Bouterse was moe en had dengue

De Surinaamse president Desi Bouterse heeft zijn macht een week lang overgedragen, omdat hij leed aan dengue (knokkelkoorts) en oververmoeidheid na de verkiezingscampagne. Dat heeft Bouterse gisteren bevestigd tijdens een persconferentie in Paramaribo.

„Ik had dringend bedrust nodig”, zei Bouterse die volgens de Surinaamse krant Waterkant monter oogde. Volgens De Ware Tijd zei de president zei dat zijn conditie op zijn leeftijd (64) niet meer zo goed als vroeger was. De ziekte had „zijn tol” geëist en artsen zouden Bouterse absolute rust hebben voorgeschreven.

Verder zei de president dat hij „gek” werd van de vele fruitmanden en bloemstukken die hij toegestuurd heeft gekregen. Hij bedankte iedereen die voor hem had gebeden en vice-president Robert Ameerali die zijn taken tijdelijk had waargenomen.

De president, die op 12 augustus werd beëdigd, was sinds 17 augustus niet meer in het openbaar verschenen. In Surinaamse en Nederlandse media werd gespeculeerd over de gezondheid van Bouterse. Advocaat Gerard Spong zei dat hij meerdere cardiologen had bezocht en mogelijk een hersenbloeding had gehad. In de afgelopen maanden was Bouterse ook een aantal keren ziek.

Gisteren, een dag eerder dan aangekondigd, heeft Bouterse zijn werk weer hervat. Bouterse installeert vandaag de nieuwe leden van de Staatsraad, een adviesorgaan van de president en de regering. Komende week legt Bouterse staatsbezoeken af aan Guyana en Venezuela. Eind deze maand zal hij de vergadering van de Verenigde Naties toespreken.

De verkiezing van Bouterse, zeer populair bij zijn aanhangers, is in Suriname en daarbuiten omstreden. De oud-coupleider is in Nederland bij verstek veroordeeld tot elf jaar celstraf wegens drugshandel. Ook is hij de hoofdverdachte in het proces rond de Decembermoorden in 1982, toen vijftien politieke tegenstanders van Bouterses toenmalige militaire regime werden gedood.