel. „De keizerspinguïn leeft op ijs en is extreem gevoelig voor het stijgen van de temperatuur. Het uitbroeden van het ei in de Antarctische winter en het grootbrengen van het jong is zo’n delicaat proces, dat verstoring van het milieu fatale gevolgen heeft”, zegt Jenouvrier.

En dat terwijl er meer van zijn dan werd aangenomen. Peter Fretwell en Phil Trathan van de British Antarctic Survey meldden op de conferentie dat er niet 28 maar 43 kolonies van keizerspinguïns op Antarctica zijn. De Britse biologen brachten met satellietfoto’s de kolonies in kaart door te zoeken naar gebieden met bruine poepsporen in het wit.

„Het is de eerste keer dat een diersoort met behulp van hogeresolutiesatellietfoto’s in kaart wordt gebracht”, zegt Trathan. Kolonies keizerspinguïns liggen op slecht toegankelijke plekken, en daardoor was niet bekend hoeveel vogels er zijn. De onderzoekers tellen nog, maar de uitkomst ligt tussen de 200.000 tot 300.000 broedparen. Door die informatie en de onderzoeksmodellen van Jenouvrier kunnen de effecten van de opwarming van de aarde voor de pinguïns nauwgezet worden gevolgd.

Met haar studie oogst de relatief jonge Jenouvrier (33) grote bewondering onder haar collega’s. Ze koppelde als eerste demografische informatie over de vogelpopulatie aan gegevens over klimaatverandering. Jenouvrier, die is verbonden aan het oceanografisch instituut van Woods Hole in Massachusetts, zegt dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de keizerspinguïn zich kan aanpassen aan hogere temperaturen. „Verandering van gedrag van de vogel gaat veel langzamer dan de snelheid waarmee de opwarming van de aarde zich voltrekt.”

De grootste pinguïn wacht volgens haar hetzelfde lot als de reuzenalk (de ‘pinguïn’ van het noordelijk halfrond) die 150 jaar geleden het loodje legde, en de dodo, die ruim 300 jaar geleden op Mauritius voor het laatst werd waargenomen. Allemaal vogels die het vliegen verleerden.

Het smelten van zee-ijs betekent voor de keizerspinguïn niet alleen het verlies van zijn woongebied, maar het verstoort ook de voedselketen. Onder het ijs groeien algen die worden gegeten door krill, kleine garnaaltjes. Vissen eten krill en de pinguïns leven van beide diersoorten. „Door het smelten van het ijs komen bovendien de net geboren pinguïns al in zee terecht, terwijl het verenkleed nog niet waterdicht is. Daardoor sterven ze”, aldus Jenouvrier.

De conclusies van Jenouvrier over het naderende uitsterven van de grote vogel zijn gebaseerd op informatie die ze verzamelde bij de kolonie keizerspinguïns op Terre Adélie, op loopafstand van het Franse onderzoeksstation Dumont d’Urville. Franse wetenschappers hebben daar vanaf 1962 de populatie onderzocht. Tussen 1972 en 1982 nam op die plek als gevolg van een plotselinge stijging van de temperatuur de hoeveelheid ijs met 11 procent af. Dat halveerde de populatie van de keizerspinguïns.

„Volgens alle modellen van het klimaatpanel van de Verenigde Naties zal het smelten van ijs zich de komende jaren sneller voltrekken. De kans op een dramatische afname van de populatie, met meer dan 95 procent, bedraagt tussen de 40 à 80 procent. Het aantal broedparen van keizerspinguïns zal op Terre Adélie dalen van 6.000 naar 400 voor het einde van deze eeuw.” De nog meer zuidelijke kolonies keizerspinguïns, zoals in de Ross IJszee, zijn nog stabiel, maar ook daar zal opwarming volgens haar straks haar tol eisen.

Het is niet de eerste keer dat voor de fatale effecten van klimaatverandering op de populatie van het meest geïsoleerd levende dier op aarde wordt gewaarschuwd. Door het broeikaseffect is op Antarctica tien jaar geleden een driehonderd kilometer lange en veertig kilometer brede ijsschots losgebroken. De Amerikaanse bioloog Gerry Kooyman van de Universiteit van Californië in San Diego signaleerde dat de in stukken uiteengevallen ijsberg broedgebieden vernietigde van de keizerspinguïn. Het rondtollende ijs belette de vogels hun normale routes te volgen. Kooyman wist foto’s te maken van uitgehongerde, dode, op het ijs in elkaar gezakte keizerspinguïns.

Voor de keizerspinguïn is het bijzonder moeilijk zich aan te passen. De vogel legt eind mei of begin juni in het midden van de Antarctische winter (gemiddelde temperatuur 50 graden onder nul) één ei. Ze hebben geen nest en het mannetje broedt het ei uit door het op zijn poten in een huidplooi te dragen. De vrouwtjes lopen dan naar zee om te eten en komen na twee maanden terug, net op tijd om het uitkomen van het ei mee te maken. Die timing stelt ze in staat om vervolgens in de relatief milde lente en zomer de jonge pinguïn groot te brengen.

De keizerspinguïn kan niet vluchten voor het smeltende ijs door op het vaste land te klimmen om daar het ei uit te broeden. „Ze zijn niet bepaald mobiel. Het zee-ijs waar ze op staan grenst aan kliffen die soms honderden meters hoog zijn”, zegt Kooyman. Slechts op enkele plekken broedt de keizerspinguïn op land, zoals op het eiland Snow Hill bij het Antarctisch schiereiland, waar in 2004 een kolonie van een paar honderd keizerspinguïns werd ontdekt.

Verschillende Nederlandse touroperators bieden inmiddels bootreizen aan naar Snow Hill. Want het mag dan slecht gaan met de pinguïns – twaalf van de achttien soorten worden in hun voortbestaan bedreigd – het pinguïntoerisme bloeit als nooit tevoren. Curatoren van Amerikaanse dierentuinen en aquaria, die ook in Boston aanwezig zijn, zeggen dat de pinguïn vooral de laatste jaren is uitgegroeid tot de voornaamste publiekstrekker. Ze denken dat dit komt door pinguïnfilms als Happy Feet en Madagascar en door de Franse documentaire March of the Penguins, die in 2005 een Oscar kreeg voor de beste documentaire. De film werd opgenomen in de kolonie die ook Jenouvrier bestudeerde.

Sea World in San Diego is de enige plek in Amerika waar de keizerspinguïn is te zien. Eind jaren zeventig heeft deze dierentuin 2.550 pinguïneieren geraapt op Antarctica en ze in Amerika uitgebroed. Er zijn nu nog dertig meestal hoogbejaarde keizerspinguïns te bewonderen. De laatste geboren keizerspinguïn in Californië is nu acht jaar oud. Ook in San Diego zal de keizerspinguïn het loodje leggen.