'Duurzame vis' kan ook opraken

Vis met een MSC-keurmerk is niet per se ‘goede’ vis. Vissers die het keurmerk willen voeren, worden geacht te voorkomen dat de visstand uitgeput raakt of dat het ecosysteem verarmt. Maar de visstand van bijvoorbeeld de koolvis rond Alaska (die een MSC-keurmerk heeft) tussen 2004 en 2009 met 64 procent afgenomen.

Het keurmerk van de Marine Stewardship Council lag al langer onder vuur, maar nu is er zelfs twijfel van visserijbiologen die bij de oprichting van het keurmerk betrokken waren.

Vandaag publiceert het wetenschappelijke tijdschrift Nature een kritisch opinieartikel van zes visserijbiologen. Twee van de wetenschappers adviseerden bij de oprichting van het keurmerk. Nu schrijven ze dat „het MSC zijn betrouwbaarheid steeds meer op het spel zet”.

Het MSC-keurmerk is het grootste viskeurmerk ter wereld. Het werd in 1997 in het leven geroepen door het Wereldnatuurfonds (WNF) en Unilever. Van alle visvangst wereldwijd is inmiddels 7 procent gecertificeerd. Het WNF en de Stichting De Noordzee gebruiken de certificering ook op hun Viswijzer, een kaartje waarop staat welke vis verantwoord is.

De regels rond overbevissing worden te ruim geïnterpreteerd, vinden de critici. Ongezonde visbestanden kunnen toch het keurmerk krijgen, op voorwaarde dat er een goed herstelplan is. De biologen vinden dat alléén visvangsten die al duurzaam zijn, het keurmerk moeten krijgen.

Het hoofd van de MSC, Rupert Howes, ontkent dat er iets mis is met het systeem. Hij wijst op „ingebouwde waarborgen”, zoals controle door onafhankelijke wetenschappers. De koolvis is volgens MSC niet overbevist. En door ook uitgeputte visbestanden van een keurmerk te voorzien, wil de organisatie andere vissers stimuleren ook te verduurzamen.

De organisatie van het keurmerk werkt vrije interpretatie van de regels in de hand, menen de critici in Nature. De (dure) certificering is in handen van commerciële bureaus. Certificeerders die de regels niet al te nauw nemen, kunnen meer opdrachten voor beoordelingen en dus ook meer inkomsten verwachten. Howes benadrukt echter dat de bureaus zelf allemaal gecertificeerd zijn en dat het in hun eigen belang is om zuiver te oordelen.