IPCC heeft bijgedragen aan waarheidsillusie à la Gore

VN-klimaatbureau IPCC heeft onvoldoende helder gemaakt dat zijn toekomstbeelden geen voorspellingen zijn, vindt Marjolein van Asselt. Er zijn geen ‘future facts’.

Een commissie van eminente wetenschappers heeft de werkwijze van VN-klimaatbureau IPCC onder de loep genomen, maar niet de vinger op de zere plek gelegd. Wat het IPCC doet, is toekomstverkenning. Op basis van imperfecte kennis over het complexe klimaatsysteem is een theorie ontwikkeld over hoe menselijk handelen kan leiden tot versnelde, onomkeerbare en potentieel ontwrichtende verandering van het klimaat.

Een theorie is een samenhangende beschrijving van hoe een systeem werkt en die recht doet aan de observaties over dat systeem. Een theorie over klimaatverandering moet dus te rijmen zijn met wat wetenschappers weten en geobserveerd hebben. Zo’n veranderingstheorie is de basis voor een toekomstbeeld waarin het klimaat op relatief korte termijn ingrijpend verandert, waarbij het IPCC mildere en extremere varianten heeft geschetst. Er zijn veel beelden van mogelijke toekomsten, uiteenlopend van wilde speculaties tot weldoordachte scenario’s.

Het werk van het IPCC valt overduidelijk in de laatste categorie. Klimaatwetenschappers hebben laten zien dat door de mens veroorzaakte klimaatverandering denkbaar is en serieus mogelijk lijkt. Het is vervolgens aan de politiek om te besluiten of dit toekomstbeeld relevant is.

De I van ‘Intergouvernementeel’ verraadt dat de oprichting van het IPCC een politieke daad was: regeringen van diverse landen maakten duidelijk dat zij het toekomstbeeld van klimaatverandering serieus wilden nemen en zij vroegen wetenschappers hen daarbij te helpen. So far, so good.

Het probleem is dat in de loop van de tijd noch het IPCC noch politici de verleiding hebben kunnen weerstaan mee te doen aan een spel waarin het toekomstbeeld gepresenteerd werd als een voorspelling. Al Gores documentairefilm An inconvenient truth is hiervan het icoon. Zoals de Franse denker Bertrand de Jouvenel al een halve eeuw geleden zei: er zijn geen ‘future facts’ en geen ‘past possibilities’. Een adequate titel voor Al Gores film was geweest ‘Een ongemakkelijk toekomstbeeld’ of ‘Een oncomfortabele theorie’. ‘Waarheid’ was een brug te ver.

Het IPCC heeft kansen gemist zich expliciet van die waarheidsillusie te distantiëren. De uitreiking van de Nobelprijs, die het IPCC en Al Gore nota bene gezamenlijk toegekend kregen, was een uitgelezen kans. Het IPCC heeft onvoldoende benadrukt dat het ook denkbaar is dat het klimaat nauwelijks, veel minder of op een andere manier verandert.

Het probleem is dus niet, zoals de internationale commissie suggereert, dat het IPCC beter had moeten aangeven wat wel en niet onzeker is (NRC, 31 augustus). Het IPCC heeft verzuimd te benadrukken dat de kern van zijn werk toekomstverkenning is en dat de toekomst per definitie onzeker is. Dat het zijn best doet om wat wetenschappers begrijpen van het huidige klimaat te vertalen naar wat in de toekomst mogelijk zou kunnen zijn. Dat het aan de politiek is om te bepalen of zij dat wetenschappelijk geïnformeerde toekomstbeeld serieus neemt.

Ervoor kiezen dat klimaatverandering onaanvaardbaar is en dat de overheid alles moet doen wat zij vermag om die toekomst de pas af te snijden is net zo legitiem als de keuze dat er andere problemen zijn die belangrijker zijn. Maar politici die ijverden voor stringente klimaatpolitiek konden de verleiding niet weerstaan het gewicht van duizenden wetenschappers in te zetten. Op de korte termijn misschien een effectieve strategie, maar op de lange termijn riskant.

Het is klimaatsceptici gemakkelijk gemaakt. Wijzen op fouten en ijdele overdrijving zijn voldoende gebleken om een doorwrocht toekomstbeeld in diskrediet te brengen. Dat moeten de IPCC en de wetenschap zich aantrekken. En ook politici die het toekomstbeeld van het IPCC gepresenteerd hebben als voorspelling, mogen zich achter de oren krabben. Maar dat is geen excuus om het politieke debat over klimaatbeleid nu te laten ontsporen met verwijzing naar wetenschappelijke onzekerheid. Politici die geen positie innemen vanwege wetenschappelijke onzekerheid over de toekomst, zetten zichzelf schaakmat.

Marjolein van Asselt is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).