Het is de Rabobank die Bear Stearns het laatste duwtje geeft

Auteur: Alan C. GreenbergTitel: The Rise and Fall of Bear StearnsUitgever: Simon & SchusterISBN 978-1-4165-6288-7, 20,40 euro

De Rabobank geeft op maandag 10 maart 2008 de al in grote problemen verkerende Amerikaanse investeringsbank Bear Stearns het laatste duwtje. De Nederlanders laten aan het einde van de handelsdag weten een lening van 500 miljoen dollar die aan het einde van de week afloopt niet te zullen verlengen. Een andere lening van 2 miljard dollar, die een week later afloopt, wordt ook niet verlengd.

Dinsdagochtend 11 maart besluit een andere, niet bij naam genoemde Nederlandse bank om een vergelijkbare lening terug te trekken. Zonder het Nederlandse geld moet Bear Stearns tegen hogere rentes geld aantrekken, als dat dan tenminste nog lukt, zo schrijft Alan C. Greenberg – op Wall Street bekend als ‘Ace’ – in het sterk autobiografisch getinte The Rise and Fall of Bear Stearns.

Een week later, op maandag 17 maart, valt dan inderdaad het doek voor de zakenbank en wordt Bear Stearns via een door de Amerikaanse overheid gesteunde reddingsoperatie voor 2 dollar per aandeel verkocht aan de Amerikaanse bank JPMorgan Chase. Een week eerder was het aandeel nog 70 dollar waard.

Greenberg (82) – die meer dan zestig jaar voor de bank werkte, zich opwerkte van kantoorklerk tot bestuursvoorzitter, en tot de ondergang voorzitter was van het dagelijks bestuur van de bank – doet het einde van zijn levenswerk niets. Na de aandeelhoudersvergadering op 29 mei waarop de verkoop aan JPMorgan Chase officieel wordt goedgekeurd, gaat hij gewoon weer aan het werk. Zijn 14.000 collega’s, waarvan er velen hun pensioen in aandelen van de bank hebben belegd, laat hij ontredderd achter.

Greenberg is Joods. Zijn ouders zijn in de Verenigde Staten geboren kinderen van Poolse en Russische immigranten. Greenberg flirt nadrukkelijk met zijn bescheiden achtergrond en gebruikt het om zichzelf neer te zetten als een ‘selfmade man’.

Zijn imago versterkt Greenberg door openlijk over racisme te schrijven. Zo vertelt hij over Joodse bankiers die in de jaren veertig, als hij jong en ambitieus in New York de wereld van het grote geld betreedt, hun naam veranderen. Zijn eigen bijnaam ‘Ace’ zou hij danken aan een studievriend die hem voorhoudt dat hij met zijn Joodse naam nergens komt en zich beter ‘Ace Gainsboro’ kan noemen. Greenberg is gek op bridge. De bijnaam ‘Ace’ moet hem hebben aangesproken.

Met Bear Stearns gaat het in het laatste kwartaal van 2007 al mis als duidelijk wordt dat steeds meer huiseigenaren in de VS hun hypotheeklasten niet meer kunnen betalen. Voor de zakenbank heeft dat enorme gevolgen. Bear Stearns is zeer actief op de markt voor ‘mortgage-backed securities’, waardepapieren waarin hypotheken worden gebundeld om als één pakket te worden verkocht aan beleggers.

Het waardepapier dat Bear Stearns in elkaar zet is populair. Want kredietbeoordelaars als Standard & Poor’s en Moody’s waarderen het met AAA, het laagst mogelijke risicoprofiel. Als begin 2008 duidelijk wordt dat de hypotheken niet worden afgelost en de afgeleide beleggingsproducten dus niets meer waard zijn, wordt Bear Stearns het eerste slachtoffer van de kredietcrisis.

Greenberg veegt zijn straatje vakkundig schoon. Ja, hij was verantwoordelijk voor de kredietbeoordeling en een van de belangrijkste experts op het gebied binnen de bank. Nee, hij kon niets doen, want de directeur die de ‘mortgage-backed securities’ in portefeuille had, wilde niet naar hem luisteren. En het waren de kredietbeoordelaars geweest die de door Bear Stearns ontwikkelde waardepapieren zo hoog waardeerden.

Een visie op de hervorming van de financiële sector heeft Greenberg niet. Aan een gewetensvolle terugblik verspilt hij geen druppel inkt. Door niet inhoudelijk in te gaan op de kredietcrisis, vult Greenberg zijn imago van ‘selfmade man’ aan met het beeld van een hard en gewetenloos mens. Dat hij zes jaar lang maandelijks 200 dollar overmaakt aan 27 oud-medewerkers met een verstandelijke handicap, doet daar niets aan af.