Monument van de Tour

Gisteren overleed sportjournalist Jean Nelissen, hij werd 74 jaar oud.

Samen met Mart Smeets versloeg hij bijna een kwart eeuw de Tour de France.

Toen internet nog niet bestond, was Jean Nelissen de wandelende encyclopedie voor Nederlandse volgers in de Tour de France. Elke vraag over een historisch fietsfeit beantwoordde de aimabele Limburger met een – naar later bleek – adequaat antwoord. En de senior NOS-verslaggever vertelde de junior NRC-verslaggever er altijd een smakelijke anekdote bij. Als tegenprestatie kwam er een borrel op tafel, desnoods in de vroege ochtend.

Voor de gisteren op 74-jarige leeftijd overleden Nelissen waren wielrennen, journalistiek en alcohol onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tot aan zijn dood dronk hij er lustig op los – hij was ook ambassadeur van het Nederlands Jenever Genootschap – maar de alcohol werd de laatste jaren steeds meer „een hulpmiddel om dingen te vergeten”, zei hij in 2007 in een gesprek met zijn vroegere werkgever De Limburger. De kinderloze Nelissen was gescheiden en door andere oorzaken veel geld kwijtgeraakt. „Ik ben het slachtoffer van mijn eigen naïviteit”, zei hij in het interview.

Nelissen was als verslaggever en later chefsport van De Limburger ook een fanatieke voetbalvolger, maar landelijke bekendheid kreeg hij door zijn bijna dertigjarig NOS-commentaar bij wielerkoersen. De fulltime- en de freelancebaan gingen volgens workaholic Nelissen prima samen, maar bij de krant klaagde men over zijn veelvuldige en vaak langdurige verblijven in het buitenland. Dreigend ontslag wist hij steeds af te wenden. Zijn landelijke bekendheid was toch zeker een pré voor de regionale krant!

Maar in 1994 werd hij vervroegd en tegen zijn zin met pensioen gestuurd door De Limburger. De leiding van de krant zou hebben geweigerd zijn tweehonderd niet-opgemaakte vakantiedagen uit te betalen. Bij de NOS werd hij eind jaren negentig ook bedankt voor bewezen diensten als koersverslaggever. Als troost mocht hij nog jarenlang filmpjes maken voor De Avondetappe. Het waren miniatuurtjes waarin Nelissen het rijke Franse leven, compleet met drank en spijs, schilderachtig becommentarieerde.

Bijna 25 jaar deed hij samen met Mart Smeets verslag van de Tour. Er was een duidelijke en onveranderlijke rolverdeling. Nelissen vertelde met zijn donkere ‘zachte g’ vooral feiten en anekdotes, Smeets had een beter oog voor het koersverloop.

Nelissen, door zijn collega achter de microfoon altijd De Neel genoemd, kon gedemarreerde renners vanuit de lucht gezien (helikoptercamera) minder snel herkennen. Er was wederzijds gesprek, ze deelden een voorliefde voor dure restaurants en een bijzondere belangstelling voor beroemdheden.

Zo schreef Nelissen dit jaar in de laatste van zijn 26 sportboeken – geschreven voor en na een heupoperatie in het ziekenhuis in Maastricht waar hij zou komen te overlijden – over ontmoetingen met vrijwel alle groten der aarden. Alain Delon, Muhammad Ali, Sophia Loren, prinses Gracia: hij kwam hen tegen, ontlokte hen uitspraken en ging met hen op de foto.

Opgeklopte verhalen of niet: Jean Nelissen was meer dan een doorsnee wielerverslaggever. Hij interviewde ook politici en artiesten, hij was bevriend met streekgenoot Toon Hermans. Hij beheerde onroerend goed en was in de bloei van zijn journalistieke leven een vermogend man. Zo bewoonde hij een poosje een klein kasteel in het Geuldal, langs het parcours van de Amstel Goldrace. „Aardig optrekje, vind je niet Jean”, zei Smeets als de camera weer eens inzoomde op diens buitenverblijf.

De bourgondische levenswijze eiste zijn tol. Nelissens gezondheid ging de laatste jaren hard achteruit. Hij kon moeilijk wennen aan het anonieme leven, zo vertelde hij onlangs aan een verslaggever van de Limburgse tv-zender L1 die op ziekenbezoek kwam. „Ik werd elk moment omringd, nu zie ik alleen maar kale ziekenhuismuren.”