'Vrij Nederland' haalt herinneringen op

In december 1977 trad na een recordperiode van 208 dagen formatie het centrum-rechtse kabinet Van Agt-Wiegel aan. Direct verschenen alom advertenties met de bordesfoto en de tekst „’t Zijn weer tijden om je te abonneren op Vrij Nederland.”

Die klassiek geworden advertentiecampagne figureert prominent in het dikke jubileumnummer van het zeventig jaar geleden, als illegaal schotschrift opgerichte weekblad. De feesteditie bracht me in een goed humeur, dat zeker niet alleen werd veroorzaakt door het kietelen van herinneringen aan de linkse nestgeur van weleer.

Die wordt namelijk danig gerelativeerd. Hans Wiegel maakt nu deel uit van een reeks portretjes van prominente lezers sinds jaar en dag. Een interview van Coen Verbraak met Rinus Ferdinandusse, hoofdredacteur van 1969 tot 1996 en dus hopman van de onoverwinnelijke gideonsbende in de succesjaren, belicht ook de minder aangename kanten. Op het dieptepunt van de slangenkuil die de redactie toen vormde, ontvingen sommige redacteuren anonieme brieven met toespelingen op hun privéleven. Het is een van de onderwerpen waarover het geheugen Ferdinandusse parten speelt.

Er staan meer voortreffelijke interviews in dit nummer, dat nauwelijks een matig artikel bevat. Zo krijgt de destijds door Piet Grijs beschimpte criminoloog Wouter Buikhuisen ruime gelegenheid te reageren op die systematische karaktermoord.

Als rode draad door het nummer loopt het woord „vrijheid”, in vele betekenissen. Een profiel van de website De Dagelijkse Standaard concludeert dat het verzet tegen het establishment nu van rechts komt en socioloog Bas van Stokkom verklaart de narcistische woede en cynische malaise in het huidige Nederland in het licht van de historische ontwikkeling van het begrip ‘vrijheid’. Iets dergelijks klinkt door in een dubbelinterview met de „kameraden” Arnon Grunberg en H. J. A. Hofland, beiden productieve columnisten en liefhebbers van De Maupassant en New York.

Twee klassieke reportages worden geactualiseerd. De baby’s die Rineke Dijkstra in 1994 in de armen van hun naakte moeders fotografeerde zijn nu zestien. De pont van kwart over zeven (kleurenbijlage 1981) blijkt nu vooral stemmers op SP en PVV uit Amsterdam-Noord over te zetten.

Maar het pièce de résistance is een gesprek van Ageeth Scherphuis en Harm Ede Botje met de 98-jarige Ada van Randwijk, weduwe van het schoolhoofd Henk van Randwijk, die tijdens de oorlog hoofdredacteur was van het illegale Vrij Nederland. Ze had weinig zin in een interview, maar liet zich overreden. Het resulteert in elf pagina’s geserreerd opgeschreven, ongelooflijke verhalen.