Lof van de buffer

De overheid subsidieert allerlei soorten kunst. De overheid schept voorwaarden, heet dat in overheidstaal. Voorwaarden waar die variëteiten van kunst onder kunnen gedijen. De overheid dicteert niet wat er met het geld verder gebeurt. De overheid zegt zich niet te bemoeien met inhoud, strekking of impact. Daarvoor heeft de overheid buffers opgericht. Tussen de overheid en hoopvolle kunstenaars staan commissies, fondsbesturen en kunstraden.

Dat lijkt ook het handigst, want stel dat een kunstenaar een zwerende lul voor het stadhuis neerzet. Geen minister, geen burgemeester heeft dát opgedragen.

De bedoeling is uiteraard ook dat van het geld dat op weg is naar de kunstenaar zoveel mogelijk halverwege blijft hangen. In de buffer, dus.

Echte kunst vraagt niet om subsidie, heeft geen baat bij subsidie en is de tegenpool van alles wat je bij het woord subsidie te binnen schiet. Voor niemand een probleem. Ik weet vrijwel zeker dat geen cent bij de echte kunst belandt.

In de gesubsidieerde kunstsector is iedereen bang voor kunst.

Ik houd van kunst die als een ratelslang op me af komt. Ik houd van kunst vanuit het struikgewas, vanaf een wolkenkrabber. Vanuit een hinderlaag, vanaf een jakobsladder. Ik houd van kunst als honing. Ik houd van kunst als salpeterzuur.

Met zulke kunst vermurw je nooit de harten van subsidieverstrekkers. Hun kunst is griesmeel. Ik houd van kunst als pauwenveer. Politici houden van kunst als pauwenveer in de kont van politici.

Het wemelt van de politici en echte kunst is schaars.

Ambtenaren hebben baat bij een zo breed mogelijke definitie van kunst. Ja, iedereen zou kunstenaar moeten zijn. Want hun kont is gulzig.

Commissies, fondsbesturen en kunstraden kiezen in het uur van de waarheid altijd partij voor politici en nooit voor kunstenaars. Ze vertrouwen stilletjes op het uitblijven van het uur van de waarheid.

Dat de overheid zich niet zou bemoeien met de inhoud van de kunst is een goed verpakte leugen. Ze bemoeit er zich wel mee, want ze financiert de bufferlaag van kunstmoedertjes en kunstneefjes, en wiens brood men eet et cetera.

Ik wil wel eens wegdromen bij wat er op het plein zou staan als de ministers en de burgemeesters rechtstreeks opdrachten zouden geven. Niet echt een zwerende lul, maar toch wel iets in de buurt. De minister zelf bijvoorbeeld.

Zonder buffers zou alle kunst in een land bestaan uit beelden en portretten van politici. Enorme beelden, ontzagwekkende portretten. Dat weer wel.