'Ik weet precies hoever ik kan gaan'

Na het WK en het harde spel in de finale heeft Oranje een negatief imago. Mark van Bommel: „Het gaat over twee overtredingen van ons, maar heb je Spanje gezien?”

Spain's Xabi Alonso (L) gets a boot in his chest by Netherlands' Nigel de Jong as they fight for the ball during their 2010 World Cup final soccer match at Soccer City stadium in Johannesburg July 11, 2010. REUTERS/David Gray (SOUTH AFRICA - Tags: SPORT SOCCER WORLD CUP IMAGE OF THE DAY TOP PICTURE) REUTERS

Bij veel Nederlanders maakte na de finale van het WK voetbal in Zuid-Afrika een trots gevoel plaats voor schaamte. Zeven gele kaarten, een rode voor John Heitinga (twee keer geel), de karatetrap van Nigel de Jong op de Spanjaard Xabi Alonso, de forse charge van Mark van Bommel tegen Andres Iniesta. Oranje kreeg plotseling het imago van een schopploeg, hoewel ook de Spanjaarden in Johannesburg zich bezondigden aan hard spel.

De tactiek van Oranje, dat morgen tegen San Marino begint aan een nieuwe kwalificatiereeks voor het EK 2012, is al jaren gericht op het ontregelen van het spel van de tegenstander. Daarvoor heeft het team van Van Marwijk twee verdedigende middenvelders in de gelederen, normaliter Mark van Bommel en Nigel de Jong. Zo bijzonder is dat niet. Alle wereldkampioenen sinds 1974 hadden diverse controleurs op het middenveld die de bal moesten veroveren.

De Jong kreeg veel kritiek vanwege zijn trap op de borst van Xabi Alonso waardoor Oranje al na een half uur met tien man had kunnen komen te staan. Onlangs bekende de arbiter van de finale, de Brit Howard Webb, in een interview met The Guardian dat hij De Jong ten onrechte geen rode, maar een gele kaart had gegeven.

De speler van Manchester City haalt er aan de vooravond van de eerste EK-kwalificatiewedstrijd tegen San Marino zijn schouders over op. „Het is zijn goed recht dat te beweren”, zegt De Jong, zonder gedetailleerd op het incident in te gaan. De overtreding ging vele malen in superslowmotion de wereld over en staat symbool voor de hardheid van de finale. Voor De Jong zijn de finale en het wereldkampioenschap echter al een „gesloten boek.” Hij kan niet wakker liggen van de kritiek. „Iedereen mag zijn mening hebben, maar het interesseert mij niet. Je moet op zo’n toernooi zo goed mogelijk presteren, het gaat mij om het resultaat. Niet om het mooie spel. Na de finale had ik de pest in over de nederlaag tegen Spanje. Tijdens mijn vakantie heb ik wel nagedacht. Waar ging het fout? Wat hadden we beter kunnen doen? Nu wil ik er niet meer over praten.”

Van Bommel, als opvolger van Giovanni van Bronckhorst de nieuwe aanvoerder van Oranje, constateert dat er een verschil van mening is tussen mensen die het Nederlands elftal van nabij in Zuid-Afrika hebben gevolgd en de kritische ‘buitenwacht’ thuis. „In de kwalificatie voor het WK speelden we gewoon goed. Als je dan die wedstrijd tegen Spanje neemt. Tja, dan praat je over twee overtredingen van ons. Maar heb je Spanje gezien? Dat elftal moest ook een rode kaart krijgen. Het is wat je wilt zien. We weten gewoon dat we het goed hebben gedaan. Het imago van schopploeg is jammer en niet terecht.”

De spelers, maar ook bondscoach Van Marwijk, beweren dat ze in het buitenland juist lof oogsten. „Als we hadden gewonnen zou niemand kritiek hebben gehad”, stelt Van Bommel, die ook dit seizoen voor Bayern München uitkomt. „Het is nu net of Spanje fantastisch heeft gespeeld. Dat klopt niet. Sergio Ramos en Carles Puyol waren bang. Ze wisten het niet meer in de tweede helft. In Duitsland waren de reacties heel positief. Ze feliciteerden ons met de tweede plaats. Ze vonden dat wij als enige Spanje hadden kunnen verslaan omdat wij het juiste strijdplan hanteerden.”

Met name de Britse media waren echter niet te spreken over het harde spel van Oranje. „Dat kwam omdat een Engelse scheidsrechter de finale floot”, meent Van Bommel. „Daardoor werd alles uitvergroot. Webb leidde ook onze Champions-Leaguefinale [van Bayern tegen Internazionale]. Pff, ik zeg maar niets over de scheidsrechter.” De Jong bespeurde in Engeland vanaf een week na de finale een kentering in de opvatting over Oranje. „Aanvankelijk was er inderdaad felle kritiek omdat Webb als arbiter optrad. Later veranderde dat in respect en waardering. Nu lees ik over de fantastische prestatie van The Dutch Squad. Dat we met zo’n jonge ploeg zover zijn gekomen.”

De terriër van het middenveld van Oranje constateert dat hij pas één keer in de afgelopen vier, vijf jaar een rode kaart heeft gehad. Dat was in een wedstrijd voor Hamburger SV. Maar hij kan moeilijk ontkennen dat hij de laatste twee jaar in het Nederlands elftal een aardige verzameling gele kaarten opbouwde. De Jong speelt altijd met veel overgave op het randje van het toelaatbare en dat is riskant. In de vriendschappelijke ontmoeting tegen Japan wekte hij de woede van Van Marwijk met een forse tackle. In het oefenduel met de Verenigde Staten, begin maart, hield Stuart Holden een gebroken been over aan een botsing met De Jong. Hij weet niet hoe het momenteel met de Amerikaan gaat. De Jong heeft geen contact meer met hem gezocht. „Het is nu niet meer relevant.”

Hij zegt zijn manier van spelen niet te willen en kunnen veranderen. „Als je in een duel je been terugtrekt, ben jij degene die geblesseerd kan raken. Ik zal nooit iemand bewust blesseren. Ik weet precies hoever ik kan gaan. Ik heb een winnersmentaliteit. Ik zal altijd grenzen opzoeken. Ik wil voorkomen dat mijn tegenstander mij de baas is op het middenveld.”

Oranje evalueerde de afgelopen dagen met de bondscoach het WK. De conclusie was dat er vaker gescoord had moeten worden om tegenstanders op voorhand meer angst in te boezemen. „We willen het weer flikken. Met minder deelnemers hebben we over twee jaar meer kans”, vindt De Jong. Maar hoewel hij het WK wil vergeten kan zijn karatetrap op de borst van Xabi Alonso hem nog lang blijven achtervolgen. Elke scheidsrechter in de wereld kent nu Nigel de Jong. „In Engeland was ik al bekend bij de arbitrage. Nooit problemen gehad. Spaanse en Italiaanse scheidsrechters, bijvoorbeeld, zullen misschien wat meer op me letten”, beaamt hij.