Ballet met een snufje lichaamshorror

Het filmfestival in Venetië opende met Black Swan van Darren Aronofsky.

Het is de perfecte openingsfilm: een extreem gestileerde psychothriller.

De grote Tarantino-show speelt zich af voor een halflege zaal; zowel het aantal bezoekende filmmakers in Venetië als het aantal journalisten is gekrompen. Voor de juryvoorzitter van het 67ste filmfestival maakt het niet uit. Hij heeft er zin in: een coole, eclectische, opwindende competitie „all over the map”.

Waar hij niet voor te porren is, is een steunbetuiging aan de onlangs uit de gevangenis ontslagen maar nog aan een uitreisverbod onderworpen Iraanse filmmaker Panahi. „Ik doe geen politieke statements”, zei hij woensdag zuinig tijdens een persconferentie.

Tarantino verheugt zich er vooral op dat hij als juryvoorzitter de komende anderhalve week heel veel films achter elkaar mag zien. Dat deed hij de afgelopen week ook al. „Ik organiseerde een minifilmfestival voor mezelf, dat doe ik vaak. Dan trek ik me terug en bekijk twintig dvd’s die ik nog niet heb gezien. En dan kan ik na afloop regisseur Tom Tykwer feliciteren: je won zojuist mijn minifestival, met Perfume.”

Maar nu heeft Tarantino ook echt een prijs uit te delen, de Gouden Leeuw. En dat in een festivaleditie die objectief gezien alles tegen heeft. De filmindustrie voelt dit jaar de kredietcrisis pas echt. Niet alleen het aantal filmmakers en journalisten, maar ook het feestbudget is gekrompen. Het Lido is één en al bouwput en steiger, Grand Hotel des Bains, decor voor Visconti’s Dood in Venetië en traditioneel verzamelpunt voor filmmagnaten, wordt verbouwd tot appartementencomplex. En festivaldirecteur Marco Müller kondigt zijn afscheid aan: volgend jaar is zijn zwanenzang.

Toch kan Venetië dit jaar bogen op een sprankelend programma. Het op één na laatste festival van Müller weerspiegelt meer dan ooit zijn eclectische smaak. Müller heeft drie namen in competitie die in Cannes hoge ogen hadden gegooid: Aronofsky (Black Swan), Julian Schnabel (Miral) en Sofia Copolla (Somewhere). Een peloton solide routiniers: François Ozon, Tom Tykwer, Ahn Hung Tran, Hark Tsui. Opwindend jong talent: Kelly Reichardt, Abdellatif Kechiche, Pablo Larraín. Cult en controverse: Vincent Gallo, Takehishi Miike. En twee hoogbejaarde regisseurs die uit de dood lijken herrezen: Monte Hellman en Jerzy Skolimowski.

Een grabbelton is het, deze competitie van 23 films – de 24ste ‘verrassingsfilm’ wordt zondag bekend. Nog gewaagder is het bijprogramma Orizzonti, dat dit jaar allerlei filmformaten en -lengtes toelaat en volgens de trotse Müller de jeugdigste bezetting ooit kent.

De perfecte opening heeft Venetië al binnen. De stijlvol macabere psychothriller Black Swan van Darren Aronofsky, die twee jaar geleden de Gouden Leeuw won met The Wrestler, is opgenomen in schoudercamerastijl, maar ook extreem gestileerd. De film ademt de escalerende paranoia van een oude Polanskifilm: diens Repulsion (1965) gaat een huwelijk aan met de balletklassieker The Red Shoes (1948) en kruidt dat met een snufje lichaamshorror à la David Cronenberg. The Red Shoes weerspiegelt het leven van een geobsedeerde prima ballerina zich in een ballet – ditmaal Het Zwanenmeer. En als in Repulsion spiralen we met deze Nina neerwaarts in een binnenhel van paranoia, zelfverminking en seksuele hysterie.

Natalie Portman is met haar gevriesdroogde uitstraling geknipt voor de rol van Nina, een ballerina die streeft naar absolute perfectie. Haar dans kenmerkt zich door discipline, keihard werk en krakende botten. Ze leidt een breekbaar, geïsoleerd bestaan met haar knuffels en haar flemerig ambitieuze moeder die het zelf net niet maakte. Nina’s grote doorbraak komt als balletmeester Thomas (Vincent Cassel met akelig veel testosteron) zijn oude prima ballerina Beth MacIntyre (een angstaanjagende Winona Ryder) dumpt.

Nina mag het seizoen openen met het Zwanenmeer, maar dan „uitgebeend, voelbaar, echt”. Ze moet niet alleen de tragische Witte Zwaan dansen, maar ook de Zwarte Zwaan, de verleidster.

En bij die laatste rol voorziet Thomas problemen. Want perfectie is niet louter controle, het is ook passie, controleverlies. En daar wil hij Nina net iets te graag mee helpen. Als voorbeeld houdt Thomas haar de soepele, slordige Lilly (Mila Kunis) voor. Zij ontpopt zich tot een sluwe rivale, of misschien verbeeldt Nina zich dat.

Black Swan is adembenemend in zijn grote gebaren. Misschien is het te zeer operateske horror om een jury te bekoren die, afgezien van Tarantino, overwegend afkomstig is uit de arthouse. Want Aronofsky is geen aquarellist: hij filmt Nina’s Werdegang met dikke, olieachtige vegen. De monochrome, ingehouden wereld van het ballet versus de orgiastische kleuren van een nachtclub, evidente zwart-wit contrasten: schitterende overkill is het. Nina is een waardige nieuwkomer in Aronofsky’s pantheon van geobsedeerde extremisten, na de verslaafden van Requiem For a Dream en de worstelende monomaan Mickey Rourke. „Het was… perfect”, zijn haar afscheidswoorden. En dat was het.