Controleur op korrel

Eerst waren er honderden, daarna tientallen en toen, in 1998, nog maar zes internationale accountantsbureaus. Een fusie tussen Price Waterhouse en Coopers & Lybrand bracht het totaal terug tot vijf. En nadat het Amerikaanse energieconcern Enron in 2001 accountant Arthur Andersen in zijn val meesleepte, waren er nog maar vier over.

Deze grote vier accountants ( PriceWaterhouseCoopers, Ernst & Young, KPMG en Deloitte) bestieren 80 procent van de Nederlandse markt. In de rest van de westerse wereld is het niet veel anders. Het oligopolie van de accountancy mag dan misschien nog nét divers genoeg zijn om gezonde concurrentie te waarborgen, veel scheelt het niet.

De toestand lijkt op de internationale kredietbeoordeling. Twee giganten, Moody’s en Standard & Poor, en de relatieve nieuweling Fitch heersen over de kredietwaardigheid van grote debiteuren, hun uitgeschreven leningen en andere financiële instrumenten. Net als accountants vervullen zij als particuliere en op winst gerichte onderneming een in wezen maatschappelijke taak, die door de gecontroleerden zelf wordt betaald. De positie van de controleurs is daarom per definitie een ingewikkelde.

In een hard rapport waarschuwde toezichthouder AFM deze week de branche dat zij onvoldoende aan de kwaliteitseisen voldoet en dreigde ook met maatregelen. Het is spijtig dat de AFM geen namen kan of wil noemen bij de incidenten die zij bij het doorspitten van 46 goedkeurende accountantsverklaringen heeft aangetroffen. Maar in 29 gevallen vond de toezichthouder „tekortkomingen”. De beroepsgroep wordt opgeroepen tot een „fundamentele gedragsverandering”.

Onafhankelijkheid is het grootste goed van de accountant: of deze nu als extern controleur werkt of bij een bedrijf zelf in dienst is. Die houding wordt voortdurend op de proef gesteld. Maar na een aantal geruchtmakende faillissementen in de nasleep van de internetzeepbel op de beurzen én de kredietcrisis is de vraag nu gerechtvaardigd of het huidige model voor de accountancy nog voldoet of toch verouderd raakt. Kan deze cruciale maatschappelijke taak nog worden vervuld door op winst gerichte ondernemingen die onder druk kunnen staan van hun eigen, betalende, opdrachtgevers? Adviesdiensten zijn al goeddeels losgekoppeld van de accountantscontrole. Maar de grens blijft soms mistig.

De branche heeft meermalen beterschap en openheid beloofd. Sinds 2006 is het toezicht op de accountancy ook al veranderd van een vorm van zelfregulering naar toezicht door de AFM. Maar zelfs in de eigen beroepsgroep klinken stemmen om in ieder geval de accountantscontrole van grote (financiële) ondernemingen die, zoals dat heet, ‘systeemrelevant’ zijn over te hevelen naar de Staat. Daarvoor is het te vroeg. Het AFM-toezicht is nog jong en moet eerst de kans krijgen consistentie te verwerven.

Maar als er klachten blijven, kunnen alsnog verdergaande conclusies worden getrokken. De branche is gewaarschuwd.