Met lef kan sportkoepel doel bereiken

Nieuwsanalyse

Geld heeft de olympische ambities van Nederlandse sporters twee decennia niet gedwarsboomd. Maurits Hendriks moet nieuwe bronnen aanboren.

Wát een geld. Wát een luchtfietserij. Zo maar wat losse reacties die wijzen op scepsis over de 200 miljoen euro die op termijn nodig is om Nederland tot de beste tien sportlanden te laten horen. Met andere woorden: mooi, die ambities in de deze week gepresenteerde ‘studie toptien’ van sportkoepel NOC*NSF, maar niet realistisch.

Maar is dat wel zo? De geschiedenis leert dat de budgetten voor topsport de afgelopen twintig jaar enorm zijn gestegen. En waarom zou een stap van 50 miljoen euro in 2010 naar het viervoudige over tien jaar dan onmogelijk zijn?

André Bolhuis herinnert zich nog goed zijn gesprek met Rob van Bose, kort nadat hij in 1989 was aangesteld als chef de mission voor de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Op de vraag hoeveel geld hij tot zijn beschikking had om de sporters te ondersteunen kreeg hij van de toenmalige directeur van het Nederlands Olympisch Comité te horen: niets, er was alleen een uitzendbudget van twee miljoen gulden.

Dat beviel Bolhuis niet. Als er prestaties worden verlangd moeten sporters ook worden gefaciliteerd, was zijn opvatting. De huidige voorzitter van NOC*NSF was vervolgens zo brutaal om op eigen gezag jaarlijks 500.000 gulden aan het uitzendbudget te onttrekken en die de sporters toe te stoppen.

De sporter en hun coaches waren opgetogen over de trainingskampen die plotseling gefinancierd konden worden. En het resultaat was ernaar, want ‘Barcelona’ was goed voor vijftien medailles, zes meer dan vier jaar eerder bij de Olympische Spelen in Seoul. Daarmee was de basis voor het huidige topsportmodel gelegd.

In de aanloop naar de Spelen in Atlanta, vier jaar later, ging Bolhuis nog een stap verder. Hij had opnieuw 500.000 gulden per jaar tot zijn beschikking, maar nu ‘legaal’ en zonder een greep uit het uitzendbudget. Bovendien drukte hij de aanstelling van oud-hockeybondscoach Hans Jorritsma als technisch directeur erdoor.

Samen met Jorritsma ontwikkelde Bolhuis een systeem om sporters gericht klaar te stomen voor de Spelen. Mountainbiker Bart Brentjens kon zich bijvoorbeeld in een klimaatkamer van de Radboud Universiteit in Nijmegen voorbereiden op de hitte in Atlanta. Hij was een van de gouden medaillewinnaars en in totaal won Nederland negentien medailles.

Bolhuis stopte na ‘Atlanta’ en Jorritsma werd door bondscoach Guus Hiddink toegevoegd aan de staf van het Nederlands voetbalelftal. Maar de nieuwe technisch directeur Joop Alberda ging nog een stap verder. Ter voorbereiding op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney ‘overviel’ hij de bonden met een programma dat 30 miljoen gulden moest kosten. Het geld kwam er, voornamelijk dankzij de hoofdsponsors van NOC*NSF, aangevuld met geld van de Lotto en het ministerie van VWS. „Een kwestie van goede plannen presenteren”, zegt hij. „En geld is vervolgens een bijproduct van vertrouwen.”

Zo’n tien miljoen gulden kon Alberda destijds zelfstandig besteden, een voorrecht dat hem in aanloop naar de Olympische Spelen van 2004 in Athene werd ontnomen. In ruil voor verdubbeling van het budget tot 60 miljoen gulden eisten de bonden meer zeggenschap over de verdeling van het geld. Alberda is nog steeds verontwaardigd over „de verambtelijking van het systeem”. De gevolgen werden zichtbaar in het medailleklassement. Waar Nederland in Sydney het recordaantal van 25 medailles won was dat vier jaar later in Athene teruggelopen tot negentien en in Peking tot zestien.

Nadat Alberda’s opvolger Charles van Commenée voor de Spelen in Peking over een budget van zo’n 40 miljoen euro kon beschikken, heeft de huidige technisch directeur Maurits Hendriks op weg naar ‘Londen’ in 2012 globaal 50 miljoen euro te besteden. Er was de laatste jaren sprake van een stijgende lijn, maar te gering om betere resultaten te boeken. De internationale concurrentie is namelijk ook sterk toegenomen.

Wil Nederland de hoge ambities waarmaken, zeggen voorstanders, dan moet het budget voor topsport flink omhoog; dat leert zowel de geschiedenis als de toptienstudie. Wat volgens hen ontbreekt is een onbegrensd denkende pleitbezorger à la Bolhuis of Alberda. Hendriks heeft zijn plan, nu komt het aan op zijn lef en overtuigingskracht.