Betoverende nachtmuziek en suggestieve heupstoten

Wereldmuziek Opening International Gamelan Festival Amsterdam. Opera van Garin Nugroho (regie) en Rahyu Supanggah (muziek). Choreografie: Eko Supriyanto. 2/9 Tropentheater. Herh 3-5/9. Festival t/m 11/9.Info: tropentheater.nl ***

Er ging een golf van gegeneerd gegniffel door de Lichtzaal van het Tropenmuseum toen de gehurkte dansers in Opera Java suggestieve stootbewegingen maakten met de heupen. Het stond haaks op de hoofse danstraditie die verbonden is aan de ingehouden Javaanse gamelanmuziek.

De traditionele Indonesische kunstvormen zijn aan het vernieuwen. Regisseur Garin Nugroho heeft in Opera Java, een bewerking van zijn gelijknamige film uit 2006, een fragment uit het oude hindoe-epos Ramayana als uitgangspunt genomen. Daarin wordt Sinta, echtgenote van prins Rama, geschaakt door reuzenkoning Rahwana. Hoewel ze haar kuisheid weet te bewaren tot Rama haar jaren later bevrijdt, verstoot hij haar. Nugroho heeft dit verhaal omgesmeed tot een meer aardse driehoeksverhouding, en de handeling verplaatst naar een dorp. De nobele Rama is afstandelijk en koel. Zijn tegenstrever is bezeten van een lust en passie waar Sinta geen weerstand aan kan bieden, met alle noodlottige gevolgen van dien.

Met een cast van dertig musici en dansers is het een grote productie geworden, een combinatie van dans, acrobatiek en zangspel, sporadisch verlucht met projecties. Opmerkelijk genoeg was de muziek sterker naarmate ze van de traditie afweek, terwijl de dans juist aan zeggingskracht inboette wanneer de choreografie eigentijds aandeed. Dan verloren de bewegingen op slag de gestileerde expressiviteit en de onderhuidse spanning die kenmerkend is voor de traditionele dansen. In acrobatische vechtscènes en in solo’s van choreograaf Eko Supriyanto, die Rahwana vertolkte, was de dans tegelijkertijd spectaculair en beheerst.

Het zwakste onderdeel van de voorstelling was de eenstemmige koorzang die de voortgang van de handeling danig in de weg zat. Daar stonden prachtige solo’s tegenover van zangeres Peni Candra Rini, die hele gevoelswerelden wist op te roepen met weinig meer dan de magie van een lichte trilling en buiging in haar stem.

Magisch was ook de betoverende nachtmuziek die meermalen uit de metalen instrumenten van het ensemble opgonsde. Toch was het een lange zit, mede door de stoeltjes die bedoeld leken om het publiek te straffen voor zijn aanwezigheid.