Ballen met honger

Waarom speelde Mounir El Hamdaoui zo’n matige wedstrijd tegen Dinamo Kiev? In de persruimte wisten journalisten meteen waardoor dat kwam: ramadan. Als moslim viert El Hamdaoui het jaarlijkse feest van zelfbeheersing en naastenliefde, en wie wekenlang zijn maag leeghoudt tussen zonsopgang en zonsondergang zal verslappen. Vandaar dat de Marokkaanse Ajaxspeler de ballen telkens van zijn schoen zag springen. Aldus de communis opinio in de persruimte van de Arena. Echter: van deze mogelijke reden geen woord in de wedstrijdverslagen de volgende dag.

Zou een andere speler van Ajax de avond voor de wedstrijd in een café zijn gesignaleerd, dan had hij zichzelf levensgroot teruggevonden in De Telegraaf (‘onthullend!’). Terwijl drie biertjes een etmaal voor de wedstrijd hoogstwaarschijnlijk minder energie wegnemen dan vijftien uur niet eten en drinken op de dag zelf. En dat een maand lang. Het is niet niks, wat El Hamdaoui en nog een stuk of veertig eredivisievoetballers zichzelf aandoen: topsporten op een lege maag. Maar er wordt vrijwel niet over gesproken. Ook niet binnenskamers. Bij de club met de meeste moslims in de selectie van PSV is het trefwoord respect. Ibrahim Afellay, Otman Bakkal, Zakaria Labyad en Nordin Amrabat mogen het allemaal zelf weten. De club probeert alles zo goed mogelijk te faciliteren, bijvoorbeeld met energiedrankjes en zoetigheid na een avondwedstrijd voor het optimale herstel. In hotels slapen de moslims tijdens de ramadan bij elkaar, of alleen, volgens hun eigen dagritme (vroeg opstaan, voor zonsopgang wat eten, verder slapen).

Net als bij Ajax wordt naar goed Hollands gebruik geen druk uitgeoefend. Wie streng in de leer wil zijn, mag dat. De voetballers van Marokkaanse komaf zitten in een aparte ruimte als de rest zich te goed doet aan een sportmaaltijd. Ze kijken tv of lezen stilletjes een krantje. En wie zou denken dat de bekende voetbalhumor (collega’s voor gek zetten) hier huishoudt heeft het mis: navraag leert dat dolletjes – ‘hé Ibi, ik heb nog wat over!’ – niet voorkomen. Ook in het qua afzeiken vermaarde Amsterdam schijnt begrip te overheersen. Sterker, als het even kan houden de andere spelers hun eten en drinken buiten het zicht van de moslims. Respect.

Ooit vertelde Afellay dat hij onder de douche zijn mond gesloten hield, om zelfs geen toevallige druppels binnen te krijgen. Anderen, zoals El Hamdaoui, eten wel degelijk op wedstrijddagen en compenseren dat later weer. Dat leerde ik deze week met enkele telefoontjes. Maar wat zou het interessant zijn als een moslimprof een openbaar dagboek bijhield en een dieper inzicht bood in het dagelijks doen en – vooral – laten tijdens de vastenmaand. Er publiekelijk over praten lijkt zinvoller dan geheimzinnigheid en, dus, besmuikte praatjes zonder kennis. Hoe dan ook, nog een weekje volhouden, dan mogen ze weer.