De zuster van de Venus van Milo

Aan de hand van de indrukken van schrijvers, kunstenaars en critici neemt de Franse schrijver Jean Galard de bezoeker mee door het Louvre. „Je kunt heel goed nieuwe dingen doen in een oud museum.”

Honderden kilometers legde hij af in het Louvre. Eerst wandelde hij vijftien jaar door het museum als directeur van de nieuwe service culturel van het museum en daarna nog eens vier jaar om zijn net verschenen boek te schrijven: Promenades au Louvre. Inmiddels is Jean Galard, filosoof en oud-directeur van het Maison Descartes, zo’n 8 jaar met pensioen.

1231 dunne, dichtbedrukte bladzijden telt zijn boek. Het is een gids voor wie de kunstwerken in het Louvre nu eens op een heel andere manier wil ontdekken, namelijk aan de hand van teksten en indrukken van schrijvers, kunstenaars en kunstcritici. Zo vind je er wat Goethe schreef over een zelfportret van Dürer, wat Charles du Bos zag in De leesles van Gerard ter Borch, je leest Alexandre Dumas over Scène des massacres de Scio van Delacroix, André Breton over een 18de-eeuws standbeeld uit Oceanië en Tahar Ben Jelloun over Rembrandts Portret van de kunstenaar aan zijn ezel. Het is een museumgids waarvoor je je huis niet uithoeft, want via de site van het Louvre (.louvre.fr, database Atlas) zijn alle genoemde en becommentarieerde kunstwerken online te bekijken. Een museumgids zonder een enkele afbeelding ook.

„Je moet gebruikmaken van internet”, zegt de welbespraakte en energiek ogende Galard in café La Contrescarpe in Parijs, „je kunt tegenwoordig in elk café met je laptop of je iPod websites raadplegen. Mijn boek biedt je een virtueel bezoek, maar uiteindelijk moet je natuurlijk wel zelf naar het Louvre gaan. Het was onmogelijk om afbeeldingen op te nemen, het papier is te dun en het zou onbetaalbaar zijn geweest’.

Toen de uitgever hem belde met de vraag of hij ervoor voelde het boek te maken, zei hij geen ja en geen nee. Toch zocht hij 4 jaar lang naar teksten over kunstwerken in het Louvre. Hij haalde ze uit zijn eigen bibliotheek, uit de documentatieafdeling van het Louvre, bouwde voort op wat hij al had vergaard in de jaren daarvoor. „Ik ben pedagogisch ingesteld. Ik houd ervan iemand iets uit te leggen en ook zelf onderwezen te worden. Ik ben niet iemand die van huis uit ’s zondags is meegenomen naar een museum. Ik ben via de literatuur bij de oude en de nieuwe kunsten gekomen.”

Voor dat soort mensen is zijn gids dan ook bij uitstek geschikt. „Ik heb het geschreven voor wie een literaire sensibiliteit heeft, voor mensen die zich vanuit een literaire invalshoek voor de visuele kunsten interesseren. Wat me werkelijk boeit is de relatie tussen taal en visuele kunst of, zoals Valéry zei, de kunst van de stilte. Ik geloof dat het woord wel degelijk nuttig is voor kunst. Taal is een hele goede voorbereiding op de visuele schok die je als bezoeker van een museum te wachten staat.” Galard heeft vooral ‘suggestieve’ teksten uitgekozen, teksten die iets laten zien wat je zelf niet zo snel zou zien. „Bovendien is mijn boek voor degenen die zich niet alleen voor schilderijen interesseren, maar ook voor kunst uit het oude Griekenland, Egypte, Afrika en de Oriënt.”

De ideale gebruiker van de gids bladert door de index achterin en ziet dan bijvoorbeeld dat schrijver en dichter Antonin Artaud in het Louvre is geweest, in 1931. Dan zoek je zijn tekst op, een commentaar op een anoniem, vroeg 16e-eeuws schilderij, Lot en haar dochters Sodom en Gomorra ontvluchtend. „Dat schilderij is wat het toneel zou moeten zijn als hij de taal zou spreken die hem eigen is”, schrijft Artaud. Of je ziet de naam van de Poolse Nobelprijswinnaar Milosz, zegt Galard. Milosz schreef een gedicht ter ere van een Egyptisch bronzen beeldje van Karomama, van ongeveer 850 voor Christus, een bewonderaarster van de god Amon: „Mes pensées sont à toi, reine Karomama du très vieux temps”. „Dat gedicht was een grote verrassing, het ontroerde me enorm.”

Galards mooiste ontdekkingen van de laatste jaren zijn vaak onbekende werken waar zijn oog op viel tijdens een van zijn wandelingen. „Een Venus bijvoorbeeld die vlak naast de Venus van Milo stond. Ze stond met haar hoofd een beetje weggedraaid, keek door het raam, naar de Seine, alsof ze gepikeerd was dat haar collega de Venus van Milo dag in dag uit alle aandacht kreeg. Of een David die het hoofd van Goliath in zijn hand houdt alsof het een zak aardappelen is waarmee hij net van de markt komt.” Geregeld was Galard met stomheid geslagen over de pertinentie van de teksten die hij vond. „Neem de Zwitserse schrijver Ramuz. 24 was hij toen hij in 1902 naar Parijs kwam. Iedere dag begon hij met een bezoekje aan het Louvre en noteerde, staande, zijn indrukken. Ze zijn haastig opgeschreven, hebben geen mooie stijl ofzo, maar ze zijn heet van de naald en heel persoonlijk. Ik was verbijsterd.”

Juist de emotie die een werk oproept heeft Galard voor zijn boek gezocht. In zijn inleiding karakteriseert hij het museum als een „paradijs – of de hel, zo men wil – van het fragment”, een „huis van incoherentie”. Wie naar een museum gaat ervaart vaak chaos, wordt overspoeld door de veelheid van wat hij ziet. Een museumbezoeker gaat van het ene naar het andere kunstwerk, zonder verband, zonder eenheid. „Ik heb voor mijn boek ook geen teksten gekozen die over het tot stand komen van een werk gaan of die de kunstenaar plaatsen in een breder kader. Net zo min als wetenschappelijk of erudiet werk, dat interesseerde me niet. Het gaat me om de persoonlijke relatie van een auteur tot het kunstwerk.”

Bij het Louvre zette Jean Galard de nieuwe service culturel op die voor nog meer bezoekers moest zorgen en door middel van films, documentaires en boeken de collectie breder onder de aandacht moest brengen. Als filosoof was hij in de kunsthistorie een vreemde eend in de bijt. Hij nam het initiatief voor een lezingencyclus in de zaal waar het besproken kunstwerk zich bevond. Dat vonden de conservatoren in het begin ontoelaatbaar. Schrijver Michel Butor sprak voor de Inname van Constantinopel van Delacroix, Helene Cixous koos Bethsabee in bad met een brief van David, van Rembrandt. Toen de Amerikaanse Nobelprijswinnares Tony Morrison carte blanche kreeg boorde het museum een heel nieuw, multicultureel publiek aan. Galard nodigde scholieren uit de banlieue uit die vervolgens als gids fungeerden voor hun ouders. „Je kunt heel goed nieuwe dingen doen in een oud museum. Je hebt niet per se een heel nieuw type museum nodig, alleen een team dat openstaat voor vernieuwing.”

Al werkte Galard een groot deel van zijn professionele leven met oude kunsten, hij heeft de moderne kunst op de voet gevolgd sinds hij begin jaren tachtig een aantal jaren in Brazilië werkte. Daar bruist de moderne kunst meer dan waar dan ook, vindt hij. „Vooral de moderne kunst ontregelt ons, we weten niet hoe we erop moeten reageren, vragen ons af of we bij de neus worden genomen. Het werk heeft zich nog niet bewezen. Iedereen heeft zijn eigen mening en denkt dat die evenveel waard is als die van een ander. Vooral dan moet iemand ons bij de hand nemen.” Razend wordt hij als hij de onzin leest in sommige kunsttijdschriften of de waardeloze bijschriften bij tentoonstellingen van moderne kunst. Laatst nog bij een expositie in het Palais de Tokyo waar kunstenaars tussen de 35 en 45 jaar exposeerden. „De bijschriften zeiden helemaal niets, ze waren volledig nutteloos en daardoor gevaarlijk. Ik geef een werkgroep voor studenten kunstgeschiedenis, waarin we die stompzinnige teksten verbeteren.” Zo’n eeuw geleden is er een scheiding ontstaan tussen de wetenschappelijke kunstkritiek en de journalistieke variant. Maar juist in de combinatie van die twee terreinen ligt de uitdaging, vindt Galard. „Er is wel passie, maar zo weinig geduld. De kunstkritiek van nu komt niet verder dan een eerste, snelle reactie. Een polemiek duurt tegenwoordig een paar dagen, werkelijk argumenteren is er niet bij.”

Jean Galard: Promenades au Louvre en compagnie d’écrivains, d’artistes et de critiques d’art verscheen bij Robert Laffont, in de reeks Bouquins. Prijs € 31.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het onderschrift bij het schilderij van Giovanni Francesco Barbieri, dat als illustratie diende bij het artikel ‘De zuster van de Venus van Milo’ (CS, 3 september), is het laatste woord weggevallen en is Lot ten onrechte als vrouwennaam gebruikt. De juiste titel luidt: Lot en zijn dochters Sodom en Gomorra ontvluchtend.