De eigen wereld van het tuinpark

De Amsterdamse wijk Slotervaart weerspiegelt culturele verschillen in Nederland. Twee keer per week bericht deze krant over de wijk. Vandaag: de volkstuin.

Ali Hafkamp groet iedereen met een vrolijk: „Hoi meid!” Eerst zegt ze dat tegen een mevrouw van middelbare leeftijd. Dan tegen een oudere dame op de fiets en dan tegen een jonge vrouw met een bakfiets. We lopen op het tuinpark Ons Buiten in Slotervaart. Het is een volkstuinencomplex naast de Nieuwe Meer, een groen schiereiland net buiten de ring.

Voor Ali (71) en Rob (72) Hafkamp heeft Slotervaart twee gezichten. Het ene is hun flat, net achter het stadsdeelkantoor. Het andere is het groene, houten huisje op het tuinpark, een oase van rust op tien minuten fietsen.

Het huisje hebben ze al 26 jaar. Het is klein: een woonkamer met keukentje en slaapkamer waar net een tweepersoonsbed in past. Maar alles wat ze nodig hebben, zit erin. En het heeft een grote tuin, zoals alle 446 huisjes, met grote bomen, veel bloemen en een vijver.

Van april tot eind september zitten Ali en Rob Hafkamp meestal ‘op de tuin’. Ze slapen er dan ook. Dat betekent rust, totale rust, zegt Ali Hafkamp. En veel sociaal verkeer. „In de flat doe je de deur dicht en ben je meer op jezelf. Hier maak je met iedereen een praatje, je gaat op de koffie.”

Er zijn veel gezamenlijke activiteiten, bij de meeste is Ali betrokken. In het tuinpark zorgt ze met nog vier dames voor de crea-avonden: bloemschikken, schilderen, mozaïek. Ze hebben zelfs eens een ketting van fietsbanden gemaakt. En er is een fancy fair, klaverjassen, voetballen en kindervissen.

De bewoners van het tuinpark zijn allemaal autochtoon. Terwijl in Slotervaart toch veel Marokkaanse Nederlanders wonen. Eigenlijk best gek, zegt Ali. Iedereen is welkom, als je je maar aan de regels houdt. Het huisje en de tuin moeten goed onderhouden worden. En iedereen moet dertig uur per jaar werken in de openbare ruimte. Dat gebeurt op zaterdagochtend. Maar dat, zegt Ali, is alleen maar gezellig. En bovendien is er om half tien eerst een kopje koffie.

Maar ze begrijpt het ook. Marokkanen trekken naar elkaar toe, net als Nederlanders dat doen. Gisteren nog stond voor de Lidl een groep Marokkaanse vrouwen met hoofddoek en lang gewaad te kletsen in hun eigen taal. Ali Hafkamp: „Dan heb ik niet de neiging om contact te zoeken. Ze zijn zo anders.”

Last hebben Ali en Rob niet van de Marokkaans-Nederlandse bewoners. Nou ja, oké. De jongelui zijn soms tot laat in de avond erg luidruchtig. Zeker nu, tijdens de ramadan. En ze is een keer uitgescholden door jongetjes van een jaar of tien toen ze vroeg of ze verderop wilden gaan voetballen, in de voetbalkooi. Maar dat was maar één keer. Het is meer de afstand tot elkaar. Op de tuin is de wereld één. In de stad bestaan de verschillende werelden naast elkaar.