De zorgen van Ab Klink in drie fragmenten

Ab Klink uitte zijn zorgen in een lange brief aan Maxime Verhagen en Henk Bleker. Hier drie fragmenten, en de achtergronden daarvan. „Voluit op het orgel. De bekende retoriek zal ons niet bespaard blijven.”

Het inzicht groeide langzaam bij Ab Klink, maar toen het er bij de CDA-onderhandelaar eenmaal was, zette het zich onwrikbaar vast. Zijn partij zou nooit, nooit, in staat zijn met steun van de PVV een regeerakkoord uit te voeren. Geen enkel regeerakkoord, zo redeneert Klink in de brief die gisteren uitlekte, zou kunnen verbergen dat het CDA en de PVV onverenigbare ideeën hebben over de toekomst van Nederland. Het CDA zou zijn geloofwaardigheid verliezen. En belangrijker: een akkoord zou de maatschappij ernstig beschadigen.

Als „de PVV het kabinet voortdurend op zijn motieven zal uitdagen en tegengestelde doelstellingen gaat propageren” kan de regering onmogelijk de samenleving binden. Omdat de intenties van de samenwerkende politieke partijen totaal verschillend zijn, is eenheid van datzelfde beleid ver te zoeken. En wil „een kabinet geloofwaardig kunnen aantreden”, schrijft Klink, dan moet „toch enige cohesie aanwezig zijn”. Anders snapt geen enkele burger het meer.

Klink zegt dat zijn partij bij alle maatregelen rond asiel- en integratie „in een verdedigende houding” komt te staan. Hij geeft voorbeelden. Hoe zou een officier van justitie zich voelen, schrijft hij, als hij een crimineel van Marokkaanse afkomst zijn Nederlanderschap moet ontnemen, als hij weet dat het doel van één fractie dat doet om „de islamisering van de samenleving tegen te gaan”? Hoe moet het CDA uitleggen dat het niet zo is? Het uitvoeren van een regeerakkoord op basis van tegengestelde maatschappijvisies is praktisch onmogelijk, denkt hij.

„De dieptelaag van de motieven doet ertoe in de politiek, omdat juist daar de legitimatie van het beleid wordt gevonden en overtuigingskracht naar de samenleving moet worden gerealiseerd.”

Een kabinet van partijen die fundamenteel anders denken over de richting die de samenleving opgaat, zal die samenleving verweesd en in verwarring achterlaten.

Ook in de beslotenheid van de onderhandelingen stelt PVV-leider Geert Wilders zich volgens de brief van Ab Klink volkomen onverzoenlijk op. Een lezing waarvan volgens Wilders zelf overigens niets klopt.

Klink voelt mede door de opstelling van Wilders in het overleg een „toenemend intuïtief ongemak”. Wilders wil al bij de presentatie van het akkoord „met een volstrekt en totaal (!) ander verhaal komen dan de VVD en het CDA. Hij waarschuwt zijn gesprekspartners dat ze tijdens die presentatie van het regeerakkoord maar even moeten wegkijken. Wilders voorspelt dat „de hoofden van de coalitiepartners rood zouden kleuren”.

Volgens Klink benadrukt Wilders dat de PVV er geen geheim van zal maken dat hij heel andere motieven heeft voor het steunen van het minderheidskabinet dan VVD en CDA. „75% procent van de redenen waarom CDA en VVD het beleid willen, deelt hij niet.”

Het zal niet werken, voorspelt Klink. „We staan immers voor grote uitdagingen, rond de overheidsfinanciën, maar ook op het gebied van integratie, asiel, migratie, duurzaamheid etc.” Het gedoogakkoord is misschien bedoeld om drie fracties in het parlement te binden. Maar het beleid dat daaruit voorvloeit moet de samenleving binden. „Ik vraag me echter sterk af of dit kan als de PVV het kabinet voortdurend op zijn motieven zal uitdagen en tegengestelde doelstellingen gaat propageren”, schrijft Klink.

Als Geert Wilders „voluit op het orgel” gaat bij de presentatie van het akkoord verkleint dit natuurlijk de kans dat de CDA-leden hun goedkeuring verlenen op het speciaal daarvoor in te lassen partijcongres.

Dat realiseerden de onderhandelaars zich. Dus stelde een van hen voor de presentatie van de akkoorden over het over het CDA-congres „heen te tillen”.

Klink zegt in zijn brief niet wie dat was, maar duidelijk is dat Maxime Verhagen en fractievoorlichter Pieter Heerma pas in „de terugkoppeling van het overleg” zeiden „dat wel degelijk nog voor het congres met een volledige toelichting zou moeten worden gekomen”. Maar toch... Gespeeld werd met de gedachte om partijleden de kans te ontnemen „een gewetensvolle afweging” te maken, zegt Klink.

Na het voorstel om de presentatie tot na het congres uit te stellen, bedenken de onderhandelaars ook nog een compromis: bij de eerste presentatie, nog voor het congres, zullen de drie fractievoorzitters ieder „slechts vijf minuten” over het akkoord kunnen praten. Als het CDA-congres vervolgens instemt, kan Wilders daarna komen met een toespraak waarin hij omstandiger en in alle vrijheid kan uitleggen wat hij ervan vindt.

De lezing van Klink werd na het uitlekken van de brief door CDA’ers direct in twijfel getrokken. Klink had het niet begrepen, hij „hoorde de dingen harder dan ze gezegd werden”, zei een CDA-Kamerlid dat er niet bij was geweest. Partijvoorzitter Bleker kon zich het ook niet voorstellen: „Als onze onderhandelaars het lef zouden hebben om ons om de tuin te leiden door middel van een sluwe truc, dan hebben ze een gigantisch probleem. Dat zouden ze nooit doen.”

Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat Klink het verhaal uit zijn duim heeft gezogen. En dan is niet alleen de enigszins cynische blik ten aanzien van de werking van de interne partijdemocratie interessant. De beschreven gebeurtenis laat zien dat iemand de provocerende Wilders nog even voor het CDA-congres verborgen wilde houden. Een weinig duurzame strategie, denkt Klink. Als de onderhandelaars al bang zijn voor het CDA-congres, hoe moet de ontvangst in de samenleving in de dagen, weken en jaren daarna? Het regeringsbeleid stopt niet na de presentatie van de plannen. „Die samenleving komt namelijk niet zomaar in een weekeindje even bij elkaar, maar is er op maandag en dinsdag nog steeds...”