Cowboycadans bij Goslink

Pop Goslink. Gehoord: 1/9 Paradiso, A’dam. Herhaling: 12/9 Theater Walhalla, Rotterdam. 13/9 Luxor, Arnhem; 1/10 013, Tilburg. ***

Er valt veel aantrekkelijks te ontdekken aan Harm Goslink Kuiper (37). Zo maakt de singer/songwriter annex kunstenaar uit Rotterdam, die zich als muzikant kortweg Goslink noemt, zijn eigen instrumenten. Uit afgedankte fruitkisten, slabakken en deurdrempels bouwt hij banjo’s, gitaren, een drumstel en contrabas. Op deze instrumenten speelt hij zijn liedjes, live en op de debuutcd Stil Leven.

Aantrekkelijk zijn ook de naïeve teksten over beslommeringen rond vrouwen. Die zingt hij op licht lijzige toon – hij is een vocale anti-held als Spinvis. Maar zo lijzig als zijn zang is, zo vlammend is zijn banjo-spel. Want Goslink, die vroeger bij El Pino & The Volunteers speelde, is een serieuze muzikant met een hang naar gevestigde genres als bluegrass, country, en honky tonk-achtige deuntjes.

Gisteravond in Paradiso, Amsterdam, was Goslink de gemoedelijke gastheer die samen met zijn band – vier virtuoze muzikanten op cello, accordeon, drums en contrabas - en met gasten als Leine en Tim Knol zijn nummers uitvoerde. De cowboycadans werd aanstekelijk uitgevoerd, en zijn zang gaf hier een dromerig effect. Maar Goslink haalde de vaart uit zijn optreden met te lange pauzes en uitweidingen tussen de nummers, al was het leuk om te vernemen dat de metalen ‘dobro’-gitaar - gemaakt van een visolie-blik - was opgesierd met gootsteenputjes. Dan volgde er weer een liedje dat de zaal opzweepte met inventief getokkel.

Toch is het vreemd: iemand besteedt zoveel tijd aan het maken van uitzonderlijke instrumenten, maar vindt er vervolgens geen opzienbarende toepassing voor. Nu hoor je nummers die knap en kundig zijn, maar die het in stijl en uitvoering niet halen bij de excentrieke mogelijkheden van hun zanger.