Het tikt, ratelt, zoemt en ruist bij Stephen Smith

Expositie Stephen Smith: More with Less. MU, Witte Dame, Eindhoven. T/m 3 oktober. Inl.: MU.nl. *****

Zo ziet analoog eruit bij de Britse kunstenaar Stephen Smith: als grote witte kubussen met zwarte horizontale en verticale lijnen. Uit de losse pols getrokken. Het ruitpatroon vormt een matrix.

Die schematische vorm markeert op zijn expositie More with Less het begin van de ontwikkeling van de eerste computer tot de eerste smartphone. Van analoge naar digitale informatie, in een periode van vijftig jaar. Dat wordt elders in de tentoonstellingsruimte van MU in Eindhoven ook uitgebeeld door vijftig tikkende klokken, gemaakt van beplakte filmblikken. De wijzers geven een willekeurige tijd aan. De klokjes zijn te koop, voor 50 euro.

Het tikt, ratelt, zoemt en ruist in MU. Smith (35) geeft in zijn expositie zijn grafische visie op de automatisering van onze communicatie. De Brit, die met Marcus Diamond de ontwerpstudio Neasden Control Centre in Engeland oprichtte, is een kind van de jaren zeventig, gezien zijn verzameling bandrecorderbanden, cassettes, verpakkingen en reclamemateriaal. Ook typisch zijn de oubollige hippietypografie en het kleurgebruik uit die periode.

Het werk At random is een kamertje na de ingang links, binnen van onder tot boven vol geplakt. Met prints, foto’s, kopietjes, broncodes, schildersdoeken en A4’tjes vol woorden, gemoduleerd, vervormd en aangevreten.

Op de grond staat een beeldscherm dat sneeuw – in beeld en geluid – uitzendt. Er tegenover hangt een ouderwets beveiligingsbeeldschermpje. Het staat aan, maar je ziet niks.

Een beetje natuurkundig en technisch inzicht is bij het beschouwen van het werk van Smith een pre. Dan snap je dat een analoog signaal onderweg altijd een beetje verslechtert. De chaos die je krijgt bij een storing op de lijn noemt Smith ‘witte ruis’.

Zo behandelt de kunstenaar ook de typografie. Door woorden – hier bijvoorbeeld reception, circuit, machine, interfere, mix, ratio, form – te vervormen, ontstaat een nieuw beeld. Moduleren heet dat: waarbij het ene signaal (ruis) wordt omgezet in een nieuw signaal (beeld).

Een beetje historische kennis is ook handig, want Smith verstopt in zijn werk vele verwijzingen naar inspiratiebronnen. Een grote houten T bijvoorbeeld als eerbetoon aan de geniale Britse informaticus Alan Turing die aan de wieg stond van de eerste elektronische computer, Colossus. De verwijzingen zijn uitermate subtiel en voor wie het niet weet even gemakkelijk op te vatten als onderdeel van het visuele geheel.

Ook de rest van de tentoonstellingsruimte is opgedeeld in kleinere kamers. Grote geprinte doeken bezaaid met letters of pick-upreclames vormen een soort poorten. Ze zijn gedrukt in rood, groen en blauw: een verwijzing naar RGB, de kleurcodering waaruit een televisiebeeld wordt opgebouwd.

In elke kamer staat een ruimtelijk bouwwerk; bordkartonnen geluidsgolven als tweedimensionaal heuvellandschap of het kartonnen object dat het woord MODULAIR in zich verstopt.

Smith werkt niet met de computer. Hij tekent met pen en potlood, vergroot en verkleint met de kopieermachine en knipt en plakt. Soms doet zijn werk denken aan dat van kunstenaarsbeweging Dada; aan de klankgedichten, het laag over laag werken, de willekeur en het tot kunst verklaren van een object. Met dit verschil dat Smith meer abstraheert.

Less is niet more bij Stephen Smith. Hoe meer hoe beter, geldt hier. Cijfers, frequenties, structuren, lijnen, termen, ritmes en beweging. Alles verwijst naar alles. Smiths gebeitelde stijl maakt zijn werk tot een schitterende grafische vertaling van ingewikkelde materie die op deze expositie plots niet zo ingewikkeld meer is. Al die amplitudes en transmissies: het fascineert mateloos.