Het mirakel van Fryslân

Clément van Maasdijk (1885-1910) was de eerste Nederlander die een rondvlucht boven Nederland maakte. Een herdenking.

Heerenveen herdenkt zijn ‘koene aviateur’ de komende maanden met een tentoonstelling en diverse feestelijke evenementen. Het was aan veertien doortastende ondernemers te danken dat Van Maasdijk, die overigens door zijn Harlingse moeder half-Fries was, voor Heerenveen koos. Zeven jaar nadat Orville Wright als eerste in een gemotoriseerd vliegtuig het luchtruim koos, wilde een Heerenveens comité een Nederlander boven eigen land laten vliegen. De Friese plaats moest worden opgenomen in het rijtje steden waar luchtvaartgeschiedenis werd geschreven. De organisatoren, bemiddelde notabelen, waren afkomstig van ijsclub Thialf en de VVV en gingen voortvarend te werk. Met de organisatie van grote evenementen hadden ze ervaring. Zo was er al eens een langebaanschaatstocht gehouden.

Van Maasdijk had kort daarvoor zijn vliegbrevet in Parijs gehaald en de Friese zakenlieden beloofden hem 3500 gulden. Daarvoor moest hij tussen 31 juli en 4 augustus 1910 ten minste één rondvlucht maken. Daar had hij wel oren naar, ten slotte moest hij zijn dure hobby bekostigen. Zijn Sommer-tweedekker, gemaakt van hout en linnen, woog meer dan een ton en kostte 15.000 gulden. Hij moest er meer dan 1400 gulden invoerrechten voor betalen. Veel geld in die tijd, een arbeider verdiende 900 gulden per jaar. Het vliegcomité gaf aandelen uit om aan het honorarium te komen. De oude ijsbaan Thialf werd voor 200 gulden als vliegterrein gehuurd. Friesland raakte langzaamaan in een roes. Van heinde en verre kwamen die 31ste juli mensen naar Heerenveen voor het vliegfeest. De twee kwartjes entree gooiden ze bij de ingang in een zinken huishoudemmer. In totaal kwamen er 100.000 mensen op het vliegwonder af. De Fries Klaas Peetsma vertelde in 1990 in het tv-programma Van gewest tot gewest hoe hij Van Maasdijk had zien vliegen. „Hij zat open en bloot in het toestel, je kon hem zo zien zitten. Hij stak zijn hand nog op. Hij maakte een rondje boven de kerktoren van Terbant en landde toen weer”, herinnerde de destijds 91-jarige Peetsma zich.

Van Maasdijk maakte in totaal zes vluchten. Tijdens zijn eerste demonstratievlucht bleef hij drie minuten en 57 seconden in de lucht. Met zijn laatste vestigde hij een Nederlands duurrecord van 27 minuten en 59 seconden. Het publiek was dolenthousiast. Na elke vlucht gingen de petten en hoeden de lucht in. Het vliegfestijn werd ook zakelijk een succes. Vijftig rijke notabelen die een aandeel hadden genomen, kregen hun intekening met winst terug. Het vliegfeest boekte een winst van 4340 gulden, omgerekend 60.000 euro nu. De ‘wondervogel’ Van Maasdijk was een held. Een maand na zijn succes in Heerenveen vertrok hij naar Arnhem voor een vliegshow.

Aan zijn ongeruste verloofde beloofde Van Maasdijk hierna te stoppen met vliegen. Het werd inderdaad zijn laatste vlucht. Op 27 augustus 1910 stortte hij neer bij een proefvlucht in Arnhem. Hij was op slag dood.